De man achter de schermen: de maker van de TT-app

In het leven van de gemiddelde Akrisser, wellicht wel van de gemiddelde tafeltennisser, kan één ding niet ontbreken: de TTapp. De competitiespelers maken er hun planning in en op een normale vrijdagavond, zeker op de laatste dag van het competitieseizoen, wordt de app angstvallig in de gaten gehouden om de tegenstanders in de gaten te houden. Toch zijn de meeste gebruikers zich er onbewust van dat deze app niet officieel van de NTTB is. In plaats daarvan wordt de app gebouwd en onderhouden door één man, spelend bij TTV Hilversum: Toni van de Wiel.

Het begin van de app

Toen hij die ‘draak van een website uit 1991 ofzo’ zag van de NAS (NTTB Administratie Systeem) begon er bij hem iets te wringen. Dit moest beter kunnen. Aangezien Toni ‘wel een achtergrond heeft in het hacken’ leek hij geschikt voor deze taak. Het begin van de TTapp bestond dan ook uit het wegtrekken van informatie uit NAS, dit in een database stoppen en zelf een nieuwe interface maken waardoor de data wel goed leesbaar was, zodat ‘mensen tijdens die wedstrijden die informatie konden zien’. Dit soort ‘hacken’ loopt meestal tegen problemen aan, omdat websites best wel door hebben als iemand ze van afstand leegrooft. Toni begon dus voorzichtig en beperkte zich tot de eigen club. Al snel was het gewenst om toch ook de afdeling erbij te betrekken en zo werd de informatie van afdeling Midden in de app gestopt. Onder het mom van ‘we zien wel waar het schip strandt’ ging Toni verder. Zo belandde uiteindelijk de data van heel tafeltennissend Nederland in de app. Om dit actueel te houden zorgde Toni dat de app één keer per twee seconden refreshte en zo nieuwe informatie van dat oude NAS haalde. Dit kon niet te vaak, want hij mocht geen aandacht op zich vestigen. Nog steeds was Toni eigenlijk aan het hacken.

‘Dat moet ergens een keer stranden en dat gebeurde dus ook. Maart 2015…’ begint Toni onheilspellend. De websitemaker achter NAS ontdekte dat zijn website leeggeplukt werd en Toni werd bij zijn pogingen om informatie van de website te halen geblokkeerd. Hij zocht nog contact met deze programmeur, maar kreeg nul op het rekest. ‘Ondertussen had de NTTB lucht gekregen van die app en die zagen er wel wat in. Zij zorgden ervoor dat de IP-blokkade werd opgeheven’. Dit betekent overigens niet dat Toni direct toegang kreeg tot de gegevens van de NTTB. ‘Zelfs op dit moment heb ik nog geen toegang tot de database van NAS en moet ik het nog steeds op dezelfde manier doen als ik het toen ook al deed door al die pagina’s op te vragen en in een eigen database te stoppen’. De NTTB beloofde nu wel de onkosten van de app te dragen, waardoor Toni de mogelijkheid kreeg de app ook voor iOS uit te brengen.

Ontwikkelingen

Toen kon de app dus echt gaan groeien. Zoals Toni het verwoordt: ‘Tijdens competitieavonden zien mensen die app en vragen: “Wat heb jij? Wat is dat? Dat wil ik ook”’. Zo groeit de app dus organisch door, vooral door mond-tot-mondreclame. Aangezien je elkaar uitnodigt, is de app gebaat bij goede persoonlijke contacten, maar ook afhankelijk van de eerlijkheid van de gebruiker. ‘Je vertrouwt elkaar. Degene waarmee jij die wedstrijden speelt die ken jij dus de koppeling van het bondsnummer met het e-mailadres, dat is vertrouwd. Het is ook bijna nooit fout gegaan’. Bijna, maar zeg nooit nooit. Eén keer ging het wel fout. Toni legt uit: ‘Er waren twee mensen die elkaar niet mochten. Eén heeft een account aangemaakt met het bondsnummer van de ander en heeft toen allerlei fake wedstrijden zitten invoeren. Hij heeft er een enorme puinhoop van gemaakt. De persoon van wie dat bondsnummer eigenlijk was, wilde vervolgens een account aanmaken, maar zijn bondsnummer bleek al in gebruik. Toen ben ik verder gaan zoeken in de historie en kwam allerlei troep tegen’.

‘Eigenlijk staat het nog op mijn verlanglijstje om spelers een waarschuwing te geven als de ingevoerde gegevens niet overeenkomen met NAS’, zo besluit Toni het vorige onderwerp. Dit brengt ons mooi bij de toekomst van de app. Op basis waarvan bijvoorbeeld besluit Toni om dingen toe te voegen? ‘Ik krijg best wel fan-mail met “mooie app, maar kan dat en dat niet toegevoegd worden” en als ik dat zelf ook een goed idee vind, moet ik dat eigenlijk maar eens gaan bouwen’. ‘Ik bekijk dus ook al de apps in andere landen. Er speelt hier een jongen die ook in Frankrijk speelt en die liet mij die app zien. Daar hebben ze een heel leuk overzicht: als je dan kijkt naar jouw persoonlijke pagina, zie je ook hoe jij scoort ten opzichte van jouw regio en in jouw club. Alleen is dit alleen leuk als je ziet dat je bij de beste tien procent zit, mar wat als je de laatste bent? Hoe moet je dat nou presenteren?’. Je ziet, er wordt nog druk nagedacht over hoe de app te verbeteren.

Ondertussen zijn er ook ontwikkelingen aan de kant van de NTTB, want ‘nu zijn ze wel zo ver dat ze het toch als een meer officiële NTTB-app willen gaan zien’. Het is echter nog steeds een particuliere app, waar duizenden uren van een vrijwilliger inzitten. Toni zegt daarover: ‘Nu zit ik in dat stadium [professionalisering, red.] met de NTTB. Zij zien graag bepaalde functies toegevoegd worden en dat is prima, maar dan moet er ook een andere overeenkomst komen. Ze willen bijvoorbeeld wel graag dat uitslagen rechtstreeks NAS ingaan, dus dat het wedstrijdformulier in de app het officiële formulier wordt’.

Uit de hand gelopen hobby

Waardering voor de app komt dus mondjesmaat vanuit de NTTB, maar veel meer geniet Toni van de complimenten die hij krijgt van gebruikers. ‘Sinds een half jaar zit die donatiefunctie erin. Mensen kunnen doneren. Dat is best leuk. De waardering die je daardoor krijgt is groot. Ik had vier bedragen als keuze: één, twee, vijf of tien euro. En tien euro is de meest gebruikte knop’. De fanmail komt bovendien uit heel het land. Limburg bleef overigens een tijdlang achter: ‘niet omdat het Limburg is, maar die hadden al wat anders’. Maar, zoals wel vaker, werd de Limburgse variant weggeconcurreerd door een betere mogelijkheid: Toni’s app. ‘Ik hoop dat mijn app dusdanig groeit dat ik daar mijn inkomsten uit kan halen, mijn baan kan opzeggen en dit soort dingen kan ontwikkelen’. Daar zijn echter wel ook structurele inkomsten van de NTTB voor nodig.

In het dagelijks leven is Toni ICT-er bij een groot marktonderzoeksbureau en ontwikkelt daar softwareapplicaties voor tv- en radio-onderzoek, maar Toni wordt pas echt blij als hij aan zijn TTapp mag werken. Enthousiast legt hij uit: ‘Naast de app komt er nog veel meer bij kijken op de achtergrond: de server, de database, de beveiliging. Ik vind dat gewoon leuk. Dat is een hobby om dat allemaal onder controle te houden. Op mijn werk heb ik al mensen die zeggen wat ik moet bouwen en welk kleurtje het moet hebben. Hier kan ik gewoon helemaal los met nieuwe technieken en experimenten. Zo is het hele telbord ontstaan bijvoorbeeld. Deze realtime-communicatie vraagt om onderzoek en nieuwe experimenten. Een aantal aspecten van de TTapp heb ik vervolgens ook weer gebruikt op mijn werk’.

Op dit moment gebruiken bijna 7500 mensen de app. De statistieken in de app, menuknop TTapp stats, laten een gestage groei zien. Naast al die grafieken ziet Toni bovendien nog twee cijfertjes in zijn versie van de app. ‘Hier zie je wat getalletjes die niemand ziet, alleen ik. Dit zijn het aantal gebruikers wat op dit moment de app open heeft staan. En daarnaast staat de belasting van de server. Als die boven de vier komt, dan begin ik toch wel te zweten’. Op een vrijdagavond houdt Toni dat nummertje dus angstvallig in de gaten. De waarschuwingsmails vanuit zijn monitoringsysteemstromen bovendien binnen als het fout gaat in de app. Hij vertelt bijvoorbeeld: ‘Twee weken geleden kreeg de server echt te veel te verstouwen. Alles vertraagt dan en dan functioneert die niet meer. Toen heb ik dus een extra CPU [processorkracht, red.] bijgekocht op de server’.

En de tafeltennisser Toni? In zijn jeugd speelde hij al tafeltennis, maar stopte toen hij ongeveer zestien was. En hoe hoog speelde hij toen? Toni antwoordt: ‘Laag, heel laag. Ik heb de ambitie wel, maar dat wordt niks. Misschien nog een keer de vierde klasse, maar meer zit er niet in’. Jaren later zocht hij een sport voor zijn twee kinderen: ‘Zij vonden het niet zo leuk, maar toen begon het bij mij weer te kriebelen’. Zo rolde hij dus toch weer het tafeltenniswereldje in. De app is dus echt ontwikkeld door een tafeltennisser in hart en nieren en daardoor ‘sluit [de app] volgens mij hartstikke goed aan bij de spelers’. In de toekomst wordt de app misschien wel een officiële NTTB-app, maar voor nu is dit allemaal nog koffiedikkijken. Belangrijker is het dat we nu weten wie toch zo regelmatig onze mobiele schermen vult met tafeltennisinformatie. Onze conclusie: deze man weet van wanten en maakt zo menig tafeltennisser het leven een stukje makkelijker. Daar bedanken wij hem hartelijk voor!

Het Open Akris Tafeltennis Kampioenschap is jaarlijks een hoogtepunt voor veel Akrissers. Ook dit jaar was het weer een groot succes. Het toernooi rust al jarenlang op drie pijlers: de stapavond, de barbecue en natuurlijk het toernooi. Een verslag in drie delen.

De stapavond

‘Waarom gaan we in hemelsnaam stappen voorafgaand aan het OATK?’, is een vraag die ik mezelf regelmatig stel, maar nog nooit heb kunnen beantwoorden. Totdat ik een zinnig antwoord krijg, lijkt er niks te veranderen. Het resultaat: een groep dranklustige tafeltennissers in Nijmegen. De groep omvatte onder andere veel Akrissers, de Eindhovenaren van Taveres, een paar enthousiastelingen uit Enschede en een hoop gezelligheid. Na wat ingedronken te hebben in We Gaan Beginnen vertrokken we naar de Billabong, die helaas (*kuch, kuch*) gesloten bleek.  

Daarna werd het de Malle Babbe, die van bijna leeg dankzij onze stappers veranderde in bijna vol. Het favoriete café van Rob de Nijs bleek de juiste keus en de voetjes konden van de vloer. Dankzij het vele aangeboden gerstenat kwam iedereen lekker op stoom. De jongens van Taveres vertrokken naar de Stretto, ook wel de Sletto genoemd, maar de rest van de groep bleef gezellig de Malle Babbe bemensen tot diep in de nacht. Helaas moest de dag erop, de rekening worden betaald…

Het toernooi

Ikzelf heb nog nooit zo slecht gespeeld als op de dag van het OATK, 8 april jl. Achteraf denk ik dat het mis ging toen het ontbijt er pas bij aanvang van het toernooi was, terwijl ik speciaal eerder was gekomen om van een lekker ontbijtje te genieten. Ook de traditionele korte nachtrust en mijn aanwezige mega-kater heeft niet geholpen. Pas na de lunch speelde ik weer enigszins normaal, maar moest ik alsnog mijn meerdere erkennen in Jos Langens uit Herpen, die uiteindelijk ook de Open IV heeft gewonnen.

Maar laat ik mijn succes niet afmeten aan de hand van mijn eigen malheur. Het toernooi was een groot succes, met ruim honderd deelnemers op 23 tafels. Graag feliciteer ik ook de andere winnaars: Martijn Laurensen, Gerrit Wijngaards en Jelte van Buren. Al heeft de laatstgenoemde noppen, wat weer een minpunt is. Verder hebben ook veel Akrissers goed gepresteerd, wat voor Luuk en Wietse leidde tot tweede plaatsen in hun klasse.

Daarnaast was er een goedgevulde prijzenkast voor de loterij ten bate van het lustrum, waarbij deelnemers fantastische prijzen konden winnen… In totaal is hierdoor bijna 200 euro opgehaald. Graag wil ik alle Akrissers die een cadeautje hebben ingelegd hiervoor bedanken. Daarnaast wil ik natuurlijk de toernooicommissie complimenteren. Dankzij het harde werk van Celine, Mariska, Robin en Stijn is de dag zo’n succes geworden.   

De afterparty

Zoals een mens niet kan leven zonder zuurstof, kan het OATK niet voortbestaan zonder diner na afloop. Officieel een barbecue, maar officieus een buffet met vlees. In ieder geval bood het €12,50 aan eten, wat door bijna vijftig hongerige tafeltennissers naar binnen werd gewerkt.  Na afloop stroomde WGB langzaam leeg, maar degenen die bleven praatten na over een geslaagd toernooi. Een kater komt bij dit toernooi zeker niet later.

Winnaars 2018:
Open 1
1. Marijn Laurensen
2. Tom Thijssen
Troost 
1. Roy van Leuken
2. Tom Sellies

Open 2
1. Gerrit Wijngaards
2. Robbert Hijbreghts
Troost
1. René Gulikers
2. Charly Hunsicker

Open 3
1. Jelte van Buren
2. Luuk de Boo
Troost
1. René van Dijken
2. Henrike Post

Open 4::
1. Jos Langens
2. Wietse Essink
Troost
1. Geert Wittenberg
2. Lucas Verlinden

 

‘Heel veel geouwehoer’, of een klein inkijkje bij Akris in het Zeroes-tijdperk

In 2018 viert Akris haar vijftigste verjaardag. Dit leek de redactie een goede reden om op zoek te gaan naar verhalen uit de geschiedenis van onze vereniging. Door oud-leden te interviewen hopen we deze anekdotes, wetenswaardigheden en gekke feitjes boven tafel te halen.

Voor dit eerste interview hoefden Joep en ik niet ver te fietsen: slechts de berg op naar TN. Daar in de bar vonden wij ons eerste oud-lid die ons kon vertellen hoe Akris er tien tot twintig jaar geleden uit zag: Bas Simons. Momenteel is hij docent Nederlands, tafeltennist nog steeds bij de buren en kijkt met veel goede herinneringen terug op zijn Akris-tijd. In 1998 werd hij lid, nadat hij uit Apeldoorn hier was komen studeren en vrienden van zijn oude vereniging ook al de overstap naar Akris hadden gemaakt. En Bas is lang blijven hangen (want ‘toen studeerden mensen nog heel erg lang, kreeg je ook nog veel geld en dat mocht je houden’). Pas in het najaar van 2010 speelde hij zijn laatste competitiewedstrijd bij de studententafeltennisvereniging. Op 3 december nam zijn team, Akris 1, het in de eerste klasse op tegen DTS. Hij won alle drie de wedstrijden glansrijk en uiteindelijk fietste hij met een 8-2 overwinning en een nette tweede plek in het eindklassement naar huis (mogelijk na nog heel wat biertjes in het sportcafé).

Bas speelt nu bij TN in de hoofdklasse en blijft dus langzaam maar gestaag vooruitgang boeken. Hij begon naar eigen zeggen bij Akris in de vierde klasse, maar stootte in de daaropvolgende jaren door naar de eerste klasse. Na afgestudeerd te zijn (2004/2005) maakte hij kort de overstap naar TCB, maar niet voor lang. Akris had het namelijk moeilijk in deze tijd en even dreigde het zo te zijn dat de vereniging geen enkel competitieteam zou hebben. ‘Dat vond ik echt te zuur dat Akris geen competitie speelde’, zegt Bas. Hij en zijn teamgenoten kwamen dan ook terug en vormden één enkel team in de eerste klasse. Na nog enkele seizoenen met dit team konden ze eindelijk plaats maken voor een nieuwe generatie, ‘die ook wel enthousiast en actief uit de ogen keken’. Het team is toen in zijn geheel overgestapt naar TN en heeft nog steeds contact met elkaar. ‘Vorige maand hadden we nog een reünietje met het oude team’.

‘Ik ben niet zo’n organisatorisch talent, dus ik heb nooit m’n hand opgestoken als er bestuursfuncties gevuld moesten worden, maar het GATT [Groot Akris Tafeltennis Toernooi, red.], tegenwoordig het OATK, heb ik jarenlang mee helpen organiseren’, antwoordt Bas op de vraag wat hij naast de competitie nog deed. Daarnaast was hij redactielid van de AkrisKras en dus één van onze directe voorgangers. Je kunt wel stellen dat Bas een actief lid was. En dat blijkt ook wel als we hem vragen naar de gezelligheidskant van de vereniging. De toenmalige sponsorcafés werden door Bas frequent opgezocht. Eerst was dat café ‘De Buren’, in de Houtstraat waar nu de Wünderkammer zit. Later opende dezelfde eigenaar een kroeg in Bottendaal. Akris verhuisde mee, maar ‘toen vonden we daar iets te veel zwervers en alcoholisten hangen. Toen zijn we naar Hoogland gegaan en dat is nu dus We Gaan Beginnen’.

Ook toen was het traditie om voor het GATT/OATK uit te gaan waarbij leden van andere verenigingen enthousiast meegingen. En ook toen al duurden deze stapavonden soms wat te lang. Bas kan zich één jaar herinneren waarin de hele club zich verslapen had. Bovendien leverden die mensen uit andere steden soms wel spanningen op. Zo mailde één jongen uit Groningen Bas met de mededeling dat hij nog een slaapplek nodig had. Bas had het vermoeden dat deze niet zo beleefd gestelde vraag eigenlijk een poging was om de toenmalige vriendin van Bas te versieren. Dus mailde Bas iets terug in de trant van ‘Op zo’n toon kun je het wel vergeten, jongen’, waarop de mailconversatie uitmondde in een ‘hele ordinaire mailwisseling’. ‘Op die stapavond hebben we die jongen ook strak genegeerd met z’n allen’.

Eén woord wat vaak terugkomt in het interview met Bas is het woord ‘plagen’. In zijn stukjes voor de AkrisKras plaagde hij zijn mede-Akrissers, maar ook op het in die tijd

 beroemde (of beruchte?) mededelingenbord op de zeer jonge website. Dit mededelingenbord werd vooral door Akrissers zelf gebruikt om bijvoorbeeld te vermelden dat je team kampioen was geworden of om even te melden dat jij die laatste drankjes had betaald bij de borrel en je no

g geld van mensen terugkreeg of, zoals Bas het zelf zegt, voor ‘heel veel geouwehoer’. Eigenlijk wel te vergelijken met onze Whatsapp-groep. Grote verschil was dat het mededelingenbord wel openbaar was en dus ook tafeltennissers van andere verenigingen konden zien wat daar allemaal op gespuid werd. Dat heeft Bas geweten: ‘Ik werd een keer opgebeld door de toenmalige voorzitter en toen stond er op m’n voicemail: “Dag Bas, ik wil je even spreken over wat er dit weekend op het mededelingenbord is gebeurd”.’ Wat bleek, een tegenstander had mot gehad met Bas’ teamgenoot over iets onzinnigs. Bas had dit op het mededelingenbord tot in het absurde doorgedreven (‘ik geloof dat ik de Tweede Wereldoorlog erbij haalde’), maar hij had niet voorzien dat desbetreffende tegenstander het mededelingenbord ook had gevonden. De voorzitter tikte daarop Bas op vingers.

Maar over het algemeen kijkt Bas terug met fijne gevoelens. Vooral de openheid en acceptatie binnen de vereniging zijn Bas bijgebleven. Hij raadt alle leden dan ook aan om dit te behouden: ‘Houd die open cultuur erin, de acceptatie van elkaar. Ook al heb je een raar trekje, wat heel veel pingpongers wel eigen is, iedereen accepteert elkaar heel erg makkelijk. Ik hoop dat dat er altijd in blijft zitten’. Voor wie nog meer wijze woorden van Bas wil horen, Bas komt zeker naar het lustrum. Vraag dan ook vooral naar een specifiek toernooi bij Hyperion in Tilburg of legendarische Schierweekenden, want Bas heeft nog veel meer te vertellen.

Zijn er ook rare mensen die tafeltennissen?

Hoe fanatiek we ook worden, bij tafeltennis of bij poolen, Akrissers blijven leuke mensen. Vooral Louise, één van de normalere leden, is altijd in voor een gezellig praatje, ook als de wedstrijd verloren is. Maar dat Akris een club is met normale leden, betekent niet dat iedereen die tafeltennist normaal is. Ik denk soms zelfs dat wij de uitzondering zijn op de regel. Je hebt namelijk wel wat standaard typetjes die achter de tafel te zien zijn. Hieronder zet ik de meest voorkomende typetjes op een rij: de te fanatiekeling, de huilers en de agressieveling.

De fanatiekeling
De meest bekende vind ik toch wel de fanatieke speler. Deze heb je trouwens ook in vele soorten en maten. Er zijn mensen die vijf keer per week trainen en nog steeds geen stap verder komen (het is niet aardig om mijn vader zo te beledigen, maarja). Maar de leukste fanatiekelingen zie je tijdens de wedstrijden. Ik kan me namelijk amuseren met het kijken naar mensen die heel hard woorden zoals “SHOE” of “DOE RUSTIG” (werkt vrij averechts..) schreeuwen. Een andere fanatiekeling is natuurlijk het meisje van zestien met een rode plek op haar been omdat ze zichzelf een corrigerende tik gegeven heeft met haar batje. Je zou zeggen dat dit heel raar is, maar raar is dan ook wel de norm in de tafeltenniswereld.

De huiler
Je hebt natuurlijk ook de befaamde huilers. Tijdens de competitie werd het zelfs een sport om zoveel mogelijk mensen te laten huilen. Ik heb die wedstrijd van mijn teamgenoten verloren, omdat ik maar vijf mensen liet huilen (zeer tragisch). De leukste huilebalk die ik in mijn tafeltenniscarrière ben tegengekomen was iemand uit Weert. Hij verloor van mijn teamgenoot nadat hij vijf matchpoints had verspeeld, verloor toen van mij met 12-14 in de vijfde set. Is daarna een half uur niet gezien (zat ergens in het kleedlokaal te huilen) en heeft daarna bijna geen punt gepakt in zijn laatste wedstrijd. Deze gast is daarna onze teamgenoot geworden. Wat is de wereld toch klein.

De agressieveling
Als je verliest (wat vaak gebeurt als je tegen mij speelt) kan je huilen, maar je kan ook boos worden. Ik kan daar wel van genieten, iemand die helemaal los gaat om dit spelletje. Ik heb vorig jaar bijvoorbeeld een toernooi gespeeld, waar ik een wedstrijd heb gewonnen omdat de tegenstander opgaf en me buiten wel zou opwachten. Blijkbaar is het heel asociaal om te vragen of iemand alsjeblieft het balletje op zou willen gooien. Bij nader inzien, moet ik zelf ook gewoon niet zo asociaal zijn. Het gebeurt namelijk wel vaker dat iemand boos wordt, zo heeft natuurlijk iedereen wel een keertje een batje naar zijn hoofd gegooid gekregen, toch?

Over het algemeen zijn tafeltennissers dus vreemde vogels (bidsprinkhanen mag van mij ook, wil je in het thema van Akris blijven), maar gelukkig staan de meeste mensen blij achter de tafel te spelen.  Dit zie ik dan ook zeker terug bij Akris, maar ik zie vooral dat de derde helft het tafeltennis overtreft.

 

Interview met trainer Thijs: ‘Ik heb altijd wel mijn mening klaar’

Op de training staat hij bekend als degene die Akris met zachte hand naar tafeltennishoogtepunten leidt. Maar wie is toch de man, de mythe achter onze trainer in zijn blauwe trainersjas? Thijs vertelt over zijn passies, zijn werk én geeft zijn mening over Akris. ‘Als je komt, kom dan met plezier naar de training.’

Thijs, Marieke en ik hebben afgesproken in café de Blonde Pater op een witte maandagochtend. Als ik binnenkom, warmen Thijs en Marieke zich al op met een cappuccino en een muntthee.  Het is druk in het café aan de Houtstraat. Veel mensen genieten van warme dranken nadat ze door de sneeuw zijn belaagd. Terwijl het buiten sneeuwt en code rood van kracht is, bedelven wij onze trainer onder een lawine aan vragen.

Hoe ben je begonnen met training geven?

‘De trainer die op dat moment de Boosters [de squashclub van het RSC] training gaf, kende mij als speler en natuurlijk ook als persoon. Die heeft me voorgesteld binnen het werknemersteam van het Sportcentrum. Van daaruit is het balletje gaan rollen.’

Thijs geeft natuurlijk tafeltennis- en squashtraining en daarnaast geeft hij ook spinningslessen. Bovendien is hij werkzaam als fietskoerier. Niet altijd heeft hij zulke sportieve baantjes gehad. Tot 2011 was hij werkzaam in kantoorbaantjes. Zo was hij verkoper bij een ICT-bedrijf. Daar kwam hij er echter achter dat een kantoorbaan niet was wat hij wilde.

Je geeft dus veel training. Je hebt natuurlijk ook je fietskoerierschap. Vertel daar eens wat over.

‘Ik ben vier jaar geleden begonnen voor DHL als fietskoerier. In Nijmegen hebben ze een pakketdienst voor de fiets. Waar normaal gebroken pakketbezorgers de straten blokkeren als ze een pakketje bezorgen, hebben ze in Nijmegen fietsende bezorgers in het leven geroepen.

Op een dag als vandaag is het natuurlijk best wel fris. Op een zomerdag van 30 graden is het best wel warm. Zit je dan ook gewoon op de fiets?

Weer of geen weer. Altijd Het is gewoon hartstikke mooi werk en ik denk dat wij leukere gesprekken hebben met een klant dan iemand die in een bus zit.’

Al dat gefietst is best handig voor zijn hobby wielrennen. Vorige zomer heeft Thijs driemaal de Mont Ventoux beklommen, waardoor hij de titel ‘Malloot van de Mont Ventoux’ heeft gekregen. ‘Een keer beklimmen? Daar zit de uitdaging niet in. Tuurlijk, hij is zwaar als je de klim één keer doet. Maar als je 1100 kilometer in de auto zit om dat ding omhoog te fietsen, dan is dat wel een heel eind rijden. Dan is drie keer een stuk gaver.’ Eigenlijk wilde Thijs deze zomer de nog hogere Großglockner-berg beklimmen in Oostenrijk. ‘Daar wilden we eigenlijk deze zomer naartoe, maar ik ben heel onfortuinlijk gevallen deze winter.’ Hierdoor heeft Thijs uiteindelijk zijn pols gebroken.

Hoe ben je gevallen?

‘Ik was mijn zoon aan het wegbrengen naar zwemles. Ik moest remmen omdat er auto’s aankwamen en die hadden voorrang. Ik rem, mijn voorwiel schiet weg en voor ik het weet lig ik op de grond.’

Dus even voor de duidelijkheid: je fietst honderden kilometers per maand als fietskoerier, maar je breekt je pols terwijl je je zoontje wegbrengt naar zwemles?

‘Exact. Er was nog een tegeltje waar nog wat ijs op lag. Net die moest ik hebben om op te fietsen.’

Toen zat je op de bank, met een gebroken pols, en dacht je: ‘ik moet tafeltennisles gaan geven!’.

‘Nou, dat zit niet helemaal zo. Ik had vorig jaar al begrepen dat Rene Gullikers gestopt was met training geven. Toen heb ik aan mijn leidinggevende aangegeven dat ik het jammer vond dat ik dat in de nieuwsbrief heb moeten lezen dat jullie een vervanger hadden gevonden voor René. Toen vroegen ze: Heb jij getafeltennist dan? Ik antwoordde: “ik heb twintig jaar lang getafeltennist, dus dat beheers ik nog wel. En lesgeven gaat me ook wel redelijk af”. Ze zouden het onthouden. Toen Lars rond mei aangaf te stoppen, ben ik in gesprek gegaan met Frederick en Louise. Daar is uit voortgevloeid dat ik bij jullie voor de groep ben gaan staan.’

Hoe bevalt het vooralsnog?

‘Mij bevalt het prima.’

Thijs bereidt vaak oefeningen voor vanuit zijn eigen trainingen bij TN, waar hij hoofdklasse heeft gespeeld. Terwijl hij daar op hoog niveau kon trainen, is er bij de trainingen van Akris wat meer verscheidenheid in niveau. ‘Ik probeer oefeningen te bedenken die uitdagend zijn, waar spelplezier uit voort kan komen. Ze mogen niet te moeilijk zijn, want ze moeten haalbaar zijn voor de hele groep. Altijd vanuit de gedachte om van makkelijk naar moeilijk een training in elkaar te zetten. Als je oefeningen bedenkt die te lastig zijn dan is de spelvreugde ook sneller weg. Door daar ervaring in op te doen schipper je de ene keer wat meer dan de andere keer.’

Heb je wat dat betreft ook het idee dat je elke training beter wordt?
‘Dat is wel de bedoeling. Je moet de groep leren kennen. Vrij blank kom je een groep binnen die al wel bekend is met elkaar. Ik denk dat een vereniging als Akris een hele andere beleving heeft van tafeltennis dan bijvoorbeeld een club als TN.. Jullie vinden tafeltennis allemaal leuk, maar jullie vinden daarnaast ook heel veel andere dingen leuk.  Tafeltennis hoort daarbij. De een heeft veel meer de drive om te willen trainen en er vol voor te gaan. De ander vindt het vooral leuk om elkaar te zien en te kletsen. Daar moet je natuurlijk wel een modus in zien te vinden. Vast zullen er dagen tussen zitten dat je elkaar niet weet te bereiken. Maar er zijn ook dagen tussen waarin je zegt: ‘’lekker getraind en fijn gekletst met elkaar’’.’

            De dag voor het interview is Thijs begonnen met de trainerscursus van de NTTB. ‘Daar ga ik natuurlijk ook veel leren. Je hebt een rugzakje om en iedere week wordt die meer gevuld met kennis en kunde. Soms moet je wat uit je rugzakje doen en soms stop je er wat bij.. Je bent niet perfect en dat hoef je ook niet te zijn, maar je moet wel streven het beste uit jezelf te halen. Dat is wat ik probeer na te streven.’

Voor een trainer lijkt het mij supermoeilijk om een goede training te bedenken voor iemand die 1e klasse speelt en voor iemand die op recreant-niveau speelt.

‘Is het ook. Want ik wil wel gewoon groepsbreed dezelfde oefeningen uitvoeren. Anders krijg je te veel tweespalt binnen de groep. Dat is het lastige van een groep als Akris, maar ook wel weer een uitdaging.’

Je hebt het woord ‘uitdaging’ vaker gebruikt. Is dat ook wat je drijft, dat je altijd nieuwe uitdagingen zoekt?

Ik ben begonnen met squash, van daaruit ben ik spinninglessen gaan geven, van daaruit ben ik fietskoerier geworden. Nu is dat dan ook weer uitgebreid met tafeltennis. Ik moet niet te veel van hetzelfde hebben. Als ik alleen maar met een ding bezig ben, dan ga ik mij vervelen.’

Wat is dan de uitdaging bij tafeltennis? Dat het een andere sport is, of dat het andere mensen zijn?

‘Een combinatie van beide. Tafeltennis is en zal altijd mijn eerste liefde qua sport zijn. Je kan er zo veel mee, het is zo uitdagend. Er zitten zoveel factoren in waardoor je tafeltennis als sport kunt beleven. Veel meer dan squash. Squash is redelijk rechttoe rechtaan hard slaan. Iemand die je een squashracket in de handen geeft, kan je veel makkelijker een squashrally laten spelen dan iemand die je een tafeltennisbatje in de handen geeft. Daar ligt ook de uitgaging in.’

Het is druk op de training, drukker dan vorig jaar.

‘Ik hoop dat dat een positief teken is, dat mensen graag komen trainen.’

            Gevraagd naar een boodschap voor de leden van Akris voegt hij toe: ‘Als je komt, kom dan met plezier naar de training toe. En probeer ook met een glimlach de zaal te verlaten.’

Een interview met Thijs voorbereiden is niet zo moeilijk. Op Twitter, Instagram, LinkedIn deelt hij dagelijks meningen en foto’s. Dat kan een foto van zijn kinderen zijn, maar ook een mening over het dagelijkse nieuws of een sportfilmpje. Hij noemt zichzelf een ‘nieuws en sportaddict’. Vlak voor het interview riep onze trainer bijvoorbeeld op tot een boycot van Radio 538 vanwege het incident met zangeres Maan, waarbij een DJ haar verraste met een streaker.

Waar komt die interesse vandaan?

‘Ik vind dat leuk om te volgen. Vind het interessant wat er in de wereld speelt. De ene keer ventileer ik daar een mening over op het internet en de andere keer niet. Maar ik heb daar verder geen diepere gedachte bij om dat te moeten delen.’

Wil je laten zien dat je betrokken bent?

‘Ja, ik denk het. Er zijn maar weinig mensen die duizenden reacties kunnen ontlokken. Dat zijn echt de influencers van deze wereld. Dat ben ik niet. Ik vind het leuk om een keer een berichtje te posten, daar zit geen diepere gedachte achter. Maar ik ben wel betrokken, dat klopt.’

Net als op de training komen de antwoorden van Thijs doordacht over. Niet berekenend, maar wel als iemand die zorgvuldig zijn antwoorden formuleert. Dit komt naar voren als hij over zijn werk vertelt, als hij over Akris vertelt, maar vooral als hij over zichzelf vertelt.

Je hebt gezegd dat je uitdagingen aangaat en dat je betrokken bent. Als je nog een woord zou moeten kiezen om jezelf te typeren, welk woord zou dat dan zijn?

Zonder twijfel: ‘eigenwijs’.

Kun je daar een voorbeeld van geven?

‘Ik heb altijd wel mijn mening klaar. Die kan goed zijn, die kan verkeerd zijn, maar als ik die mening deel, dan sta ik er ook wel achter. Je kunt me wel proberen te overtuigen, maar als ik een bepaald beeld van iets of iemand heb is het lastig dat te veranderen. Dat is denk ik wel eigenwijs te noemen.’

Dit interview verscheen eerder in de Akriskras, literair hoogstandje voor alle Akrissers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lustrum 2018: Akris 50 jaar

Dit jaar bestaat Akris 50 jaar. Om dit te vieren wordt er 26 mei een groot lustrumfeest gehouden. Het staat vast dat dit een groot feest gaat worden. Het feest is bedoeld voor huidige, leden, oud-leden en andere betrokkenen. Het feest vangt aan om acht uur, waarna de Lustrumcommissie ons gaat verassen met hetgene zij bedacht hebben. 

Wil je het lustrum in de gaten blijven houden, volg dan de pagina op Facebook of houd deze pagina in de gaten.

Adres We Gaan Beginnen:

De Ruyterstraat 26, 6512 GE Nijmegen

Moekotte-toernooi

‘De bal is rond’, wist Johan Cruijff al. Waarom voelt het dan alsof de bal een propje papier is en alle kanten opschiet? Filosofische vragen schieten door je hoofd als tafeltennis kleiduifschieten wordt en je wordt ingemaakt door een speler met een irritante grijns. Nee, wat betreft tafeltennis was het Moekotte-toernooi het geen hoogtepunt voor de (meeste) Akrissers. Daarover later meer. Het toernooi kan namelijk vooral worden omschreven als the day after the night before.

De reis naar het voor ons hoge noorden verliep al tumultueus. In een trein vol met eigenaardige types en voetbalhooligans werd Mariska plotsklaps niet lekker. Op station Hengelo was het dus hoog tijd het toilet te bezoeken, terwijl wij – de redactie – smulden van impulsaankopen.  Na de sanitaire stop kwamen we met een andere trein in Enschede aan. We hadden een slim plan uitgedokterd om OV-fietsen te huren. Het feit dat de verhuur bij aankomst al een uur gesloten was, gooide roet in het eten. Dan maar de bus en de benenwagen.

Wat later dan gepland kwamen we op onze slaaplocatie aan. Dit bleek de schuur van het appartement van prominent Thibats-koppel Trung en Ilona te zijn. Meteen viel ons een lawaaierige machine op, waarvan we vreesden dat die ons uit onze slaap zou houden. We mikten onze spullen neer, maakten kennis met het gemêleerde gezelschap dat ook in de schuur zou slapen en vertrokken snel naar de stad.

Ondertussen kwamen Stijn en Louise uit Utrecht gereden, waar zij allebei een feestje hadden gehad. Toen dit dynamisch duo eindelijk in de stad arriveerde, kon het feest pas echt beginnen. We gingen eerst naar café San Remo, waar het bier in Romeinse kruiken werd geschonken (motto: omdat het kan). Toen we vertrokken uit het borrelcafé, bleek dan we het niet van de Thibetanen moesten hebben. Slechts een paar bleven er over. Verder gingen de vijf Akrissers, wat oud-studenten uit Utrecht en een paar types uit Assen mee.

Via wat omwegen kwamen we uiteindelijk in Irish Pub Paddy’s terecht, waar we tot het einde zijn gebleven. Het publiek van deze grote boerenpub was wat ruiger dan het publiek in Nijmegen. Publiekelijke avances tussen liefdeskoppels kwamen erg vaak voor. Misschien dat dit enkele Akrissers inspireerde toen om vier uur ’s nachts het wel érg warm werd in de pub. Joep, Stijn en Louise hebben ook tot diep in de nacht staan pompen, maar toen Louise haar mond gebruikte ging het een stuk sneller. Luchtbedjes opblazen is misschien niet zo opwindend als wat er in de stad gebeurde, maar in ieder geval wel een stuk moeilijker.

De volgende ochtend werden we tot onze grote teleurstelling al vroeg gewekt door Trung, die ons mededeelde dat we snel moesten vertrekken. Met een humeur die resoneerde met het grauwe aanzicht van het schuurtje, pakten we snel onze spullen. Een met autorit later waren we in het sportcentrum van de Universiteit Twente en konden we beginnen aan de wedstrijden. Die begonnen niet zo rooskleurig voor de aangeschoten Akrissers. We lieten niet bepaald ons beste spel zien. Toch waren er een aantal hoogtepuntjes op de dag zelf te benoemen. Stijn O. dook weer eens op, Frederick had zijn tosti-incident en het ontbijtje dat Thibats geregeld had bleek niet eens heel karig te zijn. Uiteindelijk waren er zelfs een paar successen te benoemen. Mariska scoorde op alle fronten: naast je-weet-wel won zij de dubbel met Louise en het individuele troosttoernooi. Zo behaalde zij het beste resultaat van het weekend, maar hebben we het allemaal gezellig gehad.

Dit artikel verscheen eerder in de Akriskras

Verslag NSK 2017 Breda

Op 7 november was het weer zover: het Nationaal Studenten Kampioenschap Tafeltennis. Vier spelende Akrissers en een fanclub van drie vrouw sterk vertrokken naar Breda om de eer van Akris te verdedigen. In totaal waren er zo’n 20 deelnemers, die om twaalf uur begonnen aan de wedstrijden.

FOCUS!!!
Na aankomst werd de strategie van de fanclub snel duidelijk: vlakbij de tafel gaan zitten en hard FOCUS roepen als een bal uit werd geslagen. Deze aanmoedigingsmethode werd afgewisseld met kletsen, zelf even spelen en chocoladekruidnoten eten. 

Van de deelnemers van het toernooi kwam Robin dichtbij de vervolgrondes, maar verloor helaas twee vijfsetters tegen gelijkwaardige spelers. Hij eindigde hiermee als vierde met drie overwinningen. Henri, Joep en Marieke speelden goed maar kwamen ervaring en trainingsuren tekort. Na vijf of zes wedstrijden gingen zij ieder met een overwinning naar huis. 

AKRISSERS IN DE FINALE
Uiteindelijk was Akris toch goed vertegenwoordigd toen het om de prijzen ging: Louise en Robin jureerden de finale en troostfinale. Ook een medaille waard.

In de finale werd door eredivisie-speler Stephan gewonnen van de Groningse Indiër Ninsath. Het niveau lag hoog bij beide spelers maar Stephan was de terechte winnaar.

HAPJE ETEN
Na de finale besloten wij, Idefix (Groningen) en Thibats (Enschede) gezellig samen uit eten te gaan in de stad. NSK-kampoen Stephan werd naast de winnaar van de dag ook de held van de avond toen hij
tot tweemaal toe de gestrande Groningers ophaalde. In het restaurant vlogen de sparre-ribs, hamburgers en andere lekkernijen naar binnen.  

Later op de avond gingen Louise, Mandy, Mariska en Robin nog stappen in Breda. In karaokebar A-meezing demonstreerden de Akrissers hun gouden keeltjes en strakke dansmoves. Zo liep naast de dag, ook de nacht gesmeerd.

Verslagen

Akrisweekend 2017!!

Speurende Akrissers in Antwerpen, op zoek naar routes, verborgen taken en uiteindelijk; Wie is de Mol? Dit jaar was stond het Akris weekend in het teken van het ontmaskeren van de Mol. Dankzij een goede voorbereiding van Louise, waarvoor dank (!), werden er allerlei opdrachten gehouden met bepaalde taken. Zo waren er spellen als; Wie ben ik? en spreekwoorden uitbeelden op een foto. De grootste opdracht was een groepsopdracht, waarbij er navigatoren, gidsen, opletters, paparazzi en onthouders waren. Ieder had zijn eigen taak die naar behoren uitgevoerd moest worden om een joker en natuurlijk Akris punten in de pot te krijgen. 

Uiteindelijk kwamen de navigatoren 3 minuten te laat aan, won Frederick een joker ondanks het missen van een gebouw (dankzij Thierry) en werden er nauwelijks Akris punten gewonnen voor de pot.

Op zondag bleek na het invullen van de test dat Frederick zich kon kronen tot winnaar van wie is de Mol, dankzij het (met dank aan Thomas) onthullen van mol Jody!

Naast het ‘wie is de mol’ weekend was het natuurlijk ook tijd voor drankjes, dansjes en karaoke tot in de late uurtjes! 

Wij hebben weer genoten!

 

Karten

AH + zegeltjes = Karten met Akris! Dankzij een aantal leden werd het mogelijk om voor een mooi prijsje te gaan karten. Met een groep van 12 zijn we naar ANAC gegaan en lieten de meeste het racemonster in hun los!

Niet iedereen voelde zich even gemakkelijk in de kart. Zo bleken Mariska en Frederick inhaalvoer te zijn voor de anderen. Na 12 minuten gas geven bleek Steinmeister (Stijn van Erp) de snelste te zijn met 34,9 seconden, gevolgd door Lucky Luke (Luc) met 35,2 seconden en Botssss (Jeroen) met 36,3 seconden.

Hierna is er nog een 2e heat geweest waar Frederick uit was op wraak van zijn vorige tijd (wel sterk verbeterd, alleen gefaald met de  behaalde positie). Meer risico’s werden er genomen en meer leden vlogen of spinden in de bochten. Louise trof het niet met 2 botsingen, zowel met Lisanne als Frederick… Maar door die risico’s werd er door iedereen (die nog mocht/wilde rijden) een snellere tijd gereden, waarbij Lucky Luke als enige onder de 34 seconden duikte (33,695).

Het was een leuke en gezellige avond en wie weet tot volgend jaar?!

Clubkampioenschappen 2017

Op 21 januari namen 13 strijdende Akrissers het tegen elkaar op. De leden werden in 2 poules verdeeld om zo te bepalen wie er naar het hoofdtoernooi en troosttoernooi gingen. Voordat deze vervolgrondes plaatsvond werd de dubbel gespeeld. Uiteindelijk bleken Celine en Stijn O. te sterk voor Louise en Stijn E.

In de troostronde kwamen de kersverse dubbelkampioenen tegenover elkaar te staan. Hier bleek Celine net een maatje te groot. De uiteindelijke finale ging tussen Behrouz en Frederick. Het werd een mooie finale waarbij Behrouz zich na een 4-2 overwinning tot clubkampioen van Akris mocht kronen.

 Na het toernooi hebben wij lekker Italiaans gegeten bij Donatello’s. Het was weer een mooi kampioenschap!

a2e403a1-06a9-4b22-873e-fd08ba7bfefe6d39e8e8-7dfd-4da8-a84d-39cae56dc762eff24611-4d2b-4154-abea-b6febde2e82b

Poolen

3 november, de dag waarbij Akris zich weer in café Pool bevond. En ja, de gezichten stonden weer vol concentratie en spanning (zie foto’s hieronder).

Maar waar enkele gezichten zich volledig fixeerden op de bal, was er ook een enkeling die zich meer ”in het algemeen” aan het concentreren was.

Uiteindelijk konden Lisanne en Louise het niet voorkomen dat Luuk de Boo, een vers Akris lid, met de eerste Chocolade-prijs er van door ging.

Gefeliciteerd Luuk.

Bowlen

Op 6 oktober 2016 was er een groep bidsprinkhanen die wel in was voor een potje ‘avond-uurlijk’ disco-bowlen. De avond begon iets voor half 10 buiten bij de ingang van Olround met het opwachten van de jarige job Cathalijne, waar vervolgens Lang Zal Ze Leven voor werd gezongen. In de tussentijd werden de ‘party hats’ uitgedeeld en werd bij de banen nogmaals uitgebreid voor Cathalijne gezongen.

Veters gestrikt, jassen uit, feesthoedje op, biertje erbij. Het bowlen kan beginnen. Zoals bij menig al bekend is telt de eerste ronde van bowlen mee voor de punten voor de o-zo gewilde titel ‘Akrisser van het jaar’ en dus was er volop spanning te voelen in de groep. Of was dat eerder voor de shotjes die je kon winnen bij verschillende spellen tijdens het discobowlen (met o.a. welke baan

het hardst meedanste, het hardst meezong, het hardst meezwaaide, en de duo-opdracht van Stijn O. en Maurice, waarbij ze goed opweg waren met het sterretje aansteken (uitermate knap) en Maurice rondrennend met Stijn O. op zijn rug, maar waarbij ze helaas in het donker tastten met het omdoen van een Glowstick). Met een score van 111 is als derde geworden, en nu tevens eigenaar van een heerlijke reep Toblerone, Lisanne! De tweede plek is met een goeie twee punten extra, en dus een score van 113, veroverd door de persoon die ‘leeft’

 voor Dré Hazes, Louise. Met als passende prijs een bierpakket (misschien in te ruilen tegen Baileys?). En op de eerste plek ben ikzelf (Mayke) geëindigd. Mijn score was 129 en ook ik ben nu eigenaar van een bierpakket waar ik spoedig aan zal beginnen.

Na de foto’s van de prijsuitreiking vertrok een groot deel van de groep richting Doornroosje waar de rest van de avond en nacht zich voltrok bij het Beestfeest van de bèta faculteit. Iedereen bedankt voor het creëren van de leuke sfeer, ik vond het een mooie en geslaagde avond!

Nieuwe trainer!

Het is alweer een aantal maanden geleden dat René plaats maakte voor Lars. Maar wie is Lars precies?

Lars Wildenborg is 29 jaar en woont in Nijmegen. Na 3 jaar SPW studeren in Groenlo is Lars naar de HAN gegaan en heeft Sport, Gezondheid en Management in 2012 afgerond. Lars is fulltime tafeltennistrainer, coach en begeleidt hij enkele jeugdspelers. Hobby’s van Lars zijn stappen in Nijmegen of op de kermis en reist hij regelmatig. Zo heeft Lars afgelopen jaar een trainingsstage gevolgd in Chengdu (China). Zijn passie voor tafeltennis zie je duidelijk terug bij Lars! Andere afleidingen na tafeltennis zijn voetbal en (Dynamic) tennis.

Als laatste vroeg ik aan Lars; “Wat was je verwachting van Akris en hoe bevalt het nu?” Lars: “Mijn verwachting was om kennis te gaan maken met een gezellig clubje mensen die in zijn voor een drankje! Voor de eerste training had ik nog een blanco idee, omdat het lastig is om een beeld te vormen als je geen vergelijkingsmateriaal hebt. Wat ik bij Akris zie, is een mooie combinatie tussen interactie met studenten die ook wat te leren krijgen in dezelfde tijd. Er is een leuke omgang in de groep. De groep is divers, zowel persoonlijk als niveau. Tafeltennis is een individuele sport, maar bij Akris merk je duidelijk een groepsgevoel!

Vreemde voorwerpen toernooi (verslag Frederick)

Op woensdag 28 oktober, in de vakantie, was het zover. Het vreemde voorwerpen toernooi. Langzaam stroomde de zaal vol met deelnemers én voorwerpen. Van koekenpannen tot leesboeken, het kon allemaal.

Met maar liefs 15 deelnemers begonnen wij aan de poulefase. Ik speelde zo onder andere met een houten lepel, sigarendoosje en een hockeystick. Vooral de hockeystick was een hele uitdaging. Na mijn verliespartij met de hockeystick won ik de laatste poulewedstrijd, waardoor ik eerste werd in de poule.

Na de poulewedstrijden werden alle nummers 1 gekoppeld in de poule (Tom, Jaco en ik). Nadat Tom de eerste wedstrijd won van Jaco, was het daarna de beurt aan mij. Deze won ik met 2-0, waardoor het een echte finale werd tussen Tom en mij. Het werd letterlijk een sPANnende wedstrijd. Tom stond erop om met de pannen te spelen. Deze wedstrijd wist ik te winnen. Het was een heel gezellig toernooi. Iedereen is weer gelijkwaardig aan elkaar en vooral de gezelligheid was duidelijk aanwezig! Ik zeg, volgend jaar weer!

Bowlen (verslag Louise)

Na jarenlange ervaring kan ik toch wel stellen dat het bowlen (onze jaarlijks terugkerende eerste activiteit) bij uitstek de meest geschikte activiteit is om het nieuwe jaar mee in te luiden. Niet alleen omdat bowlen bij velen een geliefde activiteit is, maar ook omdat het ‘disco’gehalte van deze activiteit er voor zorgt dat het nieuwe jaar met veel sfeer wordt ingeluid. De nieuwe zieltjes (overgehouden aan de introductie of het introtoernooi) en de oude knarren komen nader tot elkaar onder het genot van een drankje, met op de achtergrond rollende ballen.

Ook dit jaar was er een mooie mengelmoes van deze nieuwelingen en al ingeburgerde Akrissers. De groep werd over 3 banen verdeeld en de sfeer zat er meteen goed in. Zoals altijd is het eerste rondje bowlen belangrijk om punten te scoren voor Akrisser van het jaar, maar ook om een mooie prijs in ontvangst te mogen nemen. Na een paar worpen wordt de scheiding tussen kanshebbers op de winst en ‘falers’ al duidelijk. Misschien is dit ook wel terug te zien in de reacties op de ‘disco’- omroeper. Want discobowlen betekent natuurlijk ook dat er shotjes gewonnen kunnen worden door een strike te gooien wanneer de gouden pin vooraan staat, maar ook door hard meezingen of dansen. Menig Akrisser was dan ook bij tijd en wijle dansend (op stoeltjes) terug te vinden. Zo werden er zelfs shotjes gewonnen door de haast perfect uitgevoerde dans op K3 muziek. Tsja, laten we het maar niet hebben over het niveau van de muziek…

Terug naar de bowl-kwaliteiten. Sommige scores logen er niet om. Maar er waren haast geen teleurgestelde gezichten te zien: de sfeer zat er goed in. Er kan er maar een de beste zijn. Dit jaar bleek dat Tom te zijn. Na de prijsuitreiking ging een gezellige groep nog lang door om extra dansjes te doen (geen K3 meer).

Akrisweekend Leuven (verslagen Frederick en Maurice) Foto-opdracht: 2 teams, strijdend om een felbegeerde prijs: Wie wint de foto-opdracht in het prachtige Leuven?!

Verslag groepje Frederick, Louise, Sander, Thomas, Marco, Stijn, Adrien en Ruben: 

Met een mooi zonnetje in de rug gingen beide teams op pad vol creatieve gedachtes. Wie maakte de beste, meest creatieve foto’s bij de bekenste culturele stekjes van Leuven? Natuurlijk had ons team de beste papieren. Dit hebben we ook absoluut bewezen! Zo begon het op het Centraal station. “Haastige spoed is zelden goed” zeggen ze. Helaas snapt Louise het nog steeds niet.

Terwijl we doorliepen kwamen we uit bij de Openbare Bibliotheek. Een fraai gebouw om een foto voor te maken, maar nog veel mooier om er een foto van boven te maken! Zo gezegd, zo gedaan. Nadat iedereen de tickets veilig had opgeborgen (hé Stijn),kwamen we op grote hoogte aan. Eenmaal boven maakten wij de groepsfoto anno 2015, met een selfie natuurlijk! Gelukkig had er niemand hoogtevrees! Nadat we aandachtig het prachtige Leuven van boven hebben bekeken, gingen we door richting ‘t Fonske. Voordat we daarheen gingen om te zwemmen, heeft Ariël ons zwemles willen geven (en tevens ook een foto). Wij vingen in ieder geval geen Bot(je) antwoord.

Bij aankomst van het Fonske dacht Stijn… ‘’Goh, even voorover leunen’’, dat kostte hem bijna een stukje Leuvense geschiedenis. Na alle ‘schrik’ die we daarvan kregen, hebben wij toch nog even eens goed gedoken! Wat Thomas aan het doen is, is nog steeds een raadsel…

Vervolgens kwamen wij aan bij de grote kerk op de markt. Tot onze verrassing bleek er een bruiloft gaande. Een vrij bijzonder moment, waar natuurlijk ook foto’s van zijn. Even later, tot grote schrik bleek Ruben zo geinspireerd te zijn, dat hij Louise ter huwelijk vroeg. En ja hoor, Louise smolt helemaal weg en zei gelukkig: ‘’JAAAAAA’’. Met het pas getrouwde paar vervolgden we onze weg richting het Klein Begijnhof. Ondanks dat Louise gek is op ‘groepsstapelen’, is er toch voor gekozen om samen het woord Leuven te spellen.

Uiteindelijk kwamen we aan bij de laatste plaats: De oude markt, tevens (de langste!!) barstraat van Europa. Wat kenmerkend is voor een markt is natuurlijk de handel. Zo is op bijbehorende foto te zien dat Frederick flink aan het handelen is met de rest. Pennen, snoepjes, oordopjes, noem het maar op (zijn geliefde Twente-sjaal niet inbegrepen). Met deze winst gingen we aansluiten bij het andere groepje waarop we nog lekker op het terrasje gezeten hebben!

Verslag groepje Maurice, Jorien, Rutger, Mariska, Mark, Lucas, Luc en Tobi:

Ons groepje begon de foto-opdracht met een zonnige foto op het station. Hier is duidelijk te zien hoe wij een trein na doen. Toch? Hoewel we ook bij een aantal locaties filmpjes hebben gemaakt, zijn deze niet geschikt voor kleine kinderen en daarnaast ook te groot om op deze pagina te zetten. (Wel een aanrader!) Er werden ook onschuldige foto’s gemaakt, waarbij grootvader Luc met zijn 6 gangsters de uitgang van de St. Pieter kerk overziet.

Er was nogal wat onduidelijkheid over de Grote/Oude Markt dankzij bepaalde niet nader te noemen individuen *kuch Louise kuch*, waardoor wij voor de zekerheid ook een foto hebben genomen op de Grote Markt, die Lucas voor de duidelijkheid nog maar even had aangewezen. En… zoals sommige Akrissers allang hadden voorspeld, heeft Maurice eindelijk toch Mariska om haar hand gevraagd! De (schoon)familie was ook present zodat ze meteen konden trouwen in het stadhuis.

Zo hebben we ook een uitstapje gemaakt naar het GROTE Begijnhof en hier de Titanic nagespeeld. Lucas begeleidde ons met prachtige muzikale klanken die de moeite waard zijn om terug te luisteren op film. In de Universiteitsbieb stond een leuk foefje waarmee we een reflectie foto hebben gemaakt. Als je goed naar die foto kijkt zijn de meesten enigszins te identificeren.. ongeveer dan.

Omdat ’t Fonske eerder die dag bijna was verwoest, zijn we er maar voor gaan staan om de schade te verbloemen. De gelijkenis is sprekend. Ten slotte moesten we nog een foto maken van de Oude Markt, maar onze inspiratie was op. Ruben (van het andere team) bood uitkomst.

P.S. Het feit dat deze fotocollage compleet amateuristisch is doet natuurlijk niets aan het feit dat de foto’s van topkwaliteit zijn. Met advies van fotograaf R. Pepijn v. L. mag duidelijk worden dat wij de terechte winnaar zijn van de foto-opdracht.

De Open Herpse

Met slaperige oogjes kwamen wij (Joep, Mayke, Stijn en Luuk) om 9 uur aan in het altijd pittoreske Herpen. We waren hier om mee te doen aan het jaarlijkse tafeltennistoernooi van het dorp, waar Stijn niet toevallig vandaan komt. Na lichter (het inschrijfgeld) en zwaarder (het ontbijt van de Plus) te zijn geworden, was het tijd om te beginnen. 

In de groepsfase moest ieder het tegen drie of vier tegenstanders opnemen. Een vroegtijdig hoogtepunt was de clash van Stijn versus zijn moeder, die natuurlijk door onze wedstrijdsecretaris gewonnen werd.  Na de groepsronde mochten Luuk, Stijn en Joep door naar een winnaarspoule, waarin we alledrie (plus nog een deelnemer) bij elkaar werden gezet. Na meerdere veldslagen mochten Stijn en Luuk door naar de halve finales, wat helaas het eindstation bleek voor hen.

Het wachten tussen wedstrijden werd opgevuld door eten, kletsen, nogmaals eten en vrij spelen. In andere woorden: het was een relaxed dagje. Rond vieren tuften we weer naar huis na een tof toernooi.