Verslag van het OATK 2019

Het OATK 2019: chaos en gezelligheid

Marieke van Egeraat

In het weekend van 13 en 14 april was het weer zover: de Open Akris Tafeltennis Kampioenschappen stonden op het programma. Expres noem ik het hele weekend, want wat is dit toernooi zonder haar legendarische stapavond op de avond voor het toernooi. Ook dit jaar reisde een grote groep deelnemers al op de zaterdag naar Nijmegen om tot in de late uurtjes door te dansen in het gezellige centrum van Nijmegen.

              Dat begon in ons sponsorcafé, We Gaan Beginnen. Het bier vloeide al rijkelijk, de eerste nieuwe contacten werden gelegd en rond een uur of 1 vertrokken we met zo’n dertig man richting het centrum. Daar is het altijd afwachten waar we belanden, want zie maar met zo’n grote groep ergens binnen te komen. Gelukkig is er altijd nog het totaal uitgestorven Malle Babbe, waar we voor het tweede jaar op rij dus maar naar binnen gingen. Verder valt er niet veel te klagen over deze kroeg: ze draaien meezingers en ze verkopen alcohol. Zo veeleisend zijn we immers niet. Die twee voorwaarden bleken ook deze nacht garant te staan voor een leuk feestje. Verschillende momenten verdienen daarbij nog enige aandacht, zoals het wegsneaken van twee Akrissers naar de voorkant van Malle Babbe om daar hopelijk niet gespot te worden. Dat is helaas mislukt. En ook de nachtelijke avonturen van een jongen van Thibats mogen niet onbesproken blijven. De jongen in kwestie zou netjes bij Mariska blijven slapen, maar vond het rond een uur of 5 nog steeds niet genoeg. Ervan overtuigd dat Thomtom de plek was waar hij nog een meisje kon regelen (think again…), zette hij zijn tocht in zijn eentje voort. Gewaarschuwd dat hij niet meer bij Mariska naar binnen zou kunnen, ging hij toch op pad. Wonder boven wonder kwam hij later Robin nog tegen en kon bij hem op de bank neerploffen. Een goede nachtrust zal dat niet opgeleverd hebben, wat de volgende dag ook wel te merken was.

              De volgende ochtend vroeg stond de commissie, aangevuld met twee vrijwilligers (of nja, eentje eigenlijk, de ander had haar slaap hard nodig!) al weer klaar om mensen te ontvangen. Het verschil tussen de brakke stappers en de fris en fruitige andere deelnemers was aanzienlijk, met name in de aankomsttijd. Gelukkig was uiteindelijk iedereen binnen en kon er gespeeld worden. In de ochtend ging dat verbazingwekkend vlekkeloos: de poules gingen lekker van start en er werd goed doorgespeeld. Of althans, zo leek het… Pas tegen de middag, toen de dubbels moesten beginnen, werd duidelijk dat het allemaal toch wel wat langer duurde. Toen vervolgens in de dubbelpoules ook nog eens de eerste twee teams doorgingen (en niet zoals gewoonlijk alleen het eerste), bleek de tijdsplanning niet meer haalbaar. Voor de commissie betekende dat ongeveer twee uur aan complete chaos en stress, maar zo rond een uur of 4 bleek de schade te overzien, was de vervolgronde van de enkel weer onderweg en waren de meeste deelnemers weer lekker aan het spelen. Rond een uur of 6 konden we de winnaars bekend maken. In Open I bleek de vereniging Red Stars uit Venray de overduidelijke winnaar: zowel de nummer 1 (Tom Thijssen) als de nummer 2 (Sem van Gameren) kwamen van deze vereniging. Gelukkig waren er in de andere klassen nog vele andere winnaars. Opvallend overigens dat Akris er zelf bekaaid van afkwam: niemand wist een prijs binnen te slepen. Volgend jaar iets minder hard stappen misschien?

              Na het toernooi begaf een grote groep zich wederom naar het sponsorcafé. Daar werd een smakelijke maaltijd geserveerd. Nog even werd er nagekletst om vervolgens moe naar huis af te reizen en gesloopt op bed neer te vallen. Ik in ieder geval wel.

Interview Stephan Tromer

In gesprek met de Nederlandse Studententafeltenniskampioen: Stephan Tromer

Louise Lemmens en Marieke van Egeraat

 

Op woensdag 8 mei hadden wij een bijzondere gast tijdens de training: niemand minder dan de Nederlandse studententafeltenniskampioen, Stephan Tromer, kwam met ons meetrainen. Gewaarschuwd voor het verschil in niveau besloot hij toch af te reizen vanuit Zoetermeer naar ons Sportcentrum in Nijmegen. Tijdens de training kregen sommigen de mogelijkheid om tegen hem te trainen en na afloop was er nog genoeg tijd voor enkele wedstrijdjes. Moe, maar voldaan streken wij vervolgens neer voor een interview voor ons befaamde clubblaadje, de Akriskras. 

            Stephan is student in Delft en studeert daar technische informatica. Naast zijn studie spendeert hij veel van zijn tijd aan tafeltennis. ‘Ik probeer elke dag iets met tafeltennis te doen: zelf trainen of training geven’. Vanaf een jaar of elf beoefent hij deze sport en hij is er trots op het hoogste niveau in Nederland, de eredivisie, bereikt te hebben. Ondertussen speelt hij in België op het één-na-hoogste niveau, want ‘daar kan ik veel meer wedstrijden spelen dan hier. Als je alles speelt kan je daar 88 wedstrijden spelen!’. Bovendien is hij regerend studententafeltenniskampioen, voor het tweede jaar op rij. Of hij volgend jaar weer meedoet aan het NSK is nog even de vraag. Ten eerste hoopt hij na dit collegejaar klaar te zijn met zijn studie en ten tweede laat de agenda het wellicht niet toe.

            Op zijn elfde ging Stephan dus op tafeltennis, na eerst op voetbal gezeten te hebben. Dat beviel alleen niet meer, maar hij moest van zijn moeder wel een sport blijven doen: ‘Toen zijn we door het telefoonboek gegaan, van de a naar de z en weer terug. Uiteindelijk kwamen we bij tafeltennis uit’. Vervolgens heeft hij wel ook zijn broer meegetrokken naar de club (Laurens Tromer, speelt voor het nationale team). Op zijn vijftiende besloot Stephan weer van tafeltennis af te gaan om nogmaals voetbal te proberen, want het liep allemaal niet zo lekker bij zijn club. Twee jaar later vinden we hem echter weer terug met een batje in de hand, want op zijn zeventiende begint hij opnieuw aan tafeltennis. Deze keer met één doel: ‘Toen ik begon heb ik altijd gezegd “ik ga de eredivisie halen”. Toen geloofde niemand mij’. Maar met veel trainen, ‘elke dag één of twee keer’, heeft hij dit doel wel gehaald.

            Toen Stephan in 2017 nationaal studentenkampioen werd, mocht hij afreizen naar Coimbra, Portugal voor de Europese Studententafeltennis Kampioenschappen. Samen met wat studenten van Thibats, Enschede (waaronder Martijn Heemskerk, die volgend seizoen in ons eerste team speelt!) heeft hij er daar een leuke week van gemaakt. Zo schijnt er een filmpje te zijn van Martijn: ‘Hij moest misschien naar het ziekenhuis en ik heb de reden waarom vastgelegd’. Kans maakten ze overigens niet, want hoewel Stephan nog wel wedstrijden won, werd de rest wel van tafel geslagen. Waarom nam Stephan dan toch hen mee? ‘Ik was ze op het NSK tegengekomen en dat leek me daarom ook wel gezellig. Het ging ook niet echt om het winnen daar’. Dit jaar gaat Stephan helaas niet naar het ESK, vanwege de drukte van studie en misschien een nieuwe baan zoeken.

            Misschien zien we Stephan in de toekomst trouwens wel vaker in onze omgeving. Hij is namelijk van plan om na zijn studie naar het oosten te verhuizen. Helaas is Nijmegen geen optie, maar Zwolle staat wel hoog op het verlanglijstje: ‘Hier is het meer relaxed, meer open’. Prioriteit één is echter eerst een baan vinden, zodat hij op den duur een huisje in het oosten kan kopen [Ondertussen heeft hij een baan gevonden in Barendrecht. Dus het oosten moet nog even wachten]. Dat is wel een stuk makkelijker dan in de Randstad: ‘De huizen daar zijn echt belachelijk duur. Je kan bijna een alleenstaand huis kopen in het oosten voor hetzelfde geld als een kamertje van twintig vierkante meter in een achterbuurt in de Randstad’. ‘Mijn tafeltennisvrienden wonen bovendien over het hele land’, dus alleen zal Stephan zich niet voelen.

            Stephan heeft nog als doel om in België vast op het hoogste niveau mee te kunnen doen, maar spelen tot zijn tachtigste ziet hij niet helemaal zitten. ‘Ik weet niet of ik het dan nog leuk zou vinden’. Minder worden ziet hij namelijk niet zitten. ‘Als ik nu al een blessure heb en ik speel minder, vind ik het al minder leuk. Dan moet ik echt een maand niet spelen om er weer heel veel zin in te hebben’. Aangezien hij straks werkt, denkt hij dat hij ook minder vaak zal trainen en dat heeft meteen invloed op het niveau.

            We vragen Stephan ook nog even naar het verschil tussen tafeltennissers op hoog niveau en op lager niveau. Zijn tafeltennissers op hoog niveau namelijk ook een beetje typisch? ‘Volgens mij is dat wel minder’, antwoordt Stephan, ‘maar tafeltennis is natuurlijk zo op de details dat je wel echt gefocust moet kunnen zijn. Je moet echt in je eigen wereldje kunnen blijven’. Heeft hij dan ook echt gekke gebeurtenissen meegemaakt? ‘Er zijn altijd wat aparte dingen, zoals heel onsportief gedrag. Ik heb één keer meegemaakt dat iemand zijn batje na de wedstrijd weg wilde gooien, maar hem tegen de scheidsrechter aangooide. Hij kreeg alleen maar een boete van vijftig euro’. Tafeltennis is dus wel een heel mentale sport. Op hoog niveau zijn ze daar dan ook veel mee bezig, ‘je kan een rondje lopen, ademhalen, je eigen routine voor het serveren. Je moet er wel echt mee bezig zijn hoe je daarmee om kan gaan. Het kan wel echt het verschil maken in de wedstrijd’.

            Dat is dan ook het advies van Stephan voor alle tafeltennissers en Akrissers specifiek: ‘Wat belangrijk is om punt voor punt te spelen en je tijd te nemen. Techniek komt pas later, want je kan pas de goede techniek spelen als je er klaar voor staat. Probeer ook elke bal met een idee te spelen, zeker de service. Dat is het enige moment wat je helemaal zelf in de hand hebt’. En heeft hij dan ook nog een tip voor de vereniging? ‘Zoek een trainer die jullie echt beter wil maken en die voor iedereen de tijd neemt’. En met deze wijze woorden sloten wij het interview af.

Interview: de komst van René, de opkomst van Akris

Veel jongere Akrissers zullen weleens van de naam René hebben gehoord, maar weten niet precies wie hij is. Bij de oudere Akrissers is hij nog steeds geliefd, onder andere vanwege zijn beroemde wisselsysteem. Tijd voor de Akriskras om beide groepen (opnieuw) kennis te laten maken met de oud-trainer, die zeven jaar bij ons training heeft gegeven. Van het begin tot het einde: René vertelt over zijn loopbaan bij Akris en deelt zijn geheimen van het trainersvak.

Toen René in 2009 bij Akris kwam, was onze vereniging bijna ter ziele. ‘Op dat moment waren er op papier nog 20 leden, maar daarvan waren er tien die waarschijnlijk nooit een batje hadden vastgehouden. Zij waren lid geworden omdat een vriend dat vroeg – zodat de club kon zeggen dat ze nog leden hadden. Ik denk dat op dat moment er nog tien actieve leden waren’, zegt René. ‘Mijn eerste gedachte was: klein clubje hier.’

Een van de redenen hiervoor lag aan de situatie dat er een poosje geen goede trainer aanezig was. ‘Lange tijd is er geen trainer geweest met gevoel voor de doelgroep, met gevoel voor studenten, die voor langere tijd training gaf’, aldus de oud-trainer. ‘Toen ben ik gevraagd door Coosje Holterman en Dave van Toor of ik bij Akris training wilde geven. Zij speelden toen tegelijkertijd bij Akris en ATC (het huidige Tafeltennis Nijmegen): bij Akris voor de gezelligheid en bij ATC voor de competitie.’ Het antwoord op de vraag zal duidelijk zijn.

Na de komst van René ging de vereniging snel in de lift omhoog. Anderhalf jaar na zijn aanstelling groeide Akris naar 45 leden. ‘Dat kwam deels door mij. Het helpt dat er een trainer staat die er elke week is. Dat zorgt voor herkenbaarheid. Ook was er een goede voorzitter en het was daarnaast gewoon geluk hebben. Het aantal mensen dat interesse in tafeltennis heeft was dat jaar toevallig hoog. Er kwamen veel mensen bij ons tafeltennissen die elders al getafeltennist hadden.’ Het ging dus opeens erg snel en de trainingen werden goed bezocht.

De geboorte van het wisselsysteem

Het omgaan met zo’n grote groep was niet altijd even makkelijk. ‘Het was hard werken’, herinnert René zich de drukke trainingen. ‘Je weet dat je aan technische aanwijzingen niet toekomt. Je legt de oefening uit, zorgt dat ze overal weten wat er gespeeld moet worden, maar kan niet even gaan kijken waarom er iets fout gaat.’ Toch probeerde onze oud-trainer iedereen wat aandacht te geven. ‘Er zijn altijd wel een paar makkelijke opmerkingen. Door de knieën, meer bewegen of mooie bal. Dat zijn aanwijzingen die je heel makkelijk kan geven. Dan laat je toch even zien dat je er bent, waardoor er beter wordt getraind.’

Ook was er een tijdlang een hulptrainer – meestal een ouder lid van Akris. Volgens René is een hulptrainer niet per se een goed idee. ‘Als iemand mij assisteert die nog niet veel ervaring heeft, moet ik diegene ook begeleiden. Dat kost veel tijd, dus het directe rendement ervan was niet heel hoog.’ ‘En er wordt vaak voor gekozen om de ervaren trainer de beste leden te laten trainen en de hulptrainer de minder goede leden training te geven. Daar ben ik niet altijd voorstander van, want het grootste verschil maak je juist bij de mensen die minder lang spelen. Daar kan je de basis nog goed neerzetten.’

De beroemdste manier van René om met de drukte om te gaan was zijn wisselsysteem. Hij ontwikkelde dit systeem om met grote groepen om te kunnen gaan en tijdens de training weinig aandacht te hoeven geven aan het wisselen. ‘Iedereen op de goede plek zetten kost drie minuten in het begin. Dat lijkt heel veel tijd, maar dat haal je er sowieso wel uit omdat je tussendoor niet hoeft te wisselen’, meent René. ‘Als je zelf op een training een opstelling wilt maken kost het normaal gesproken te veel tijd. Je wordt er echt diep ongelukkig van.’

‘Ik had er op een gegeven moment een wiskundig systeem voor bedacht’, legt René uit, waarna hij begint met het uittekenen ervan. ‘Je maakt bij de warming op een lijst met namen op volgorde van sterkte’, start hij zijn verhaal. ‘Je begint hier… Wacht, het kan zijn dat dit niet helemaal klopt. Ik teken wel een nieuwe versie’ Een tweede versie wordt getekend. ‘Het kwam erop neer dat je bij drie keer wisselen twee keer tegen een sterkere, en twee keer tegen een zwakkere moest. Het mooie van het systeem is dat je het met hele grote groepen kan doen en je niet in subgroepen hoeft te onderscheiden.’

Het verhaal wordt weer door René zelf onderbroken terwijl hij naar zijn tweede versie kijkt. ‘Ik zit even te kijken of ik hem heb. Wacht. Zeven of acht, dat is een duo dat ongeveer even goed is. Eehm. Ik ga dadelijk even puzzelen, en dan krijg je hem.’ De versie die als afbeelding erbij staat is de derde poging, die René voor ons na het interview heeft getekend. ‘Hoe dan ook, ten grondslag van het systeem ligt een soort volgorde van spelers op volgorde van goed naar slecht. In de meeste gevallen moet je tegen twee beteren en twee slechteren en elke keer schuif je een plekje naar rechts door.’ Het wisselsysteem zorgde er dus voor dat René tijdens de training geen tijd meer hoefde te investeren in het wisselen, waardoor er meer aandacht kwam voor het geven van inhoudelijke tips.

Het einde bij Akris

Er werden dus veel oplossingen bedacht om te kunnen omgaan met zo’n grote groep, maar ze waren niet de gehele tijd nodig. De drukte op de training varieerde tijdens de trainerscarrière van René. Meestal waren er veertien tot achttien Akrissers op de training. Ook hielp René Akris door zijn contacten met het sportcentrum (‘ik deelde de kleedkamer met Peter Gijsberts’ – een van de directeuren van het sportcentrum) en deelde hij zijn kennis met de opvolgende besturen van Akris.  ‘Als trainer bij het sportcentrum heb je ook een ondersteunende taak. Het is dus goed af en toe gevraagd en ongevraagd wat advies te geven of wat dingen in perspectief te plaatsen.’

In 2016 gaf René aan te gaan stoppen bij het toenmalige bestuur. Zijn besluit om te stoppen had niks te maken met dat hij de trainingen niet meer leuk vond. Gevraagd waarom hij stopte antwoordt René simpelweg: ‘Omdat ik een baan in Tilburg kreeg en dat lastig te combineren was met de trainingen’. Het afscheid nemen van Akris was moeilijk, ‘maar het is goed dat ik geen training ben blijven geven. Het heen- en terugreizen was niet te doen geweest’, verklaart hij. Voor het afscheid hadden de Akrissers een mooi boek gemaakt. ‘Er staat van alles in. Foto’s, herinneringen, berichtjes. Alles wat ze verzameld hadden in de tijd dat ik trainer ben geweest.’

Terugkijkend op zijn tijd bij Akris noemt René zijn belangrijkste drijfveer ‘zorgen dat er fijn getraind werd in een prettige sfeer. Daar word je blij van, als je hard training hebt gegeven. En daarna in de kantine kan je gezellig doen’, lacht hij. ‘Ik houd wel van een biertje’.

Ook zegt de oud-trainer bij Akris geleerd te hebben te relativeren. ‘Ik kreeg minder hoge verwachtingen. Ze komen als ze komen en het is maar de vraag of beter worden het belangrijkte is. Het gaat er vooral over dat de leden lekker gespeeld hebben.’ Zelfs zijn eigen rol binnen Akris relativeert hij. ‘Er zijn wel leden beter geworden, maar of ik daaraan in grote mate heb bijgedragen weet ik niet’, zegt hij bescheiden. Hoewel de trainer presteren ook belangrijk vind, staan ze duidelijk op de tweede plek bij de gezelligheidstrainer.

René tafeltennist zelf nog steeds bij TN en laveert al enige tijd tussen de tweede en derde klasse. Hij is gestopt met zijn gewoonte bij het spelen om ‘lieverd’ tegen zichzelf te roepen als hij een bal mist, omdat zijn tegenstanders hem ook zo gingen noemen. Toch is hij nog steeds makkelijk te identificeren: zoek de filosoof met het biertje in zijn hand. Mocht je hem eens zien ga dan vooral het gesprek eens aan, want René weet veel over Akris, het trainerschap en – voor de kenners – filosofie.

Taveres Teamtoernooi: Akrissers de beste!

Eindhovuh de gekste. Mogelijk het meest misbruikte zinnetje van, eehm, Eindhoven, maar waarschijnlijk wel van toepassing op de Eindhovense Studenten Tafeltennis Vereniging Taveres. Al is Eindhovuh de zatste op hen meer van toepassing. En de Akrissers? Die waren beslist de beste (in Exploding Kittens).

Over de afkomst van het gekkenzinnetje gaan verschillende theorieën rond. Op het internet vond ik de volgende verklaring: ‘Het is allemaal compensatiegedrag. Den Bosch is natuurlijk de hoofdstad van Noord-Brabant en van het carnaval, terwijl Eindhoven de grootste stad van Noord-Brabant is. Om dit allemaal een beetje te compenseren roepen we allemaal dat Eindhoven de gekste is.’ Eindhoven heeft natuurlijk wel wat om te compenseren. Het is de meest criminele stad van Nederland, over het Stratum hoef ik niet veel woorden vuil te maken en echt mooi, laten we eerlijk zijn, is Eindje ook niet.

Een van de weinige lichtpuntjes die de stad had was het Internationale Tafeltennis Toernooi (ITT), het grootste studenten tafeltennistoernooi van Europa. Honderden enthousiaste tafeltennissers trokken jaarlijks naar de stad om een weekend vol gezelligheid en tafeltennis te beleven. Tot in 2014 Eindhoven haar volgende slachtoffer nam: het ITT leek, net als het hoofdkantoor van Philips, haar laatste uur te hebben geslagen. De stad had zelfs niet langer het ITT meer om haar gebreken te kunnen compenseren.

Na een paar moeilijke jaren is de vereniging die het ITT organiseerde, Taveres, tegenwoordig weer in een wat betere staat. Een renaissance van het ITT staat hierom voor volgend jaar op de planning, maar dit jaar werd er al een testtoernooi gehouden om de organisatie in de vingers te krijgen. Natuurlijk mocht Akris hier niet bij ontbreken. Deelnemende koppels waren Joep met Stijn, Louise met Luuk, Marieke met Wietse, Robin met zijn vader en Thierry met zijn suprise-partner. De Akrissers zouden eens laten zien dat ook Nijmegen gek (goed) kan zijn.

Het toernooi had dankzij de teamvorm een andere opzet dan de meeste reguliere toernooien. Als eerste werd een dubbel gespeeld, waarna de beste tegen de beste speler speelde en de slechtste tegen de slechtste. Nu waren de beste en slechtste relatief, want veel partners waren ongeveer even goed, maar in theorie moest dit wedstrijden op het eigen niveau opleveren. Veel wedstrijden waren inderdaad spannend. Er waren twee klassen, die ieder twee poules van vijf duo’s hadden, waarna er gestreden werd om de uiteindelijke eindklassering.

En gestreden werd er, met goede resultaten van Akrissers tot gevolg. In de B-groep werden Thierry en zijn partner eerste, Louise en Luuk derde, Joep en Stijn vijfde en Wietse en Marieke negende. Bij de A-groep werd Ruben tweede en Robin kwam niet in de buurt van het podium. In plaats van bekers werden er aan de top drie oorkondes uitgereikt, wat een beetje tragisch was.  Verder opmerkelijk: In de B-klasse was er een speler van Taveres die eigenlijk veel te goed was voor deze klasse, maar beloofde zich helemaal lam te zuipen om onder zijn niveau te spelen.

In de bar na afloop bleek dat hij niet de enige Taveres-speler was die gedurende de dag flink had doorgehaald. Een paar spraken zonder het door te hebben met dubbele tong en ondanks de reeds aanzienlijke hoeveelheid genuttigde alcohol, bleef de tapkraan in opdracht van Taveres voortdurend open staan. Het was een mooie gelegenheid om beter kennis te maken met sommige Taverianen en binding tussen de verenigingen te versterken. Zo bleek dat er bij Taveres iemand rondliep die nóg langer lid is dan Louise en Mariska bij ons en dat Akrissers superieur Exploding Kittens spelen.

Blij maar vermoeid reed de laatste auto uiteindelijk om elf uur aan uit Eindhoven. Marieke klaagde in de auto nog over het gekibbel van Joep en Stijn, maar die compensatiestrategie hadden zij uit Eindhoven meegekregen. In elk geval hoefde Taveres die strategie niet toe te passen, want het toernooi was zeker niet om je voor te schamen. Hopelijk kunnen zij deze lijn doorzetten en volgend jaar weer een geslaagd ITT organiseren.

De man achter de schermen: de maker van de TT-app

In het leven van de gemiddelde Akrisser, wellicht wel van de gemiddelde tafeltennisser, kan één ding niet ontbreken: de TTapp. De competitiespelers maken er hun planning in en op een normale vrijdagavond, zeker op de laatste dag van het competitieseizoen, wordt de app angstvallig in de gaten gehouden om de tegenstanders in de gaten te houden. Toch zijn de meeste gebruikers zich er onbewust van dat deze app niet officieel van de NTTB is. In plaats daarvan wordt de app gebouwd en onderhouden door één man, spelend bij TTV Hilversum: Toni van de Wiel.

Het begin van de app

Toen hij die ‘draak van een website uit 1991 ofzo’ zag van de NAS (NTTB Administratie Systeem) begon er bij hem iets te wringen. Dit moest beter kunnen. Aangezien Toni ‘wel een achtergrond heeft in het hacken’ leek hij geschikt voor deze taak. Het begin van de TTapp bestond dan ook uit het wegtrekken van informatie uit NAS, dit in een database stoppen en zelf een nieuwe interface maken waardoor de data wel goed leesbaar was, zodat ‘mensen tijdens die wedstrijden die informatie konden zien’. Dit soort ‘hacken’ loopt meestal tegen problemen aan, omdat websites best wel door hebben als iemand ze van afstand leegrooft. Toni begon dus voorzichtig en beperkte zich tot de eigen club. Al snel was het gewenst om toch ook de afdeling erbij te betrekken en zo werd de informatie van afdeling Midden in de app gestopt. Onder het mom van ‘we zien wel waar het schip strandt’ ging Toni verder. Zo belandde uiteindelijk de data van heel tafeltennissend Nederland in de app. Om dit actueel te houden zorgde Toni dat de app één keer per twee seconden refreshte en zo nieuwe informatie van dat oude NAS haalde. Dit kon niet te vaak, want hij mocht geen aandacht op zich vestigen. Nog steeds was Toni eigenlijk aan het hacken.

‘Dat moet ergens een keer stranden en dat gebeurde dus ook. Maart 2015…’ begint Toni onheilspellend. De websitemaker achter NAS ontdekte dat zijn website leeggeplukt werd en Toni werd bij zijn pogingen om informatie van de website te halen geblokkeerd. Hij zocht nog contact met deze programmeur, maar kreeg nul op het rekest. ‘Ondertussen had de NTTB lucht gekregen van die app en die zagen er wel wat in. Zij zorgden ervoor dat de IP-blokkade werd opgeheven’. Dit betekent overigens niet dat Toni direct toegang kreeg tot de gegevens van de NTTB. ‘Zelfs op dit moment heb ik nog geen toegang tot de database van NAS en moet ik het nog steeds op dezelfde manier doen als ik het toen ook al deed door al die pagina’s op te vragen en in een eigen database te stoppen’. De NTTB beloofde nu wel de onkosten van de app te dragen, waardoor Toni de mogelijkheid kreeg de app ook voor iOS uit te brengen.

Ontwikkelingen

Toen kon de app dus echt gaan groeien. Zoals Toni het verwoordt: ‘Tijdens competitieavonden zien mensen die app en vragen: “Wat heb jij? Wat is dat? Dat wil ik ook”’. Zo groeit de app dus organisch door, vooral door mond-tot-mondreclame. Aangezien je elkaar uitnodigt, is de app gebaat bij goede persoonlijke contacten, maar ook afhankelijk van de eerlijkheid van de gebruiker. ‘Je vertrouwt elkaar. Degene waarmee jij die wedstrijden speelt die ken jij dus de koppeling van het bondsnummer met het e-mailadres, dat is vertrouwd. Het is ook bijna nooit fout gegaan’. Bijna, maar zeg nooit nooit. Eén keer ging het wel fout. Toni legt uit: ‘Er waren twee mensen die elkaar niet mochten. Eén heeft een account aangemaakt met het bondsnummer van de ander en heeft toen allerlei fake wedstrijden zitten invoeren. Hij heeft er een enorme puinhoop van gemaakt. De persoon van wie dat bondsnummer eigenlijk was, wilde vervolgens een account aanmaken, maar zijn bondsnummer bleek al in gebruik. Toen ben ik verder gaan zoeken in de historie en kwam allerlei troep tegen’.

‘Eigenlijk staat het nog op mijn verlanglijstje om spelers een waarschuwing te geven als de ingevoerde gegevens niet overeenkomen met NAS’, zo besluit Toni het vorige onderwerp. Dit brengt ons mooi bij de toekomst van de app. Op basis waarvan bijvoorbeeld besluit Toni om dingen toe te voegen? ‘Ik krijg best wel fan-mail met “mooie app, maar kan dat en dat niet toegevoegd worden” en als ik dat zelf ook een goed idee vind, moet ik dat eigenlijk maar eens gaan bouwen’. ‘Ik bekijk dus ook al de apps in andere landen. Er speelt hier een jongen die ook in Frankrijk speelt en die liet mij die app zien. Daar hebben ze een heel leuk overzicht: als je dan kijkt naar jouw persoonlijke pagina, zie je ook hoe jij scoort ten opzichte van jouw regio en in jouw club. Alleen is dit alleen leuk als je ziet dat je bij de beste tien procent zit, mar wat als je de laatste bent? Hoe moet je dat nou presenteren?’. Je ziet, er wordt nog druk nagedacht over hoe de app te verbeteren.

Ondertussen zijn er ook ontwikkelingen aan de kant van de NTTB, want ‘nu zijn ze wel zo ver dat ze het toch als een meer officiële NTTB-app willen gaan zien’. Het is echter nog steeds een particuliere app, waar duizenden uren van een vrijwilliger inzitten. Toni zegt daarover: ‘Nu zit ik in dat stadium [professionalisering, red.] met de NTTB. Zij zien graag bepaalde functies toegevoegd worden en dat is prima, maar dan moet er ook een andere overeenkomst komen. Ze willen bijvoorbeeld wel graag dat uitslagen rechtstreeks NAS ingaan, dus dat het wedstrijdformulier in de app het officiële formulier wordt’.

Uit de hand gelopen hobby

Waardering voor de app komt dus mondjesmaat vanuit de NTTB, maar veel meer geniet Toni van de complimenten die hij krijgt van gebruikers. ‘Sinds een half jaar zit die donatiefunctie erin. Mensen kunnen doneren. Dat is best leuk. De waardering die je daardoor krijgt is groot. Ik had vier bedragen als keuze: één, twee, vijf of tien euro. En tien euro is de meest gebruikte knop’. De fanmail komt bovendien uit heel het land. Limburg bleef overigens een tijdlang achter: ‘niet omdat het Limburg is, maar die hadden al wat anders’. Maar, zoals wel vaker, werd de Limburgse variant weggeconcurreerd door een betere mogelijkheid: Toni’s app. ‘Ik hoop dat mijn app dusdanig groeit dat ik daar mijn inkomsten uit kan halen, mijn baan kan opzeggen en dit soort dingen kan ontwikkelen’. Daar zijn echter wel ook structurele inkomsten van de NTTB voor nodig.

In het dagelijks leven is Toni ICT-er bij een groot marktonderzoeksbureau en ontwikkelt daar softwareapplicaties voor tv- en radio-onderzoek, maar Toni wordt pas echt blij als hij aan zijn TTapp mag werken. Enthousiast legt hij uit: ‘Naast de app komt er nog veel meer bij kijken op de achtergrond: de server, de database, de beveiliging. Ik vind dat gewoon leuk. Dat is een hobby om dat allemaal onder controle te houden. Op mijn werk heb ik al mensen die zeggen wat ik moet bouwen en welk kleurtje het moet hebben. Hier kan ik gewoon helemaal los met nieuwe technieken en experimenten. Zo is het hele telbord ontstaan bijvoorbeeld. Deze realtime-communicatie vraagt om onderzoek en nieuwe experimenten. Een aantal aspecten van de TTapp heb ik vervolgens ook weer gebruikt op mijn werk’.

Op dit moment gebruiken bijna 7500 mensen de app. De statistieken in de app, menuknop TTapp stats, laten een gestage groei zien. Naast al die grafieken ziet Toni bovendien nog twee cijfertjes in zijn versie van de app. ‘Hier zie je wat getalletjes die niemand ziet, alleen ik. Dit zijn het aantal gebruikers wat op dit moment de app open heeft staan. En daarnaast staat de belasting van de server. Als die boven de vier komt, dan begin ik toch wel te zweten’. Op een vrijdagavond houdt Toni dat nummertje dus angstvallig in de gaten. De waarschuwingsmails vanuit zijn monitoringsysteemstromen bovendien binnen als het fout gaat in de app. Hij vertelt bijvoorbeeld: ‘Twee weken geleden kreeg de server echt te veel te verstouwen. Alles vertraagt dan en dan functioneert die niet meer. Toen heb ik dus een extra CPU [processorkracht, red.] bijgekocht op de server’.

En de tafeltennisser Toni? In zijn jeugd speelde hij al tafeltennis, maar stopte toen hij ongeveer zestien was. En hoe hoog speelde hij toen? Toni antwoordt: ‘Laag, heel laag. Ik heb de ambitie wel, maar dat wordt niks. Misschien nog een keer de vierde klasse, maar meer zit er niet in’. Jaren later zocht hij een sport voor zijn twee kinderen: ‘Zij vonden het niet zo leuk, maar toen begon het bij mij weer te kriebelen’. Zo rolde hij dus toch weer het tafeltenniswereldje in. De app is dus echt ontwikkeld door een tafeltennisser in hart en nieren en daardoor ‘sluit [de app] volgens mij hartstikke goed aan bij de spelers’. In de toekomst wordt de app misschien wel een officiële NTTB-app, maar voor nu is dit allemaal nog koffiedikkijken. Belangrijker is het dat we nu weten wie toch zo regelmatig onze mobiele schermen vult met tafeltennisinformatie. Onze conclusie: deze man weet van wanten en maakt zo menig tafeltennisser het leven een stukje makkelijker. Daar bedanken wij hem hartelijk voor!

Het Open Akris Tafeltennis Kampioenschap is jaarlijks een hoogtepunt voor veel Akrissers. Ook dit jaar was het weer een groot succes. Het toernooi rust al jarenlang op drie pijlers: de stapavond, de barbecue en natuurlijk het toernooi. Een verslag in drie delen.

De stapavond

‘Waarom gaan we in hemelsnaam stappen voorafgaand aan het OATK?’, is een vraag die ik mezelf regelmatig stel, maar nog nooit heb kunnen beantwoorden. Totdat ik een zinnig antwoord krijg, lijkt er niks te veranderen. Het resultaat: een groep dranklustige tafeltennissers in Nijmegen. De groep omvatte onder andere veel Akrissers, de Eindhovenaren van Taveres, een paar enthousiastelingen uit Enschede en een hoop gezelligheid. Na wat ingedronken te hebben in We Gaan Beginnen vertrokken we naar de Billabong, die helaas (*kuch, kuch*) gesloten bleek.  

Daarna werd het de Malle Babbe, die van bijna leeg dankzij onze stappers veranderde in bijna vol. Het favoriete café van Rob de Nijs bleek de juiste keus en de voetjes konden van de vloer. Dankzij het vele aangeboden gerstenat kwam iedereen lekker op stoom. De jongens van Taveres vertrokken naar de Stretto, ook wel de Sletto genoemd, maar de rest van de groep bleef gezellig de Malle Babbe bemensen tot diep in de nacht. Helaas moest de dag erop, de rekening worden betaald…

Het toernooi

Ikzelf heb nog nooit zo slecht gespeeld als op de dag van het OATK, 8 april jl. Achteraf denk ik dat het mis ging toen het ontbijt er pas bij aanvang van het toernooi was, terwijl ik speciaal eerder was gekomen om van een lekker ontbijtje te genieten. Ook de traditionele korte nachtrust en mijn aanwezige mega-kater heeft niet geholpen. Pas na de lunch speelde ik weer enigszins normaal, maar moest ik alsnog mijn meerdere erkennen in Jos Langens uit Herpen, die uiteindelijk ook de Open IV heeft gewonnen.

Maar laat ik mijn succes niet afmeten aan de hand van mijn eigen malheur. Het toernooi was een groot succes, met ruim honderd deelnemers op 23 tafels. Graag feliciteer ik ook de andere winnaars: Martijn Laurensen, Gerrit Wijngaards en Jelte van Buren. Al heeft de laatstgenoemde noppen, wat weer een minpunt is. Verder hebben ook veel Akrissers goed gepresteerd, wat voor Luuk en Wietse leidde tot tweede plaatsen in hun klasse.

Daarnaast was er een goedgevulde prijzenkast voor de loterij ten bate van het lustrum, waarbij deelnemers fantastische prijzen konden winnen… In totaal is hierdoor bijna 200 euro opgehaald. Graag wil ik alle Akrissers die een cadeautje hebben ingelegd hiervoor bedanken. Daarnaast wil ik natuurlijk de toernooicommissie complimenteren. Dankzij het harde werk van Celine, Mariska, Robin en Stijn is de dag zo’n succes geworden.   

De afterparty

Zoals een mens niet kan leven zonder zuurstof, kan het OATK niet voortbestaan zonder diner na afloop. Officieel een barbecue, maar officieus een buffet met vlees. In ieder geval bood het €12,50 aan eten, wat door bijna vijftig hongerige tafeltennissers naar binnen werd gewerkt.  Na afloop stroomde WGB langzaam leeg, maar degenen die bleven praatten na over een geslaagd toernooi. Een kater komt bij dit toernooi zeker niet later.

Winnaars 2018:
Open 1
1. Marijn Laurensen
2. Tom Thijssen
Troost 
1. Roy van Leuken
2. Tom Sellies

Open 2
1. Gerrit Wijngaards
2. Robbert Hijbreghts
Troost
1. René Gulikers
2. Charly Hunsicker

Open 3
1. Jelte van Buren
2. Luuk de Boo
Troost
1. René van Dijken
2. Henrike Post

Open 4::
1. Jos Langens
2. Wietse Essink
Troost
1. Geert Wittenberg
2. Lucas Verlinden

 

‘Heel veel geouwehoer’, of een klein inkijkje bij Akris in het Zeroes-tijdperk

In 2018 viert Akris haar vijftigste verjaardag. Dit leek de redactie een goede reden om op zoek te gaan naar verhalen uit de geschiedenis van onze vereniging. Door oud-leden te interviewen hopen we deze anekdotes, wetenswaardigheden en gekke feitjes boven tafel te halen.

Voor dit eerste interview hoefden Joep en ik niet ver te fietsen: slechts de berg op naar TN. Daar in de bar vonden wij ons eerste oud-lid die ons kon vertellen hoe Akris er tien tot twintig jaar geleden uit zag: Bas Simons. Momenteel is hij docent Nederlands, tafeltennist nog steeds bij de buren en kijkt met veel goede herinneringen terug op zijn Akris-tijd. In 1998 werd hij lid, nadat hij uit Apeldoorn hier was komen studeren en vrienden van zijn oude vereniging ook al de overstap naar Akris hadden gemaakt. En Bas is lang blijven hangen (want ‘toen studeerden mensen nog heel erg lang, kreeg je ook nog veel geld en dat mocht je houden’). Pas in het najaar van 2010 speelde hij zijn laatste competitiewedstrijd bij de studententafeltennisvereniging. Op 3 december nam zijn team, Akris 1, het in de eerste klasse op tegen DTS. Hij won alle drie de wedstrijden glansrijk en uiteindelijk fietste hij met een 8-2 overwinning en een nette tweede plek in het eindklassement naar huis (mogelijk na nog heel wat biertjes in het sportcafé).

Bas speelt nu bij TN in de hoofdklasse en blijft dus langzaam maar gestaag vooruitgang boeken. Hij begon naar eigen zeggen bij Akris in de vierde klasse, maar stootte in de daaropvolgende jaren door naar de eerste klasse. Na afgestudeerd te zijn (2004/2005) maakte hij kort de overstap naar TCB, maar niet voor lang. Akris had het namelijk moeilijk in deze tijd en even dreigde het zo te zijn dat de vereniging geen enkel competitieteam zou hebben. ‘Dat vond ik echt te zuur dat Akris geen competitie speelde’, zegt Bas. Hij en zijn teamgenoten kwamen dan ook terug en vormden één enkel team in de eerste klasse. Na nog enkele seizoenen met dit team konden ze eindelijk plaats maken voor een nieuwe generatie, ‘die ook wel enthousiast en actief uit de ogen keken’. Het team is toen in zijn geheel overgestapt naar TN en heeft nog steeds contact met elkaar. ‘Vorige maand hadden we nog een reünietje met het oude team’.

‘Ik ben niet zo’n organisatorisch talent, dus ik heb nooit m’n hand opgestoken als er bestuursfuncties gevuld moesten worden, maar het GATT [Groot Akris Tafeltennis Toernooi, red.], tegenwoordig het OATK, heb ik jarenlang mee helpen organiseren’, antwoordt Bas op de vraag wat hij naast de competitie nog deed. Daarnaast was hij redactielid van de AkrisKras en dus één van onze directe voorgangers. Je kunt wel stellen dat Bas een actief lid was. En dat blijkt ook wel als we hem vragen naar de gezelligheidskant van de vereniging. De toenmalige sponsorcafés werden door Bas frequent opgezocht. Eerst was dat café ‘De Buren’, in de Houtstraat waar nu de Wünderkammer zit. Later opende dezelfde eigenaar een kroeg in Bottendaal. Akris verhuisde mee, maar ‘toen vonden we daar iets te veel zwervers en alcoholisten hangen. Toen zijn we naar Hoogland gegaan en dat is nu dus We Gaan Beginnen’.

Ook toen was het traditie om voor het GATT/OATK uit te gaan waarbij leden van andere verenigingen enthousiast meegingen. En ook toen al duurden deze stapavonden soms wat te lang. Bas kan zich één jaar herinneren waarin de hele club zich verslapen had. Bovendien leverden die mensen uit andere steden soms wel spanningen op. Zo mailde één jongen uit Groningen Bas met de mededeling dat hij nog een slaapplek nodig had. Bas had het vermoeden dat deze niet zo beleefd gestelde vraag eigenlijk een poging was om de toenmalige vriendin van Bas te versieren. Dus mailde Bas iets terug in de trant van ‘Op zo’n toon kun je het wel vergeten, jongen’, waarop de mailconversatie uitmondde in een ‘hele ordinaire mailwisseling’. ‘Op die stapavond hebben we die jongen ook strak genegeerd met z’n allen’.

Eén woord wat vaak terugkomt in het interview met Bas is het woord ‘plagen’. In zijn stukjes voor de AkrisKras plaagde hij zijn mede-Akrissers, maar ook op het in die tijd

 beroemde (of beruchte?) mededelingenbord op de zeer jonge website. Dit mededelingenbord werd vooral door Akrissers zelf gebruikt om bijvoorbeeld te vermelden dat je team kampioen was geworden of om even te melden dat jij die laatste drankjes had betaald bij de borrel en je no

g geld van mensen terugkreeg of, zoals Bas het zelf zegt, voor ‘heel veel geouwehoer’. Eigenlijk wel te vergelijken met onze Whatsapp-groep. Grote verschil was dat het mededelingenbord wel openbaar was en dus ook tafeltennissers van andere verenigingen konden zien wat daar allemaal op gespuid werd. Dat heeft Bas geweten: ‘Ik werd een keer opgebeld door de toenmalige voorzitter en toen stond er op m’n voicemail: “Dag Bas, ik wil je even spreken over wat er dit weekend op het mededelingenbord is gebeurd”.’ Wat bleek, een tegenstander had mot gehad met Bas’ teamgenoot over iets onzinnigs. Bas had dit op het mededelingenbord tot in het absurde doorgedreven (‘ik geloof dat ik de Tweede Wereldoorlog erbij haalde’), maar hij had niet voorzien dat desbetreffende tegenstander het mededelingenbord ook had gevonden. De voorzitter tikte daarop Bas op vingers.

Maar over het algemeen kijkt Bas terug met fijne gevoelens. Vooral de openheid en acceptatie binnen de vereniging zijn Bas bijgebleven. Hij raadt alle leden dan ook aan om dit te behouden: ‘Houd die open cultuur erin, de acceptatie van elkaar. Ook al heb je een raar trekje, wat heel veel pingpongers wel eigen is, iedereen accepteert elkaar heel erg makkelijk. Ik hoop dat dat er altijd in blijft zitten’. Voor wie nog meer wijze woorden van Bas wil horen, Bas komt zeker naar het lustrum. Vraag dan ook vooral naar een specifiek toernooi bij Hyperion in Tilburg of legendarische Schierweekenden, want Bas heeft nog veel meer te vertellen.

Zijn er ook rare mensen die tafeltennissen?

Hoe fanatiek we ook worden, bij tafeltennis of bij poolen, Akrissers blijven leuke mensen. Vooral Louise, één van de normalere leden, is altijd in voor een gezellig praatje, ook als de wedstrijd verloren is. Maar dat Akris een club is met normale leden, betekent niet dat iedereen die tafeltennist normaal is. Ik denk soms zelfs dat wij de uitzondering zijn op de regel. Je hebt namelijk wel wat standaard typetjes die achter de tafel te zien zijn. Hieronder zet ik de meest voorkomende typetjes op een rij: de te fanatiekeling, de huilers en de agressieveling.

De fanatiekeling
De meest bekende vind ik toch wel de fanatieke speler. Deze heb je trouwens ook in vele soorten en maten. Er zijn mensen die vijf keer per week trainen en nog steeds geen stap verder komen (het is niet aardig om mijn vader zo te beledigen, maarja). Maar de leukste fanatiekelingen zie je tijdens de wedstrijden. Ik kan me namelijk amuseren met het kijken naar mensen die heel hard woorden zoals “SHOE” of “DOE RUSTIG” (werkt vrij averechts..) schreeuwen. Een andere fanatiekeling is natuurlijk het meisje van zestien met een rode plek op haar been omdat ze zichzelf een corrigerende tik gegeven heeft met haar batje. Je zou zeggen dat dit heel raar is, maar raar is dan ook wel de norm in de tafeltenniswereld.

De huiler
Je hebt natuurlijk ook de befaamde huilers. Tijdens de competitie werd het zelfs een sport om zoveel mogelijk mensen te laten huilen. Ik heb die wedstrijd van mijn teamgenoten verloren, omdat ik maar vijf mensen liet huilen (zeer tragisch). De leukste huilebalk die ik in mijn tafeltenniscarrière ben tegengekomen was iemand uit Weert. Hij verloor van mijn teamgenoot nadat hij vijf matchpoints had verspeeld, verloor toen van mij met 12-14 in de vijfde set. Is daarna een half uur niet gezien (zat ergens in het kleedlokaal te huilen) en heeft daarna bijna geen punt gepakt in zijn laatste wedstrijd. Deze gast is daarna onze teamgenoot geworden. Wat is de wereld toch klein.

De agressieveling
Als je verliest (wat vaak gebeurt als je tegen mij speelt) kan je huilen, maar je kan ook boos worden. Ik kan daar wel van genieten, iemand die helemaal los gaat om dit spelletje. Ik heb vorig jaar bijvoorbeeld een toernooi gespeeld, waar ik een wedstrijd heb gewonnen omdat de tegenstander opgaf en me buiten wel zou opwachten. Blijkbaar is het heel asociaal om te vragen of iemand alsjeblieft het balletje op zou willen gooien. Bij nader inzien, moet ik zelf ook gewoon niet zo asociaal zijn. Het gebeurt namelijk wel vaker dat iemand boos wordt, zo heeft natuurlijk iedereen wel een keertje een batje naar zijn hoofd gegooid gekregen, toch?

Over het algemeen zijn tafeltennissers dus vreemde vogels (bidsprinkhanen mag van mij ook, wil je in het thema van Akris blijven), maar gelukkig staan de meeste mensen blij achter de tafel te spelen.  Dit zie ik dan ook zeker terug bij Akris, maar ik zie vooral dat de derde helft het tafeltennis overtreft.

 

Interview met trainer Thijs: ‘Ik heb altijd wel mijn mening klaar’

Op de training staat hij bekend als degene die Akris met zachte hand naar tafeltennishoogtepunten leidt. Maar wie is toch de man, de mythe achter onze trainer in zijn blauwe trainersjas? Thijs vertelt over zijn passies, zijn werk én geeft zijn mening over Akris. ‘Als je komt, kom dan met plezier naar de training.’

Thijs, Marieke en ik hebben afgesproken in café de Blonde Pater op een witte maandagochtend. Als ik binnenkom, warmen Thijs en Marieke zich al op met een cappuccino en een muntthee.  Het is druk in het café aan de Houtstraat. Veel mensen genieten van warme dranken nadat ze door de sneeuw zijn belaagd. Terwijl het buiten sneeuwt en code rood van kracht is, bedelven wij onze trainer onder een lawine aan vragen.

Hoe ben je begonnen met training geven?

‘De trainer die op dat moment de Boosters [de squashclub van het RSC] training gaf, kende mij als speler en natuurlijk ook als persoon. Die heeft me voorgesteld binnen het werknemersteam van het Sportcentrum. Van daaruit is het balletje gaan rollen.’

Thijs geeft natuurlijk tafeltennis- en squashtraining en daarnaast geeft hij ook spinningslessen. Bovendien is hij werkzaam als fietskoerier. Niet altijd heeft hij zulke sportieve baantjes gehad. Tot 2011 was hij werkzaam in kantoorbaantjes. Zo was hij verkoper bij een ICT-bedrijf. Daar kwam hij er echter achter dat een kantoorbaan niet was wat hij wilde.

Je geeft dus veel training. Je hebt natuurlijk ook je fietskoerierschap. Vertel daar eens wat over.

‘Ik ben vier jaar geleden begonnen voor DHL als fietskoerier. In Nijmegen hebben ze een pakketdienst voor de fiets. Waar normaal gebroken pakketbezorgers de straten blokkeren als ze een pakketje bezorgen, hebben ze in Nijmegen fietsende bezorgers in het leven geroepen.

Op een dag als vandaag is het natuurlijk best wel fris. Op een zomerdag van 30 graden is het best wel warm. Zit je dan ook gewoon op de fiets?

Weer of geen weer. Altijd Het is gewoon hartstikke mooi werk en ik denk dat wij leukere gesprekken hebben met een klant dan iemand die in een bus zit.’

Al dat gefietst is best handig voor zijn hobby wielrennen. Vorige zomer heeft Thijs driemaal de Mont Ventoux beklommen, waardoor hij de titel ‘Malloot van de Mont Ventoux’ heeft gekregen. ‘Een keer beklimmen? Daar zit de uitdaging niet in. Tuurlijk, hij is zwaar als je de klim één keer doet. Maar als je 1100 kilometer in de auto zit om dat ding omhoog te fietsen, dan is dat wel een heel eind rijden. Dan is drie keer een stuk gaver.’ Eigenlijk wilde Thijs deze zomer de nog hogere Großglockner-berg beklimmen in Oostenrijk. ‘Daar wilden we eigenlijk deze zomer naartoe, maar ik ben heel onfortuinlijk gevallen deze winter.’ Hierdoor heeft Thijs uiteindelijk zijn pols gebroken.

Hoe ben je gevallen?

‘Ik was mijn zoon aan het wegbrengen naar zwemles. Ik moest remmen omdat er auto’s aankwamen en die hadden voorrang. Ik rem, mijn voorwiel schiet weg en voor ik het weet lig ik op de grond.’

Dus even voor de duidelijkheid: je fietst honderden kilometers per maand als fietskoerier, maar je breekt je pols terwijl je je zoontje wegbrengt naar zwemles?

‘Exact. Er was nog een tegeltje waar nog wat ijs op lag. Net die moest ik hebben om op te fietsen.’

Toen zat je op de bank, met een gebroken pols, en dacht je: ‘ik moet tafeltennisles gaan geven!’.

‘Nou, dat zit niet helemaal zo. Ik had vorig jaar al begrepen dat Rene Gullikers gestopt was met training geven. Toen heb ik aan mijn leidinggevende aangegeven dat ik het jammer vond dat ik dat in de nieuwsbrief heb moeten lezen dat jullie een vervanger hadden gevonden voor René. Toen vroegen ze: Heb jij getafeltennist dan? Ik antwoordde: “ik heb twintig jaar lang getafeltennist, dus dat beheers ik nog wel. En lesgeven gaat me ook wel redelijk af”. Ze zouden het onthouden. Toen Lars rond mei aangaf te stoppen, ben ik in gesprek gegaan met Frederick en Louise. Daar is uit voortgevloeid dat ik bij jullie voor de groep ben gaan staan.’

Hoe bevalt het vooralsnog?

‘Mij bevalt het prima.’

Thijs bereidt vaak oefeningen voor vanuit zijn eigen trainingen bij TN, waar hij hoofdklasse heeft gespeeld. Terwijl hij daar op hoog niveau kon trainen, is er bij de trainingen van Akris wat meer verscheidenheid in niveau. ‘Ik probeer oefeningen te bedenken die uitdagend zijn, waar spelplezier uit voort kan komen. Ze mogen niet te moeilijk zijn, want ze moeten haalbaar zijn voor de hele groep. Altijd vanuit de gedachte om van makkelijk naar moeilijk een training in elkaar te zetten. Als je oefeningen bedenkt die te lastig zijn dan is de spelvreugde ook sneller weg. Door daar ervaring in op te doen schipper je de ene keer wat meer dan de andere keer.’

Heb je wat dat betreft ook het idee dat je elke training beter wordt?
‘Dat is wel de bedoeling. Je moet de groep leren kennen. Vrij blank kom je een groep binnen die al wel bekend is met elkaar. Ik denk dat een vereniging als Akris een hele andere beleving heeft van tafeltennis dan bijvoorbeeld een club als TN.. Jullie vinden tafeltennis allemaal leuk, maar jullie vinden daarnaast ook heel veel andere dingen leuk.  Tafeltennis hoort daarbij. De een heeft veel meer de drive om te willen trainen en er vol voor te gaan. De ander vindt het vooral leuk om elkaar te zien en te kletsen. Daar moet je natuurlijk wel een modus in zien te vinden. Vast zullen er dagen tussen zitten dat je elkaar niet weet te bereiken. Maar er zijn ook dagen tussen waarin je zegt: ‘’lekker getraind en fijn gekletst met elkaar’’.’

            De dag voor het interview is Thijs begonnen met de trainerscursus van de NTTB. ‘Daar ga ik natuurlijk ook veel leren. Je hebt een rugzakje om en iedere week wordt die meer gevuld met kennis en kunde. Soms moet je wat uit je rugzakje doen en soms stop je er wat bij.. Je bent niet perfect en dat hoef je ook niet te zijn, maar je moet wel streven het beste uit jezelf te halen. Dat is wat ik probeer na te streven.’

Voor een trainer lijkt het mij supermoeilijk om een goede training te bedenken voor iemand die 1e klasse speelt en voor iemand die op recreant-niveau speelt.

‘Is het ook. Want ik wil wel gewoon groepsbreed dezelfde oefeningen uitvoeren. Anders krijg je te veel tweespalt binnen de groep. Dat is het lastige van een groep als Akris, maar ook wel weer een uitdaging.’

Je hebt het woord ‘uitdaging’ vaker gebruikt. Is dat ook wat je drijft, dat je altijd nieuwe uitdagingen zoekt?

Ik ben begonnen met squash, van daaruit ben ik spinninglessen gaan geven, van daaruit ben ik fietskoerier geworden. Nu is dat dan ook weer uitgebreid met tafeltennis. Ik moet niet te veel van hetzelfde hebben. Als ik alleen maar met een ding bezig ben, dan ga ik mij vervelen.’

Wat is dan de uitdaging bij tafeltennis? Dat het een andere sport is, of dat het andere mensen zijn?

‘Een combinatie van beide. Tafeltennis is en zal altijd mijn eerste liefde qua sport zijn. Je kan er zo veel mee, het is zo uitdagend. Er zitten zoveel factoren in waardoor je tafeltennis als sport kunt beleven. Veel meer dan squash. Squash is redelijk rechttoe rechtaan hard slaan. Iemand die je een squashracket in de handen geeft, kan je veel makkelijker een squashrally laten spelen dan iemand die je een tafeltennisbatje in de handen geeft. Daar ligt ook de uitgaging in.’

Het is druk op de training, drukker dan vorig jaar.

‘Ik hoop dat dat een positief teken is, dat mensen graag komen trainen.’

            Gevraagd naar een boodschap voor de leden van Akris voegt hij toe: ‘Als je komt, kom dan met plezier naar de training toe. En probeer ook met een glimlach de zaal te verlaten.’

Een interview met Thijs voorbereiden is niet zo moeilijk. Op Twitter, Instagram, LinkedIn deelt hij dagelijks meningen en foto’s. Dat kan een foto van zijn kinderen zijn, maar ook een mening over het dagelijkse nieuws of een sportfilmpje. Hij noemt zichzelf een ‘nieuws en sportaddict’. Vlak voor het interview riep onze trainer bijvoorbeeld op tot een boycot van Radio 538 vanwege het incident met zangeres Maan, waarbij een DJ haar verraste met een streaker.

Waar komt die interesse vandaan?

‘Ik vind dat leuk om te volgen. Vind het interessant wat er in de wereld speelt. De ene keer ventileer ik daar een mening over op het internet en de andere keer niet. Maar ik heb daar verder geen diepere gedachte bij om dat te moeten delen.’

Wil je laten zien dat je betrokken bent?

‘Ja, ik denk het. Er zijn maar weinig mensen die duizenden reacties kunnen ontlokken. Dat zijn echt de influencers van deze wereld. Dat ben ik niet. Ik vind het leuk om een keer een berichtje te posten, daar zit geen diepere gedachte achter. Maar ik ben wel betrokken, dat klopt.’

Net als op de training komen de antwoorden van Thijs doordacht over. Niet berekenend, maar wel als iemand die zorgvuldig zijn antwoorden formuleert. Dit komt naar voren als hij over zijn werk vertelt, als hij over Akris vertelt, maar vooral als hij over zichzelf vertelt.

Je hebt gezegd dat je uitdagingen aangaat en dat je betrokken bent. Als je nog een woord zou moeten kiezen om jezelf te typeren, welk woord zou dat dan zijn?

Zonder twijfel: ‘eigenwijs’.

Kun je daar een voorbeeld van geven?

‘Ik heb altijd wel mijn mening klaar. Die kan goed zijn, die kan verkeerd zijn, maar als ik die mening deel, dan sta ik er ook wel achter. Je kunt me wel proberen te overtuigen, maar als ik een bepaald beeld van iets of iemand heb is het lastig dat te veranderen. Dat is denk ik wel eigenwijs te noemen.’

Dit interview verscheen eerder in de Akriskras, literair hoogstandje voor alle Akrissers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lustrum 2018: Akris 50 jaar

Dit jaar bestaat Akris 50 jaar. Om dit te vieren wordt er 26 mei een groot lustrumfeest gehouden. Het staat vast dat dit een groot feest gaat worden. Het feest is bedoeld voor huidige, leden, oud-leden en andere betrokkenen. Het feest vangt aan om acht uur, waarna de Lustrumcommissie ons gaat verassen met hetgene zij bedacht hebben. 

Wil je het lustrum in de gaten blijven houden, volg dan de pagina op Facebook of houd deze pagina in de gaten.

Adres We Gaan Beginnen:

De Ruyterstraat 26, 6512 GE Nijmegen