Activiteitenverslag

Klokkenspel (activiteiten)

Rinkelende belletjes. Je kent ze wel, van die kleine belletjes, verwerkt in menig kerstnummer, foute kersttrui en ontelbare kerstversieringen. Het rinkelen ervan zou het naderen van de Kerstman aankondigen, het geluid veroorzaakt door de beweging van zijn rendieren. Inmiddels kennen we echter de waarheid: sinds sinterklAkris weten we dat het geluid eigenlijk wordt veroorzaakt door een rammelend klokkenspel. Degenen die bij sinterklAkris aanwezig waren, weten waar ik het over heb (helaas ben ik zelf niet een van deze gelukkigen). Ik heb het over een onderbroek. En niet zo maar een onderbroek. Het is er een die de warmte en het knusse gevoel van Kerst in ieder die hem ziet naar bovenbrengt. Die menig hart sneller laat kloppen alleen al door de gedachte dat hij later op de avond in vol ornaat getoond zal worden. Die zorgt voor grote, haast ontroostbare teleurstelling wanneer aan het eind van de avond blijkt dat iedereen is voorgelogen. Want dat was wat er uiteindelijk gebeurde. Het rammelende klokkenspel werd niet getoond tijdens de Kerstborrel. Zelfs niet na een onvergetelijke speech. De reden? Volgens de eigenaar (en schuldige in deze kwestie) zou dit zijn, omdat deze geweldige onderbroek veel te groot voor hem was. Of we dat geloven? We denken eerder dat dit slechts een zwakke smoes is, maar eerlijk is eerlijk… mocht dit echt het geval zijn geweest, dan is ons een nog grotere teleurstelling bespaard gebleven. Zeg nou zelf: zo’n lekker strak broekje is natuurlijk veel leuker…

Je zult je afvragen: viel er op activiteiten gebied dit jaar nog meer te beleven? Jazeker! Het begon allemaal bij Ollround, het welbekende bowlingcentrum van Nijmegen. Zoals menigeen zich nog kan herinneren van voorgaande jaren, zorgde het studentenbowlen (iets met gouden pinnen en het winnen van rondjes shotjes) al voor aardig wat onvergetelijke avondjes, interessante danspasjes en pikante filmpje(s). Bij sommige Akrissers zorgt het spelelement waarmee shotjes of een draai aan het rad gewonnen kan worden, voor meer spanning dan het bowlen zelf. Dus toen het eerste spelelement van de avond bekend werd gemaakt, sprongen de fanatiekelingen meteen op de bankjes om daar hun beste dansbewegingen te showen. Maar wat bleek! Het geheel vernieuwde interieur (dat er overigens prima uitzag) wilden ze graag in de huidige staat behouden, wat inhield dat niemand meer op de bankjes mocht staan. Wellicht werd de invulling van de avond daardoor iets onschuldiger dan andere jaren? Maar wellicht zorgde dat bij een enkeling juist ook voor betere bowling resultaten? Naast het bowlen, werd er ook een spelletjesavond georganiseerd, we gingen poolen, “vierden” sinterklAkris en hielden  dus een Kerstborrel (wat toch nog een Kerstdiner werd). Ik zou er nog veel woorden aan vuil kunnen maken, maar eigenlijk is het natuurlijk veel leuker om er echt bij te zijn! En mocht je zelf nog een super goed idee voor een activiteit in gedachten hebben, schroom dan vooral niet om de activiteitencommissie hiervan op de hoogte te brengen! 

Interview trainer Martijn

Van elfjarige beginner tot professioneel trainer: een interview met Martijn Spithoven

Interviewers Marieke van Egeraat & Devlin Oosterwijk

Dit jaar begon bij ons Martijn Spithoven als nieuwe trainer. Reden genoeg dus om hem wat beter te leren kennis. Zo wist je vast nog niet dat Martijn ooit mee geweest is op Akrisweekend, dat hij zijn ellenboog gebroken heeft (hoe dan!?) of dat hij ooit wilde werken bij zijn favoriete voetbalclub, N.E.C.! Het komt allemaal voorbij, dus lees snel verder.

We beginnen bij het begin: Martijn is geboren en getogen in Nijmegen en dat is ook te zien aan zijn tafeltennisgeschiedenis. Op zijn elfde begon hij bij het toenmalige ATC (tegenwoordig TN) aan de sport waarmee hij nu zijn brood verdient. Op de basisschool werden er proeflessen aangeboden, maar in eerste instantie was Martijn niet van de partij. Pas anderhalf jaar later, nadat ondertussen zijn broer wel was gaan spelen, wist de sport hem te overtuigen en pakte hij voor het eerst een batje vast. ‘Na een jaar won ik van mijn broer, dus die vond het niet meer zo leuk en hij dacht “wegwezen hier”’. Martijn had daarentegen wel de drive om beter te worden en ‘de wil om hard te werken’. ‘Wat ik vooral geleerd heb bij de jeugd is dat je het proces moet zien. Dus niet blijven hangen bij één resultaat, positief of negatief, maar dat je meer de lange termijn ziet en daarvoor werkt’. Hij vertelt ons dat zijn backhand nog steeds niet zo goed is. Sterker nog, ‘tot de kampioenspoule in de jeugd heb ik eigenlijk alles met forehand gespeeld’. Toch moest het er een keer van komen, dus concentreerde Martijn zich vervolgens op zijn backhand, die ‘nog steeds niet is zoals die moet zijn, maar toch heeft het me wel wat opgeleverd’.

Na de jeugd stroomde Martijn door naar de senioren, maar dit ging niet zonder slag of stoot: ‘Tijdens de eerste training na de vakantie speelde ik een forehand topspin waarbij de spier langs het bot bewoog en een stukje bot meepakte’. Uiteindelijk betekende dat een half jaar geen tafeltennis voor Martijn en bovendien vier jaar later een operatie. Nog steeds blijft het een zwakke plek, waardoor de dokters ‘hebben gezegd dat ik geen krat bier mag tillen met links, maar dat doe ik toch nog wel’. Gelukkig heeft de operatie wel geholpen, want ondertussen kan Martijn gewoon weer spelen.

‘Dit is trouwens ook waarom ik trainer ben geworden’, vertelt Martijn ons plotseling. ‘Door de blessure ben ik training gaan geven. In eerste instantie een beetje meekijken en meelopen en uiteindelijk vond ik dat zo leuk dat ik dacht ik ga hier gewoon mee verder. Dat is een beetje uit de hand gelopen’. Martijn overdrijft niet met ondertussen z’n eigen trainersbedrijf, detafeltennistrainer.nl. Hij geeft drie dagen in de week training in Zwolle op een talentenschool, Regionaal Trainingscentrum Nijmegen twee keer in de week, bij TN één keer in de week en natuurlijk bij Akris. Daar komen dan nog afdelingstrainingen en losse uurtjes bij. ‘De jongste die ik les geef is 7, terwijl ik ook privéles geef aan zestigplussers’. Maar Martijns passie ligt bij talenttraining. ‘Je hebt met kinderen te maken die zich moeten nog ontwikkelen, in tafeltennis maar ook als mens. Zo help ik ook een jongen die de planning van huiswerk en trainen moeilijk vindt en nu lukt het hem langzaam om zelf de planning te maken’.

Overigens was tafeltennistrainer niet de onmiddellijke keuze van Martijn voor zijn toekomst. Hij is eerst commerciële economie gaan studeren in Tilburg met een focus op de sportwereld. ‘Mijn doel was om bij mijn favoriete voetbalclub aan de slag te gaan, bij N.E.C. Daar heb ik ook mijn afstudeerstage gedaan en zelfs gesprekken gehad om daar te gaan werken’. Helaas liep dit dood en kwam Martijn in de sales terecht, ‘toen kwam ik er best wel snel achter dat die hoek niet mijn ding was dus zo ben ik langzaam overgestapt op training geven’. Dat vond de omgeving niet heel verstandig (‘gooi je je toekomst niet weg?’), maar na een half jaar als jeugdbondscoach in Suriname te hebben gewerkt, lag het voor Martijn vast: hij ging zich op het trainen richten. ‘Met kerstavond kwam ik terug en 1 januari was het bedrijf opgericht’.  

Ambities heeft Martijn nog genoeg: ‘Ik wil nog steeds jeugdbondscoach worden en dan voornamelijk onder de dertien om daar de structuur grondig te veranderen. Nu krijgen heel veel individuen een persoonlijke trainer aangewezen, maar volgens mij moeten ze in groepen gaan trainen om elkaar sterker te maken. Bovendien moeten we kijken of we meer internationale ervaring op kunnen doen’. Hij ziet genoeg talent bij de jeugd, maar ze moeten de mogelijkheden krijgen om zich te blijven ontwikkelen. Als speler heeft Martijn niet zoveel ambitie meer, ‘vooral gezelligheid is voor mij belangrijk. Daarom zit ik nu ook in een echt vriendenteam en na de wedstrijd op stap. Het gaat er vooral om dat we het leuk hebben’.

En wat vindt Martijn van Akris? ‘Het is druk! Dat geeft wel een leuke, nieuwe uitdaging voor mij als trainer’. Bovendien vindt hij het bij ons gezellig en relaxed, terwijl mensen toch ook wel willen leren. ‘Die combi vind ik wel heel prettig’. Het niveau gaat alle kanten op, maar over het algemeen vindt hij het niet tegenvallen. Dat al die andere niveaus in één groep zitten, ‘maakt training geven wel lastig en tegelijkertijd een uitdaging’. Het grootste aandachtspunt vindt Martijn de vertaling van oefening naar wedstrijd. Qua gezelligheid zit Martijn in ieder geval op zijn plek. ‘Het ging eigenlijk best wel natuurlijk. Je gaat mee borrelen en je wordt er gelijk bij betrokken’. Overigens was dat niet nieuw voor Martijn, want een aantal jaar geleden mocht hij ook al kennismaken met onze vereniging toen hij meeging op Akrisweekend naar Groningen. We zullen zien of hij dit jaar weer van de partij is.

Natuurlijk heeft Martijn ook nog verschillende tips voor ons, maar hij begint met een tip voor het sportcentrum. Hij wil een nieuwe cursusgroep gaan starten, zodat de overgang naar Akris wat makkelijker zou kunnen worden. Voor Akris algemeen geeft hij als tip mee dat we moeten proberen de verhouding mannen/vrouwen zo te houden, want daarin zijn we uniek als vereniging. Dat brengt ons  bij tips voor andere verenigingen: zorg voor fatsoenlijke dameskleedkamers! ‘Ik heb ook een tip voor een specifieke Akrisser, voor Brent, namelijk dat hij een keer voor vijf voor negen binnenkomt’.

 

Introductietoernooi/Introduction Tournament 2019

Afgelopen woensdag vond ons Introductietoernooi plaats met maar liefst meer dan 25 geïnteresseerden! Er werd hard gestreden, want voor iedere eerste plek in één van de vijf poules was er chocolade te winnen. Uiteindelijk eindigden deze toppers in hun poules op de eerste plek:

1. Spelend in de hoogste poule: Ludo en Alex
2. In de tweede poule: Max en Max
3. In de derde poule: Joost en Nolan
4. in de vierde poule: Lennart en Justin
5. En ten slotte: Jonas en Timo (beide geen Akrissers!)

 

Verslag van het OATK 2019

Het OATK 2019: chaos en gezelligheid

Marieke van Egeraat

In het weekend van 13 en 14 april was het weer zover: de Open Akris Tafeltennis Kampioenschappen stonden op het programma. Expres noem ik het hele weekend, want wat is dit toernooi zonder haar legendarische stapavond op de avond voor het toernooi. Ook dit jaar reisde een grote groep deelnemers al op de zaterdag naar Nijmegen om tot in de late uurtjes door te dansen in het gezellige centrum van Nijmegen.

              Dat begon in ons sponsorcafé, We Gaan Beginnen. Het bier vloeide al rijkelijk, de eerste nieuwe contacten werden gelegd en rond een uur of 1 vertrokken we met zo’n dertig man richting het centrum. Daar is het altijd afwachten waar we belanden, want zie maar met zo’n grote groep ergens binnen te komen. Gelukkig is er altijd nog het totaal uitgestorven Malle Babbe, waar we voor het tweede jaar op rij dus maar naar binnen gingen. Verder valt er niet veel te klagen over deze kroeg: ze draaien meezingers en ze verkopen alcohol. Zo veeleisend zijn we immers niet. Die twee voorwaarden bleken ook deze nacht garant te staan voor een leuk feestje. Verschillende momenten verdienen daarbij nog enige aandacht, zoals het wegsneaken van twee Akrissers naar de voorkant van Malle Babbe om daar hopelijk niet gespot te worden. Dat is helaas mislukt. En ook de nachtelijke avonturen van een jongen van Thibats mogen niet onbesproken blijven. De jongen in kwestie zou netjes bij Mariska blijven slapen, maar vond het rond een uur of 5 nog steeds niet genoeg. Ervan overtuigd dat Thomtom de plek was waar hij nog een meisje kon regelen (think again…), zette hij zijn tocht in zijn eentje voort. Gewaarschuwd dat hij niet meer bij Mariska naar binnen zou kunnen, ging hij toch op pad. Wonder boven wonder kwam hij later Robin nog tegen en kon bij hem op de bank neerploffen. Een goede nachtrust zal dat niet opgeleverd hebben, wat de volgende dag ook wel te merken was.

              De volgende ochtend vroeg stond de commissie, aangevuld met twee vrijwilligers (of nja, eentje eigenlijk, de ander had haar slaap hard nodig!) al weer klaar om mensen te ontvangen. Het verschil tussen de brakke stappers en de fris en fruitige andere deelnemers was aanzienlijk, met name in de aankomsttijd. Gelukkig was uiteindelijk iedereen binnen en kon er gespeeld worden. In de ochtend ging dat verbazingwekkend vlekkeloos: de poules gingen lekker van start en er werd goed doorgespeeld. Of althans, zo leek het… Pas tegen de middag, toen de dubbels moesten beginnen, werd duidelijk dat het allemaal toch wel wat langer duurde. Toen vervolgens in de dubbelpoules ook nog eens de eerste twee teams doorgingen (en niet zoals gewoonlijk alleen het eerste), bleek de tijdsplanning niet meer haalbaar. Voor de commissie betekende dat ongeveer twee uur aan complete chaos en stress, maar zo rond een uur of 4 bleek de schade te overzien, was de vervolgronde van de enkel weer onderweg en waren de meeste deelnemers weer lekker aan het spelen. Rond een uur of 6 konden we de winnaars bekend maken. In Open I bleek de vereniging Red Stars uit Venray de overduidelijke winnaar: zowel de nummer 1 (Tom Thijssen) als de nummer 2 (Sem van Gameren) kwamen van deze vereniging. Gelukkig waren er in de andere klassen nog vele andere winnaars. Opvallend overigens dat Akris er zelf bekaaid van afkwam: niemand wist een prijs binnen te slepen. Volgend jaar iets minder hard stappen misschien?

              Na het toernooi begaf een grote groep zich wederom naar het sponsorcafé. Daar werd een smakelijke maaltijd geserveerd. Nog even werd er nagekletst om vervolgens moe naar huis af te reizen en gesloopt op bed neer te vallen. Ik in ieder geval wel.

Interview Stephan Tromer

In gesprek met de Nederlandse Studententafeltenniskampioen: Stephan Tromer

Louise Lemmens en Marieke van Egeraat

 

Op woensdag 8 mei hadden wij een bijzondere gast tijdens de training: niemand minder dan de Nederlandse studententafeltenniskampioen, Stephan Tromer, kwam met ons meetrainen. Gewaarschuwd voor het verschil in niveau besloot hij toch af te reizen vanuit Zoetermeer naar ons Sportcentrum in Nijmegen. Tijdens de training kregen sommigen de mogelijkheid om tegen hem te trainen en na afloop was er nog genoeg tijd voor enkele wedstrijdjes. Moe, maar voldaan streken wij vervolgens neer voor een interview voor ons befaamde clubblaadje, de Akriskras. 

            Stephan is student in Delft en studeert daar technische informatica. Naast zijn studie spendeert hij veel van zijn tijd aan tafeltennis. ‘Ik probeer elke dag iets met tafeltennis te doen: zelf trainen of training geven’. Vanaf een jaar of elf beoefent hij deze sport en hij is er trots op het hoogste niveau in Nederland, de eredivisie, bereikt te hebben. Ondertussen speelt hij in België op het één-na-hoogste niveau, want ‘daar kan ik veel meer wedstrijden spelen dan hier. Als je alles speelt kan je daar 88 wedstrijden spelen!’. Bovendien is hij regerend studententafeltenniskampioen, voor het tweede jaar op rij. Of hij volgend jaar weer meedoet aan het NSK is nog even de vraag. Ten eerste hoopt hij na dit collegejaar klaar te zijn met zijn studie en ten tweede laat de agenda het wellicht niet toe.

            Op zijn elfde ging Stephan dus op tafeltennis, na eerst op voetbal gezeten te hebben. Dat beviel alleen niet meer, maar hij moest van zijn moeder wel een sport blijven doen: ‘Toen zijn we door het telefoonboek gegaan, van de a naar de z en weer terug. Uiteindelijk kwamen we bij tafeltennis uit’. Vervolgens heeft hij wel ook zijn broer meegetrokken naar de club (Laurens Tromer, speelt voor het nationale team). Op zijn vijftiende besloot Stephan weer van tafeltennis af te gaan om nogmaals voetbal te proberen, want het liep allemaal niet zo lekker bij zijn club. Twee jaar later vinden we hem echter weer terug met een batje in de hand, want op zijn zeventiende begint hij opnieuw aan tafeltennis. Deze keer met één doel: ‘Toen ik begon heb ik altijd gezegd “ik ga de eredivisie halen”. Toen geloofde niemand mij’. Maar met veel trainen, ‘elke dag één of twee keer’, heeft hij dit doel wel gehaald.

            Toen Stephan in 2017 nationaal studentenkampioen werd, mocht hij afreizen naar Coimbra, Portugal voor de Europese Studententafeltennis Kampioenschappen. Samen met wat studenten van Thibats, Enschede (waaronder Martijn Heemskerk, die volgend seizoen in ons eerste team speelt!) heeft hij er daar een leuke week van gemaakt. Zo schijnt er een filmpje te zijn van Martijn: ‘Hij moest misschien naar het ziekenhuis en ik heb de reden waarom vastgelegd’. Kans maakten ze overigens niet, want hoewel Stephan nog wel wedstrijden won, werd de rest wel van tafel geslagen. Waarom nam Stephan dan toch hen mee? ‘Ik was ze op het NSK tegengekomen en dat leek me daarom ook wel gezellig. Het ging ook niet echt om het winnen daar’. Dit jaar gaat Stephan helaas niet naar het ESK, vanwege de drukte van studie en misschien een nieuwe baan zoeken.

            Misschien zien we Stephan in de toekomst trouwens wel vaker in onze omgeving. Hij is namelijk van plan om na zijn studie naar het oosten te verhuizen. Helaas is Nijmegen geen optie, maar Zwolle staat wel hoog op het verlanglijstje: ‘Hier is het meer relaxed, meer open’. Prioriteit één is echter eerst een baan vinden, zodat hij op den duur een huisje in het oosten kan kopen [Ondertussen heeft hij een baan gevonden in Barendrecht. Dus het oosten moet nog even wachten]. Dat is wel een stuk makkelijker dan in de Randstad: ‘De huizen daar zijn echt belachelijk duur. Je kan bijna een alleenstaand huis kopen in het oosten voor hetzelfde geld als een kamertje van twintig vierkante meter in een achterbuurt in de Randstad’. ‘Mijn tafeltennisvrienden wonen bovendien over het hele land’, dus alleen zal Stephan zich niet voelen.

            Stephan heeft nog als doel om in België vast op het hoogste niveau mee te kunnen doen, maar spelen tot zijn tachtigste ziet hij niet helemaal zitten. ‘Ik weet niet of ik het dan nog leuk zou vinden’. Minder worden ziet hij namelijk niet zitten. ‘Als ik nu al een blessure heb en ik speel minder, vind ik het al minder leuk. Dan moet ik echt een maand niet spelen om er weer heel veel zin in te hebben’. Aangezien hij straks werkt, denkt hij dat hij ook minder vaak zal trainen en dat heeft meteen invloed op het niveau.

            We vragen Stephan ook nog even naar het verschil tussen tafeltennissers op hoog niveau en op lager niveau. Zijn tafeltennissers op hoog niveau namelijk ook een beetje typisch? ‘Volgens mij is dat wel minder’, antwoordt Stephan, ‘maar tafeltennis is natuurlijk zo op de details dat je wel echt gefocust moet kunnen zijn. Je moet echt in je eigen wereldje kunnen blijven’. Heeft hij dan ook echt gekke gebeurtenissen meegemaakt? ‘Er zijn altijd wat aparte dingen, zoals heel onsportief gedrag. Ik heb één keer meegemaakt dat iemand zijn batje na de wedstrijd weg wilde gooien, maar hem tegen de scheidsrechter aangooide. Hij kreeg alleen maar een boete van vijftig euro’. Tafeltennis is dus wel een heel mentale sport. Op hoog niveau zijn ze daar dan ook veel mee bezig, ‘je kan een rondje lopen, ademhalen, je eigen routine voor het serveren. Je moet er wel echt mee bezig zijn hoe je daarmee om kan gaan. Het kan wel echt het verschil maken in de wedstrijd’.

            Dat is dan ook het advies van Stephan voor alle tafeltennissers en Akrissers specifiek: ‘Wat belangrijk is om punt voor punt te spelen en je tijd te nemen. Techniek komt pas later, want je kan pas de goede techniek spelen als je er klaar voor staat. Probeer ook elke bal met een idee te spelen, zeker de service. Dat is het enige moment wat je helemaal zelf in de hand hebt’. En heeft hij dan ook nog een tip voor de vereniging? ‘Zoek een trainer die jullie echt beter wil maken en die voor iedereen de tijd neemt’. En met deze wijze woorden sloten wij het interview af.

Interview: de komst van René, de opkomst van Akris

Veel jongere Akrissers zullen weleens van de naam René hebben gehoord, maar weten niet precies wie hij is. Bij de oudere Akrissers is hij nog steeds geliefd, onder andere vanwege zijn beroemde wisselsysteem. Tijd voor de Akriskras om beide groepen (opnieuw) kennis te laten maken met de oud-trainer, die zeven jaar bij ons training heeft gegeven. Van het begin tot het einde: René vertelt over zijn loopbaan bij Akris en deelt zijn geheimen van het trainersvak.

Toen René in 2009 bij Akris kwam, was onze vereniging bijna ter ziele. ‘Op dat moment waren er op papier nog 20 leden, maar daarvan waren er tien die waarschijnlijk nooit een batje hadden vastgehouden. Zij waren lid geworden omdat een vriend dat vroeg – zodat de club kon zeggen dat ze nog leden hadden. Ik denk dat op dat moment er nog tien actieve leden waren’, zegt René. ‘Mijn eerste gedachte was: klein clubje hier.’

Een van de redenen hiervoor lag aan de situatie dat er een poosje geen goede trainer aanezig was. ‘Lange tijd is er geen trainer geweest met gevoel voor de doelgroep, met gevoel voor studenten, die voor langere tijd training gaf’, aldus de oud-trainer. ‘Toen ben ik gevraagd door Coosje Holterman en Dave van Toor of ik bij Akris training wilde geven. Zij speelden toen tegelijkertijd bij Akris en ATC (het huidige Tafeltennis Nijmegen): bij Akris voor de gezelligheid en bij ATC voor de competitie.’ Het antwoord op de vraag zal duidelijk zijn.

Na de komst van René ging de vereniging snel in de lift omhoog. Anderhalf jaar na zijn aanstelling groeide Akris naar 45 leden. ‘Dat kwam deels door mij. Het helpt dat er een trainer staat die er elke week is. Dat zorgt voor herkenbaarheid. Ook was er een goede voorzitter en het was daarnaast gewoon geluk hebben. Het aantal mensen dat interesse in tafeltennis heeft was dat jaar toevallig hoog. Er kwamen veel mensen bij ons tafeltennissen die elders al getafeltennist hadden.’ Het ging dus opeens erg snel en de trainingen werden goed bezocht.

De geboorte van het wisselsysteem

Het omgaan met zo’n grote groep was niet altijd even makkelijk. ‘Het was hard werken’, herinnert René zich de drukke trainingen. ‘Je weet dat je aan technische aanwijzingen niet toekomt. Je legt de oefening uit, zorgt dat ze overal weten wat er gespeeld moet worden, maar kan niet even gaan kijken waarom er iets fout gaat.’ Toch probeerde onze oud-trainer iedereen wat aandacht te geven. ‘Er zijn altijd wel een paar makkelijke opmerkingen. Door de knieën, meer bewegen of mooie bal. Dat zijn aanwijzingen die je heel makkelijk kan geven. Dan laat je toch even zien dat je er bent, waardoor er beter wordt getraind.’

Ook was er een tijdlang een hulptrainer – meestal een ouder lid van Akris. Volgens René is een hulptrainer niet per se een goed idee. ‘Als iemand mij assisteert die nog niet veel ervaring heeft, moet ik diegene ook begeleiden. Dat kost veel tijd, dus het directe rendement ervan was niet heel hoog.’ ‘En er wordt vaak voor gekozen om de ervaren trainer de beste leden te laten trainen en de hulptrainer de minder goede leden training te geven. Daar ben ik niet altijd voorstander van, want het grootste verschil maak je juist bij de mensen die minder lang spelen. Daar kan je de basis nog goed neerzetten.’

De beroemdste manier van René om met de drukte om te gaan was zijn wisselsysteem. Hij ontwikkelde dit systeem om met grote groepen om te kunnen gaan en tijdens de training weinig aandacht te hoeven geven aan het wisselen. ‘Iedereen op de goede plek zetten kost drie minuten in het begin. Dat lijkt heel veel tijd, maar dat haal je er sowieso wel uit omdat je tussendoor niet hoeft te wisselen’, meent René. ‘Als je zelf op een training een opstelling wilt maken kost het normaal gesproken te veel tijd. Je wordt er echt diep ongelukkig van.’

‘Ik had er op een gegeven moment een wiskundig systeem voor bedacht’, legt René uit, waarna hij begint met het uittekenen ervan. ‘Je maakt bij de warming op een lijst met namen op volgorde van sterkte’, start hij zijn verhaal. ‘Je begint hier… Wacht, het kan zijn dat dit niet helemaal klopt. Ik teken wel een nieuwe versie’ Een tweede versie wordt getekend. ‘Het kwam erop neer dat je bij drie keer wisselen twee keer tegen een sterkere, en twee keer tegen een zwakkere moest. Het mooie van het systeem is dat je het met hele grote groepen kan doen en je niet in subgroepen hoeft te onderscheiden.’

Het verhaal wordt weer door René zelf onderbroken terwijl hij naar zijn tweede versie kijkt. ‘Ik zit even te kijken of ik hem heb. Wacht. Zeven of acht, dat is een duo dat ongeveer even goed is. Eehm. Ik ga dadelijk even puzzelen, en dan krijg je hem.’ De versie die als afbeelding erbij staat is de derde poging, die René voor ons na het interview heeft getekend. ‘Hoe dan ook, ten grondslag van het systeem ligt een soort volgorde van spelers op volgorde van goed naar slecht. In de meeste gevallen moet je tegen twee beteren en twee slechteren en elke keer schuif je een plekje naar rechts door.’ Het wisselsysteem zorgde er dus voor dat René tijdens de training geen tijd meer hoefde te investeren in het wisselen, waardoor er meer aandacht kwam voor het geven van inhoudelijke tips.

Het einde bij Akris

Er werden dus veel oplossingen bedacht om te kunnen omgaan met zo’n grote groep, maar ze waren niet de gehele tijd nodig. De drukte op de training varieerde tijdens de trainerscarrière van René. Meestal waren er veertien tot achttien Akrissers op de training. Ook hielp René Akris door zijn contacten met het sportcentrum (‘ik deelde de kleedkamer met Peter Gijsberts’ – een van de directeuren van het sportcentrum) en deelde hij zijn kennis met de opvolgende besturen van Akris.  ‘Als trainer bij het sportcentrum heb je ook een ondersteunende taak. Het is dus goed af en toe gevraagd en ongevraagd wat advies te geven of wat dingen in perspectief te plaatsen.’

In 2016 gaf René aan te gaan stoppen bij het toenmalige bestuur. Zijn besluit om te stoppen had niks te maken met dat hij de trainingen niet meer leuk vond. Gevraagd waarom hij stopte antwoordt René simpelweg: ‘Omdat ik een baan in Tilburg kreeg en dat lastig te combineren was met de trainingen’. Het afscheid nemen van Akris was moeilijk, ‘maar het is goed dat ik geen training ben blijven geven. Het heen- en terugreizen was niet te doen geweest’, verklaart hij. Voor het afscheid hadden de Akrissers een mooi boek gemaakt. ‘Er staat van alles in. Foto’s, herinneringen, berichtjes. Alles wat ze verzameld hadden in de tijd dat ik trainer ben geweest.’

Terugkijkend op zijn tijd bij Akris noemt René zijn belangrijkste drijfveer ‘zorgen dat er fijn getraind werd in een prettige sfeer. Daar word je blij van, als je hard training hebt gegeven. En daarna in de kantine kan je gezellig doen’, lacht hij. ‘Ik houd wel van een biertje’.

Ook zegt de oud-trainer bij Akris geleerd te hebben te relativeren. ‘Ik kreeg minder hoge verwachtingen. Ze komen als ze komen en het is maar de vraag of beter worden het belangrijkte is. Het gaat er vooral over dat de leden lekker gespeeld hebben.’ Zelfs zijn eigen rol binnen Akris relativeert hij. ‘Er zijn wel leden beter geworden, maar of ik daaraan in grote mate heb bijgedragen weet ik niet’, zegt hij bescheiden. Hoewel de trainer presteren ook belangrijk vind, staan ze duidelijk op de tweede plek bij de gezelligheidstrainer.

René tafeltennist zelf nog steeds bij TN en laveert al enige tijd tussen de tweede en derde klasse. Hij is gestopt met zijn gewoonte bij het spelen om ‘lieverd’ tegen zichzelf te roepen als hij een bal mist, omdat zijn tegenstanders hem ook zo gingen noemen. Toch is hij nog steeds makkelijk te identificeren: zoek de filosoof met het biertje in zijn hand. Mocht je hem eens zien ga dan vooral het gesprek eens aan, want René weet veel over Akris, het trainerschap en – voor de kenners – filosofie.

Taveres Teamtoernooi: Akrissers de beste!

Eindhovuh de gekste. Mogelijk het meest misbruikte zinnetje van, eehm, Eindhoven, maar waarschijnlijk wel van toepassing op de Eindhovense Studenten Tafeltennis Vereniging Taveres. Al is Eindhovuh de zatste op hen meer van toepassing. En de Akrissers? Die waren beslist de beste (in Exploding Kittens).

Over de afkomst van het gekkenzinnetje gaan verschillende theorieën rond. Op het internet vond ik de volgende verklaring: ‘Het is allemaal compensatiegedrag. Den Bosch is natuurlijk de hoofdstad van Noord-Brabant en van het carnaval, terwijl Eindhoven de grootste stad van Noord-Brabant is. Om dit allemaal een beetje te compenseren roepen we allemaal dat Eindhoven de gekste is.’ Eindhoven heeft natuurlijk wel wat om te compenseren. Het is de meest criminele stad van Nederland, over het Stratum hoef ik niet veel woorden vuil te maken en echt mooi, laten we eerlijk zijn, is Eindje ook niet.

Een van de weinige lichtpuntjes die de stad had was het Internationale Tafeltennis Toernooi (ITT), het grootste studenten tafeltennistoernooi van Europa. Honderden enthousiaste tafeltennissers trokken jaarlijks naar de stad om een weekend vol gezelligheid en tafeltennis te beleven. Tot in 2014 Eindhoven haar volgende slachtoffer nam: het ITT leek, net als het hoofdkantoor van Philips, haar laatste uur te hebben geslagen. De stad had zelfs niet langer het ITT meer om haar gebreken te kunnen compenseren.

Na een paar moeilijke jaren is de vereniging die het ITT organiseerde, Taveres, tegenwoordig weer in een wat betere staat. Een renaissance van het ITT staat hierom voor volgend jaar op de planning, maar dit jaar werd er al een testtoernooi gehouden om de organisatie in de vingers te krijgen. Natuurlijk mocht Akris hier niet bij ontbreken. Deelnemende koppels waren Joep met Stijn, Louise met Luuk, Marieke met Wietse, Robin met zijn vader en Thierry met zijn suprise-partner. De Akrissers zouden eens laten zien dat ook Nijmegen gek (goed) kan zijn.

Het toernooi had dankzij de teamvorm een andere opzet dan de meeste reguliere toernooien. Als eerste werd een dubbel gespeeld, waarna de beste tegen de beste speler speelde en de slechtste tegen de slechtste. Nu waren de beste en slechtste relatief, want veel partners waren ongeveer even goed, maar in theorie moest dit wedstrijden op het eigen niveau opleveren. Veel wedstrijden waren inderdaad spannend. Er waren twee klassen, die ieder twee poules van vijf duo’s hadden, waarna er gestreden werd om de uiteindelijke eindklassering.

En gestreden werd er, met goede resultaten van Akrissers tot gevolg. In de B-groep werden Thierry en zijn partner eerste, Louise en Luuk derde, Joep en Stijn vijfde en Wietse en Marieke negende. Bij de A-groep werd Ruben tweede en Robin kwam niet in de buurt van het podium. In plaats van bekers werden er aan de top drie oorkondes uitgereikt, wat een beetje tragisch was.  Verder opmerkelijk: In de B-klasse was er een speler van Taveres die eigenlijk veel te goed was voor deze klasse, maar beloofde zich helemaal lam te zuipen om onder zijn niveau te spelen.

In de bar na afloop bleek dat hij niet de enige Taveres-speler was die gedurende de dag flink had doorgehaald. Een paar spraken zonder het door te hebben met dubbele tong en ondanks de reeds aanzienlijke hoeveelheid genuttigde alcohol, bleef de tapkraan in opdracht van Taveres voortdurend open staan. Het was een mooie gelegenheid om beter kennis te maken met sommige Taverianen en binding tussen de verenigingen te versterken. Zo bleek dat er bij Taveres iemand rondliep die nóg langer lid is dan Louise en Mariska bij ons en dat Akrissers superieur Exploding Kittens spelen.

Blij maar vermoeid reed de laatste auto uiteindelijk om elf uur aan uit Eindhoven. Marieke klaagde in de auto nog over het gekibbel van Joep en Stijn, maar die compensatiestrategie hadden zij uit Eindhoven meegekregen. In elk geval hoefde Taveres die strategie niet toe te passen, want het toernooi was zeker niet om je voor te schamen. Hopelijk kunnen zij deze lijn doorzetten en volgend jaar weer een geslaagd ITT organiseren.

De man achter de schermen: de maker van de TT-app

In het leven van de gemiddelde Akrisser, wellicht wel van de gemiddelde tafeltennisser, kan één ding niet ontbreken: de TTapp. De competitiespelers maken er hun planning in en op een normale vrijdagavond, zeker op de laatste dag van het competitieseizoen, wordt de app angstvallig in de gaten gehouden om de tegenstanders in de gaten te houden. Toch zijn de meeste gebruikers zich er onbewust van dat deze app niet officieel van de NTTB is. In plaats daarvan wordt de app gebouwd en onderhouden door één man, spelend bij TTV Hilversum: Toni van de Wiel.

Het begin van de app

Toen hij die ‘draak van een website uit 1991 ofzo’ zag van de NAS (NTTB Administratie Systeem) begon er bij hem iets te wringen. Dit moest beter kunnen. Aangezien Toni ‘wel een achtergrond heeft in het hacken’ leek hij geschikt voor deze taak. Het begin van de TTapp bestond dan ook uit het wegtrekken van informatie uit NAS, dit in een database stoppen en zelf een nieuwe interface maken waardoor de data wel goed leesbaar was, zodat ‘mensen tijdens die wedstrijden die informatie konden zien’. Dit soort ‘hacken’ loopt meestal tegen problemen aan, omdat websites best wel door hebben als iemand ze van afstand leegrooft. Toni begon dus voorzichtig en beperkte zich tot de eigen club. Al snel was het gewenst om toch ook de afdeling erbij te betrekken en zo werd de informatie van afdeling Midden in de app gestopt. Onder het mom van ‘we zien wel waar het schip strandt’ ging Toni verder. Zo belandde uiteindelijk de data van heel tafeltennissend Nederland in de app. Om dit actueel te houden zorgde Toni dat de app één keer per twee seconden refreshte en zo nieuwe informatie van dat oude NAS haalde. Dit kon niet te vaak, want hij mocht geen aandacht op zich vestigen. Nog steeds was Toni eigenlijk aan het hacken.

‘Dat moet ergens een keer stranden en dat gebeurde dus ook. Maart 2015…’ begint Toni onheilspellend. De websitemaker achter NAS ontdekte dat zijn website leeggeplukt werd en Toni werd bij zijn pogingen om informatie van de website te halen geblokkeerd. Hij zocht nog contact met deze programmeur, maar kreeg nul op het rekest. ‘Ondertussen had de NTTB lucht gekregen van die app en die zagen er wel wat in. Zij zorgden ervoor dat de IP-blokkade werd opgeheven’. Dit betekent overigens niet dat Toni direct toegang kreeg tot de gegevens van de NTTB. ‘Zelfs op dit moment heb ik nog geen toegang tot de database van NAS en moet ik het nog steeds op dezelfde manier doen als ik het toen ook al deed door al die pagina’s op te vragen en in een eigen database te stoppen’. De NTTB beloofde nu wel de onkosten van de app te dragen, waardoor Toni de mogelijkheid kreeg de app ook voor iOS uit te brengen.

Ontwikkelingen

Toen kon de app dus echt gaan groeien. Zoals Toni het verwoordt: ‘Tijdens competitieavonden zien mensen die app en vragen: “Wat heb jij? Wat is dat? Dat wil ik ook”’. Zo groeit de app dus organisch door, vooral door mond-tot-mondreclame. Aangezien je elkaar uitnodigt, is de app gebaat bij goede persoonlijke contacten, maar ook afhankelijk van de eerlijkheid van de gebruiker. ‘Je vertrouwt elkaar. Degene waarmee jij die wedstrijden speelt die ken jij dus de koppeling van het bondsnummer met het e-mailadres, dat is vertrouwd. Het is ook bijna nooit fout gegaan’. Bijna, maar zeg nooit nooit. Eén keer ging het wel fout. Toni legt uit: ‘Er waren twee mensen die elkaar niet mochten. Eén heeft een account aangemaakt met het bondsnummer van de ander en heeft toen allerlei fake wedstrijden zitten invoeren. Hij heeft er een enorme puinhoop van gemaakt. De persoon van wie dat bondsnummer eigenlijk was, wilde vervolgens een account aanmaken, maar zijn bondsnummer bleek al in gebruik. Toen ben ik verder gaan zoeken in de historie en kwam allerlei troep tegen’.

‘Eigenlijk staat het nog op mijn verlanglijstje om spelers een waarschuwing te geven als de ingevoerde gegevens niet overeenkomen met NAS’, zo besluit Toni het vorige onderwerp. Dit brengt ons mooi bij de toekomst van de app. Op basis waarvan bijvoorbeeld besluit Toni om dingen toe te voegen? ‘Ik krijg best wel fan-mail met “mooie app, maar kan dat en dat niet toegevoegd worden” en als ik dat zelf ook een goed idee vind, moet ik dat eigenlijk maar eens gaan bouwen’. ‘Ik bekijk dus ook al de apps in andere landen. Er speelt hier een jongen die ook in Frankrijk speelt en die liet mij die app zien. Daar hebben ze een heel leuk overzicht: als je dan kijkt naar jouw persoonlijke pagina, zie je ook hoe jij scoort ten opzichte van jouw regio en in jouw club. Alleen is dit alleen leuk als je ziet dat je bij de beste tien procent zit, mar wat als je de laatste bent? Hoe moet je dat nou presenteren?’. Je ziet, er wordt nog druk nagedacht over hoe de app te verbeteren.

Ondertussen zijn er ook ontwikkelingen aan de kant van de NTTB, want ‘nu zijn ze wel zo ver dat ze het toch als een meer officiële NTTB-app willen gaan zien’. Het is echter nog steeds een particuliere app, waar duizenden uren van een vrijwilliger inzitten. Toni zegt daarover: ‘Nu zit ik in dat stadium [professionalisering, red.] met de NTTB. Zij zien graag bepaalde functies toegevoegd worden en dat is prima, maar dan moet er ook een andere overeenkomst komen. Ze willen bijvoorbeeld wel graag dat uitslagen rechtstreeks NAS ingaan, dus dat het wedstrijdformulier in de app het officiële formulier wordt’.

Uit de hand gelopen hobby

Waardering voor de app komt dus mondjesmaat vanuit de NTTB, maar veel meer geniet Toni van de complimenten die hij krijgt van gebruikers. ‘Sinds een half jaar zit die donatiefunctie erin. Mensen kunnen doneren. Dat is best leuk. De waardering die je daardoor krijgt is groot. Ik had vier bedragen als keuze: één, twee, vijf of tien euro. En tien euro is de meest gebruikte knop’. De fanmail komt bovendien uit heel het land. Limburg bleef overigens een tijdlang achter: ‘niet omdat het Limburg is, maar die hadden al wat anders’. Maar, zoals wel vaker, werd de Limburgse variant weggeconcurreerd door een betere mogelijkheid: Toni’s app. ‘Ik hoop dat mijn app dusdanig groeit dat ik daar mijn inkomsten uit kan halen, mijn baan kan opzeggen en dit soort dingen kan ontwikkelen’. Daar zijn echter wel ook structurele inkomsten van de NTTB voor nodig.

In het dagelijks leven is Toni ICT-er bij een groot marktonderzoeksbureau en ontwikkelt daar softwareapplicaties voor tv- en radio-onderzoek, maar Toni wordt pas echt blij als hij aan zijn TTapp mag werken. Enthousiast legt hij uit: ‘Naast de app komt er nog veel meer bij kijken op de achtergrond: de server, de database, de beveiliging. Ik vind dat gewoon leuk. Dat is een hobby om dat allemaal onder controle te houden. Op mijn werk heb ik al mensen die zeggen wat ik moet bouwen en welk kleurtje het moet hebben. Hier kan ik gewoon helemaal los met nieuwe technieken en experimenten. Zo is het hele telbord ontstaan bijvoorbeeld. Deze realtime-communicatie vraagt om onderzoek en nieuwe experimenten. Een aantal aspecten van de TTapp heb ik vervolgens ook weer gebruikt op mijn werk’.

Op dit moment gebruiken bijna 7500 mensen de app. De statistieken in de app, menuknop TTapp stats, laten een gestage groei zien. Naast al die grafieken ziet Toni bovendien nog twee cijfertjes in zijn versie van de app. ‘Hier zie je wat getalletjes die niemand ziet, alleen ik. Dit zijn het aantal gebruikers wat op dit moment de app open heeft staan. En daarnaast staat de belasting van de server. Als die boven de vier komt, dan begin ik toch wel te zweten’. Op een vrijdagavond houdt Toni dat nummertje dus angstvallig in de gaten. De waarschuwingsmails vanuit zijn monitoringsysteemstromen bovendien binnen als het fout gaat in de app. Hij vertelt bijvoorbeeld: ‘Twee weken geleden kreeg de server echt te veel te verstouwen. Alles vertraagt dan en dan functioneert die niet meer. Toen heb ik dus een extra CPU [processorkracht, red.] bijgekocht op de server’.

En de tafeltennisser Toni? In zijn jeugd speelde hij al tafeltennis, maar stopte toen hij ongeveer zestien was. En hoe hoog speelde hij toen? Toni antwoordt: ‘Laag, heel laag. Ik heb de ambitie wel, maar dat wordt niks. Misschien nog een keer de vierde klasse, maar meer zit er niet in’. Jaren later zocht hij een sport voor zijn twee kinderen: ‘Zij vonden het niet zo leuk, maar toen begon het bij mij weer te kriebelen’. Zo rolde hij dus toch weer het tafeltenniswereldje in. De app is dus echt ontwikkeld door een tafeltennisser in hart en nieren en daardoor ‘sluit [de app] volgens mij hartstikke goed aan bij de spelers’. In de toekomst wordt de app misschien wel een officiële NTTB-app, maar voor nu is dit allemaal nog koffiedikkijken. Belangrijker is het dat we nu weten wie toch zo regelmatig onze mobiele schermen vult met tafeltennisinformatie. Onze conclusie: deze man weet van wanten en maakt zo menig tafeltennisser het leven een stukje makkelijker. Daar bedanken wij hem hartelijk voor!

Het Open Akris Tafeltennis Kampioenschap is jaarlijks een hoogtepunt voor veel Akrissers. Ook dit jaar was het weer een groot succes. Het toernooi rust al jarenlang op drie pijlers: de stapavond, de barbecue en natuurlijk het toernooi. Een verslag in drie delen.

De stapavond

‘Waarom gaan we in hemelsnaam stappen voorafgaand aan het OATK?’, is een vraag die ik mezelf regelmatig stel, maar nog nooit heb kunnen beantwoorden. Totdat ik een zinnig antwoord krijg, lijkt er niks te veranderen. Het resultaat: een groep dranklustige tafeltennissers in Nijmegen. De groep omvatte onder andere veel Akrissers, de Eindhovenaren van Taveres, een paar enthousiastelingen uit Enschede en een hoop gezelligheid. Na wat ingedronken te hebben in We Gaan Beginnen vertrokken we naar de Billabong, die helaas (*kuch, kuch*) gesloten bleek.  

Daarna werd het de Malle Babbe, die van bijna leeg dankzij onze stappers veranderde in bijna vol. Het favoriete café van Rob de Nijs bleek de juiste keus en de voetjes konden van de vloer. Dankzij het vele aangeboden gerstenat kwam iedereen lekker op stoom. De jongens van Taveres vertrokken naar de Stretto, ook wel de Sletto genoemd, maar de rest van de groep bleef gezellig de Malle Babbe bemensen tot diep in de nacht. Helaas moest de dag erop, de rekening worden betaald…

Het toernooi

Ikzelf heb nog nooit zo slecht gespeeld als op de dag van het OATK, 8 april jl. Achteraf denk ik dat het mis ging toen het ontbijt er pas bij aanvang van het toernooi was, terwijl ik speciaal eerder was gekomen om van een lekker ontbijtje te genieten. Ook de traditionele korte nachtrust en mijn aanwezige mega-kater heeft niet geholpen. Pas na de lunch speelde ik weer enigszins normaal, maar moest ik alsnog mijn meerdere erkennen in Jos Langens uit Herpen, die uiteindelijk ook de Open IV heeft gewonnen.

Maar laat ik mijn succes niet afmeten aan de hand van mijn eigen malheur. Het toernooi was een groot succes, met ruim honderd deelnemers op 23 tafels. Graag feliciteer ik ook de andere winnaars: Martijn Laurensen, Gerrit Wijngaards en Jelte van Buren. Al heeft de laatstgenoemde noppen, wat weer een minpunt is. Verder hebben ook veel Akrissers goed gepresteerd, wat voor Luuk en Wietse leidde tot tweede plaatsen in hun klasse.

Daarnaast was er een goedgevulde prijzenkast voor de loterij ten bate van het lustrum, waarbij deelnemers fantastische prijzen konden winnen… In totaal is hierdoor bijna 200 euro opgehaald. Graag wil ik alle Akrissers die een cadeautje hebben ingelegd hiervoor bedanken. Daarnaast wil ik natuurlijk de toernooicommissie complimenteren. Dankzij het harde werk van Celine, Mariska, Robin en Stijn is de dag zo’n succes geworden.   

De afterparty

Zoals een mens niet kan leven zonder zuurstof, kan het OATK niet voortbestaan zonder diner na afloop. Officieel een barbecue, maar officieus een buffet met vlees. In ieder geval bood het €12,50 aan eten, wat door bijna vijftig hongerige tafeltennissers naar binnen werd gewerkt.  Na afloop stroomde WGB langzaam leeg, maar degenen die bleven praatten na over een geslaagd toernooi. Een kater komt bij dit toernooi zeker niet later.

Winnaars 2018:
Open 1
1. Marijn Laurensen
2. Tom Thijssen
Troost 
1. Roy van Leuken
2. Tom Sellies

Open 2
1. Gerrit Wijngaards
2. Robbert Hijbreghts
Troost
1. René Gulikers
2. Charly Hunsicker

Open 3
1. Jelte van Buren
2. Luuk de Boo
Troost
1. René van Dijken
2. Henrike Post

Open 4::
1. Jos Langens
2. Wietse Essink
Troost
1. Geert Wittenberg
2. Lucas Verlinden