Author Archives: admin

Interview oud-Akrisser Mark Ruijs

Interview Mark

Mark Ruijs (35) woont met zijn vriendin Kim en zoontjes Nils (6) en Kaj (4) in Grave. Doordeweeks werkt hij bij Vodafone in Eindhoven als shopmanager. In de weekenden is hij muzikant bij de band Millstreet. Een hobby waar veel tijd in gaat zitten: per jaar verzorgen ze zo’n negentig optredens door het hele land.

In het jaar 2010-2011 was Mark voorzitter van Akris. Dit was al snel nadat hij bij Akris kwam. Al in zijn eerste jaar werd hij een actief lid en zo begon hij in het voorjaar van 2010 met zijn eerste competitieseizoen. Er zouden er nog vele volgen (pas in het voorjaar van 2016 speelde hij zijn laatste seizoen bij Akris). Een keer na training of competitie zaten ze te borrelen bij Piecken, toen René (de toenmalige trainer) tussen de biertjes door aan hem vroeg of het niks voor hem zou zijn: voorzitter zijn. Hij had op dat moment nog geen bestuurservaring, toch twijfelde hij geen moment. Daar heeft hij nooit spijt van gekregen: hij heeft een hoop goede herinneringen aan zijn bestuursjaar.

De grootste uitdaging tijdens zijn bestuursjaar vond hij het werven van leden. Dat was altijd moeilijk en het verliep een beetje met horten en stoten. Ook vond hij het belangrijk om het clubgevoel levendig te houden: naast tafeltennis hoorden er ook activiteiten bij en wilde hij graag iedereen erbij betrekken. Geld technisch was het destijds wel aan de krappe kant. Het was gokken hoe veel er met het hernieuwde OATK opgehaald zou worden en er waren best wat leden die pas op het allerlaatste moment geld overmaakten. Sommigen waren gewoon laks met dat soort zaken, anderen zaten door de kosten van het studentenleven geregeld op zwart zaad. Gelukkig weet Luuk de Boo, onze huidige penningmeester en een van de interviewers, te melden dat dit tegenwoordig een stuk beter verloopt.

Vanaf 2010 werd het OATK in zijn huidige vorm georganiseerd. Daarvoor organiseerde Akris het GATT (Groot Akris Tafeltennis Toernooi), maar dat toernooi liep op een gegeven moment een stuk minder goed. Het bestuur dat voor Mark zat, had al nagedacht over een nieuwe invulling voor het jaarlijkse toernooi (inclusief nieuwe naam). Daarna werd het overgedragen aan Mark en zijn bestuur. Samen met de toernooicommissie organiseerde hij voor het eerst het OATK: een geslaagd toernooi met ruim tachtig deelnemers. In totaal zat Mark zo’n 4 à 5 keer in de organisatie. In die eerste jaren werden de logees niet verdeeld over slaapplekken, maar in één ruimte ondergebracht. De algemene ruimte die bij zijn kamer in de Gouverneur hoorde, leende hij zonder problemen daarvoor uit. Ook werd daar na het toernooi met een grote groep gegeten ter afsluiting van het toernooi.

Wie Mark heeft meegemaakt tijdens de organisatie van het OATK zal beamen, dat hij nooit gestrest overkwam. Zelfs niet op de dag zelf. Naar eigen zeggen kwam dat doordat hij graag alles van te voren helemaal had uitgedacht, zodat alles klopte voordat het toernooi ging plaatsvinden. Het bepalen en opzetten van de toernooistructuur, vaak één grote puzzel, vond hij juist het leukste gedeelte. Die puzzel moest opgelost worden. Op de dag zelf zat hij dan ook het liefste zelf bij het schema om ongestoord te kunnen nadenken wanneer er aanpassingen gedaan moesten worden (bijvoorbeeld door afmeldingen). Na het toernooi een paar keer georganiseerd te hebben, werd vanzelf duidelijk hoe bepaalde situaties opgelost konden worden. Ook werd dan bijvoorbeeld inzichtelijk hoe lang vervolgrondes konden duren. Als hij dan een volle zaal zag en het gevoel had dat alles klopte, zorgde dat voor een voldaan gevoel. Komende organisaties zou hij dan ook als tip meegeven om van te voren goed na te denken over de dagindeling. Je vindt altijd wel mensen die goed kunnen lobbyen of de stapavond kunnen verzorgen, maar je hebt er ook nodig die de puzzel kunnen kraken.

Tijdens het OATK was hij dan wel de rust zelve, tijdens wedstrijden kon hij wel eens uit zijn slof schieten. Zelf heeft hij daar wel een verklaring voor. Want ook al was hij dan misschien niet de beste, fanatiek was hij zeker. Hij wist dat hij af en toe best een lekker balletje kon slaan en wanneer dat er niet uitkwam, frustreerde hem dat het meeste. Een goede wedstrijd spelen en toch verliezen, dat deed hem een stuk minder. Om zelf lekker te kunnen spelen, hoopte hij vooral niet te stuiten op een aantal aartsrivalen. Oude mannen die (in zijn ogen) eigenlijk niks kunnen en dan maar noppen of anti nemen, dreven hem tot waanzin. Zij deden niet veel meer dan de bal terug lepelen, terwijl hij steeds meer tegen zichzelf ging spelen. Vaak vroeg hij zich dan af waarom ze überhaupt tafeltennisten.

Toch kwam er een omslagpunt. Mark werd een stuk rustiger. Daar waar hij eerst door de noppen/anti ballen heen probeerde te slaan, ging hij steeds meer met het spelletje meespelen. Rustig wachtte hij af tot er een keer een hoge bal kwam, die hij dan af kon slaan. Die tactiek werkte voor hem. Hij kreeg er vrede mee dat hij tijdens zo’n wedstrijd niet per se zijn beste spel kon laten zien. Toch blijft hij het tot op de dag van vandaag vreemd vinden dat het nemen van noppen en anti rubbers nog steeds mag. “Dat is net zoiets wanneer een voetbalteam een veel betere tegenstander heeft en dan maar ineens besluit te spelen met een ovale bal of op een compleet andere ondergrond”. 

Waar veel Akrissers last van hebben, gebeurde ook bij Mark. Hij riep geregeld dat dit echt zijn allerlaatste competitieseizoen bij Akris zou zijn. Soms uit frustratie nadat zijn team dik verloren had, maar ook vaak genoeg omdat het echt te druk werd. Wanneer de teamindeling vervolgens bekend werd gemaakt, stond zijn naam er toch weer tussen. Hij vertelt dat dit voornamelijk door zijn teamgenoten kwam. Die zeiden dan: ‘Kom op, Mark, nog één seizoentje’. Dan bedacht hij dat het stiekem nog steeds leuk was en deed hij toch nog een keertje mee. Op het einde had hij echter nog maar zo weinig tijd, dat hij zich niet meer onderdeel van de club voelde. Hij kon niet meer trainen en slechts de helft van de wedstrijden meespelen. Dat was uiteindelijk de reden dat hij echt stopte. Mocht hij meer tijd hebben gehad en nog bij de activiteiten aanwezig kon zijn, dan was hij wellicht pas een stuk later gestopt.  

In het najaar van 2016 speelde hij dan toch zijn allerlaatste competitieseizoen bij Akris. Sindsdien heeft hij zijn batje niet meer uit de koffer gehaald. Simpelweg omdat hij er niet meer aan toe komt. Jammer vindt hij dat wel, want het spelletje zelf vindt hij nog steeds leuk. Er ligt nog een stapel met Akris-shirtjes op hem te wachten (van competitie, bestuur, commissies), want mocht hij ooit weer gaan tafeltennissen dan doet hij dat het liefst in iets wat hem aan Akris herinnert. Wellicht een keer tijdens een OATK. Ondanks dat hij daar nog steeds niet aan toe is gekomen, lijkt het hem leuk om ook een keer zelf deel te nemen, in plaats van achter de organisatietafel alles in de gaten te houden.

 

Activiteitenverslag

Klokkenspel (activiteiten)

Rinkelende belletjes. Je kent ze wel, van die kleine belletjes, verwerkt in menig kerstnummer, foute kersttrui en ontelbare kerstversieringen. Het rinkelen ervan zou het naderen van de Kerstman aankondigen, het geluid veroorzaakt door de beweging van zijn rendieren. Inmiddels kennen we echter de waarheid: sinds sinterklAkris weten we dat het geluid eigenlijk wordt veroorzaakt door een rammelend klokkenspel. Degenen die bij sinterklAkris aanwezig waren, weten waar ik het over heb (helaas ben ik zelf niet een van deze gelukkigen). Ik heb het over een onderbroek. En niet zo maar een onderbroek. Het is er een die de warmte en het knusse gevoel van Kerst in ieder die hem ziet naar bovenbrengt. Die menig hart sneller laat kloppen alleen al door de gedachte dat hij later op de avond in vol ornaat getoond zal worden. Die zorgt voor grote, haast ontroostbare teleurstelling wanneer aan het eind van de avond blijkt dat iedereen is voorgelogen. Want dat was wat er uiteindelijk gebeurde. Het rammelende klokkenspel werd niet getoond tijdens de Kerstborrel. Zelfs niet na een onvergetelijke speech. De reden? Volgens de eigenaar (en schuldige in deze kwestie) zou dit zijn, omdat deze geweldige onderbroek veel te groot voor hem was. Of we dat geloven? We denken eerder dat dit slechts een zwakke smoes is, maar eerlijk is eerlijk… mocht dit echt het geval zijn geweest, dan is ons een nog grotere teleurstelling bespaard gebleven. Zeg nou zelf: zo’n lekker strak broekje is natuurlijk veel leuker…

Je zult je afvragen: viel er op activiteiten gebied dit jaar nog meer te beleven? Jazeker! Het begon allemaal bij Ollround, het welbekende bowlingcentrum van Nijmegen. Zoals menigeen zich nog kan herinneren van voorgaande jaren, zorgde het studentenbowlen (iets met gouden pinnen en het winnen van rondjes shotjes) al voor aardig wat onvergetelijke avondjes, interessante danspasjes en pikante filmpje(s). Bij sommige Akrissers zorgt het spelelement waarmee shotjes of een draai aan het rad gewonnen kan worden, voor meer spanning dan het bowlen zelf. Dus toen het eerste spelelement van de avond bekend werd gemaakt, sprongen de fanatiekelingen meteen op de bankjes om daar hun beste dansbewegingen te showen. Maar wat bleek! Het geheel vernieuwde interieur (dat er overigens prima uitzag) wilden ze graag in de huidige staat behouden, wat inhield dat niemand meer op de bankjes mocht staan. Wellicht werd de invulling van de avond daardoor iets onschuldiger dan andere jaren? Maar wellicht zorgde dat bij een enkeling juist ook voor betere bowling resultaten? Naast het bowlen, werd er ook een spelletjesavond georganiseerd, we gingen poolen, “vierden” sinterklAkris en hielden  dus een Kerstborrel (wat toch nog een Kerstdiner werd). Ik zou er nog veel woorden aan vuil kunnen maken, maar eigenlijk is het natuurlijk veel leuker om er echt bij te zijn! En mocht je zelf nog een super goed idee voor een activiteit in gedachten hebben, schroom dan vooral niet om de activiteitencommissie hiervan op de hoogte te brengen! 

Interview trainer Martijn

Van elfjarige beginner tot professioneel trainer: een interview met Martijn Spithoven

Interviewers Marieke van Egeraat & Devlin Oosterwijk

Dit jaar begon bij ons Martijn Spithoven als nieuwe trainer. Reden genoeg dus om hem wat beter te leren kennis. Zo wist je vast nog niet dat Martijn ooit mee geweest is op Akrisweekend, dat hij zijn ellenboog gebroken heeft (hoe dan!?) of dat hij ooit wilde werken bij zijn favoriete voetbalclub, N.E.C.! Het komt allemaal voorbij, dus lees snel verder.

We beginnen bij het begin: Martijn is geboren en getogen in Nijmegen en dat is ook te zien aan zijn tafeltennisgeschiedenis. Op zijn elfde begon hij bij het toenmalige ATC (tegenwoordig TN) aan de sport waarmee hij nu zijn brood verdient. Op de basisschool werden er proeflessen aangeboden, maar in eerste instantie was Martijn niet van de partij. Pas anderhalf jaar later, nadat ondertussen zijn broer wel was gaan spelen, wist de sport hem te overtuigen en pakte hij voor het eerst een batje vast. ‘Na een jaar won ik van mijn broer, dus die vond het niet meer zo leuk en hij dacht “wegwezen hier”’. Martijn had daarentegen wel de drive om beter te worden en ‘de wil om hard te werken’. ‘Wat ik vooral geleerd heb bij de jeugd is dat je het proces moet zien. Dus niet blijven hangen bij één resultaat, positief of negatief, maar dat je meer de lange termijn ziet en daarvoor werkt’. Hij vertelt ons dat zijn backhand nog steeds niet zo goed is. Sterker nog, ‘tot de kampioenspoule in de jeugd heb ik eigenlijk alles met forehand gespeeld’. Toch moest het er een keer van komen, dus concentreerde Martijn zich vervolgens op zijn backhand, die ‘nog steeds niet is zoals die moet zijn, maar toch heeft het me wel wat opgeleverd’.

Na de jeugd stroomde Martijn door naar de senioren, maar dit ging niet zonder slag of stoot: ‘Tijdens de eerste training na de vakantie speelde ik een forehand topspin waarbij de spier langs het bot bewoog en een stukje bot meepakte’. Uiteindelijk betekende dat een half jaar geen tafeltennis voor Martijn en bovendien vier jaar later een operatie. Nog steeds blijft het een zwakke plek, waardoor de dokters ‘hebben gezegd dat ik geen krat bier mag tillen met links, maar dat doe ik toch nog wel’. Gelukkig heeft de operatie wel geholpen, want ondertussen kan Martijn gewoon weer spelen.

‘Dit is trouwens ook waarom ik trainer ben geworden’, vertelt Martijn ons plotseling. ‘Door de blessure ben ik training gaan geven. In eerste instantie een beetje meekijken en meelopen en uiteindelijk vond ik dat zo leuk dat ik dacht ik ga hier gewoon mee verder. Dat is een beetje uit de hand gelopen’. Martijn overdrijft niet met ondertussen z’n eigen trainersbedrijf, detafeltennistrainer.nl. Hij geeft drie dagen in de week training in Zwolle op een talentenschool, Regionaal Trainingscentrum Nijmegen twee keer in de week, bij TN één keer in de week en natuurlijk bij Akris. Daar komen dan nog afdelingstrainingen en losse uurtjes bij. ‘De jongste die ik les geef is 7, terwijl ik ook privéles geef aan zestigplussers’. Maar Martijns passie ligt bij talenttraining. ‘Je hebt met kinderen te maken die zich moeten nog ontwikkelen, in tafeltennis maar ook als mens. Zo help ik ook een jongen die de planning van huiswerk en trainen moeilijk vindt en nu lukt het hem langzaam om zelf de planning te maken’.

Overigens was tafeltennistrainer niet de onmiddellijke keuze van Martijn voor zijn toekomst. Hij is eerst commerciële economie gaan studeren in Tilburg met een focus op de sportwereld. ‘Mijn doel was om bij mijn favoriete voetbalclub aan de slag te gaan, bij N.E.C. Daar heb ik ook mijn afstudeerstage gedaan en zelfs gesprekken gehad om daar te gaan werken’. Helaas liep dit dood en kwam Martijn in de sales terecht, ‘toen kwam ik er best wel snel achter dat die hoek niet mijn ding was dus zo ben ik langzaam overgestapt op training geven’. Dat vond de omgeving niet heel verstandig (‘gooi je je toekomst niet weg?’), maar na een half jaar als jeugdbondscoach in Suriname te hebben gewerkt, lag het voor Martijn vast: hij ging zich op het trainen richten. ‘Met kerstavond kwam ik terug en 1 januari was het bedrijf opgericht’.  

Ambities heeft Martijn nog genoeg: ‘Ik wil nog steeds jeugdbondscoach worden en dan voornamelijk onder de dertien om daar de structuur grondig te veranderen. Nu krijgen heel veel individuen een persoonlijke trainer aangewezen, maar volgens mij moeten ze in groepen gaan trainen om elkaar sterker te maken. Bovendien moeten we kijken of we meer internationale ervaring op kunnen doen’. Hij ziet genoeg talent bij de jeugd, maar ze moeten de mogelijkheden krijgen om zich te blijven ontwikkelen. Als speler heeft Martijn niet zoveel ambitie meer, ‘vooral gezelligheid is voor mij belangrijk. Daarom zit ik nu ook in een echt vriendenteam en na de wedstrijd op stap. Het gaat er vooral om dat we het leuk hebben’.

En wat vindt Martijn van Akris? ‘Het is druk! Dat geeft wel een leuke, nieuwe uitdaging voor mij als trainer’. Bovendien vindt hij het bij ons gezellig en relaxed, terwijl mensen toch ook wel willen leren. ‘Die combi vind ik wel heel prettig’. Het niveau gaat alle kanten op, maar over het algemeen vindt hij het niet tegenvallen. Dat al die andere niveaus in één groep zitten, ‘maakt training geven wel lastig en tegelijkertijd een uitdaging’. Het grootste aandachtspunt vindt Martijn de vertaling van oefening naar wedstrijd. Qua gezelligheid zit Martijn in ieder geval op zijn plek. ‘Het ging eigenlijk best wel natuurlijk. Je gaat mee borrelen en je wordt er gelijk bij betrokken’. Overigens was dat niet nieuw voor Martijn, want een aantal jaar geleden mocht hij ook al kennismaken met onze vereniging toen hij meeging op Akrisweekend naar Groningen. We zullen zien of hij dit jaar weer van de partij is.

Natuurlijk heeft Martijn ook nog verschillende tips voor ons, maar hij begint met een tip voor het sportcentrum. Hij wil een nieuwe cursusgroep gaan starten, zodat de overgang naar Akris wat makkelijker zou kunnen worden. Voor Akris algemeen geeft hij als tip mee dat we moeten proberen de verhouding mannen/vrouwen zo te houden, want daarin zijn we uniek als vereniging. Dat brengt ons  bij tips voor andere verenigingen: zorg voor fatsoenlijke dameskleedkamers! ‘Ik heb ook een tip voor een specifieke Akrisser, voor Brent, namelijk dat hij een keer voor vijf voor negen binnenkomt’.

 

Introductietoernooi/Introduction Tournament 2019

Afgelopen woensdag vond ons Introductietoernooi plaats met maar liefst meer dan 25 geïnteresseerden! Er werd hard gestreden, want voor iedere eerste plek in één van de vijf poules was er chocolade te winnen. Uiteindelijk eindigden deze toppers in hun poules op de eerste plek:

1. Spelend in de hoogste poule: Ludo en Alex
2. In de tweede poule: Max en Max
3. In de derde poule: Joost en Nolan
4. in de vierde poule: Lennart en Justin
5. En ten slotte: Jonas en Timo (beide geen Akrissers!)

 

Verslag van het OATK 2019

Het OATK 2019: chaos en gezelligheid

Marieke van Egeraat

In het weekend van 13 en 14 april was het weer zover: de Open Akris Tafeltennis Kampioenschappen stonden op het programma. Expres noem ik het hele weekend, want wat is dit toernooi zonder haar legendarische stapavond op de avond voor het toernooi. Ook dit jaar reisde een grote groep deelnemers al op de zaterdag naar Nijmegen om tot in de late uurtjes door te dansen in het gezellige centrum van Nijmegen.

              Dat begon in ons sponsorcafé, We Gaan Beginnen. Het bier vloeide al rijkelijk, de eerste nieuwe contacten werden gelegd en rond een uur of 1 vertrokken we met zo’n dertig man richting het centrum. Daar is het altijd afwachten waar we belanden, want zie maar met zo’n grote groep ergens binnen te komen. Gelukkig is er altijd nog het totaal uitgestorven Malle Babbe, waar we voor het tweede jaar op rij dus maar naar binnen gingen. Verder valt er niet veel te klagen over deze kroeg: ze draaien meezingers en ze verkopen alcohol. Zo veeleisend zijn we immers niet. Die twee voorwaarden bleken ook deze nacht garant te staan voor een leuk feestje. Verschillende momenten verdienen daarbij nog enige aandacht, zoals het wegsneaken van twee Akrissers naar de voorkant van Malle Babbe om daar hopelijk niet gespot te worden. Dat is helaas mislukt. En ook de nachtelijke avonturen van een jongen van Thibats mogen niet onbesproken blijven. De jongen in kwestie zou netjes bij Mariska blijven slapen, maar vond het rond een uur of 5 nog steeds niet genoeg. Ervan overtuigd dat Thomtom de plek was waar hij nog een meisje kon regelen (think again…), zette hij zijn tocht in zijn eentje voort. Gewaarschuwd dat hij niet meer bij Mariska naar binnen zou kunnen, ging hij toch op pad. Wonder boven wonder kwam hij later Robin nog tegen en kon bij hem op de bank neerploffen. Een goede nachtrust zal dat niet opgeleverd hebben, wat de volgende dag ook wel te merken was.

              De volgende ochtend vroeg stond de commissie, aangevuld met twee vrijwilligers (of nja, eentje eigenlijk, de ander had haar slaap hard nodig!) al weer klaar om mensen te ontvangen. Het verschil tussen de brakke stappers en de fris en fruitige andere deelnemers was aanzienlijk, met name in de aankomsttijd. Gelukkig was uiteindelijk iedereen binnen en kon er gespeeld worden. In de ochtend ging dat verbazingwekkend vlekkeloos: de poules gingen lekker van start en er werd goed doorgespeeld. Of althans, zo leek het… Pas tegen de middag, toen de dubbels moesten beginnen, werd duidelijk dat het allemaal toch wel wat langer duurde. Toen vervolgens in de dubbelpoules ook nog eens de eerste twee teams doorgingen (en niet zoals gewoonlijk alleen het eerste), bleek de tijdsplanning niet meer haalbaar. Voor de commissie betekende dat ongeveer twee uur aan complete chaos en stress, maar zo rond een uur of 4 bleek de schade te overzien, was de vervolgronde van de enkel weer onderweg en waren de meeste deelnemers weer lekker aan het spelen. Rond een uur of 6 konden we de winnaars bekend maken. In Open I bleek de vereniging Red Stars uit Venray de overduidelijke winnaar: zowel de nummer 1 (Tom Thijssen) als de nummer 2 (Sem van Gameren) kwamen van deze vereniging. Gelukkig waren er in de andere klassen nog vele andere winnaars. Opvallend overigens dat Akris er zelf bekaaid van afkwam: niemand wist een prijs binnen te slepen. Volgend jaar iets minder hard stappen misschien?

              Na het toernooi begaf een grote groep zich wederom naar het sponsorcafé. Daar werd een smakelijke maaltijd geserveerd. Nog even werd er nagekletst om vervolgens moe naar huis af te reizen en gesloopt op bed neer te vallen. Ik in ieder geval wel.

Interview Stephan Tromer

In gesprek met de Nederlandse Studententafeltenniskampioen: Stephan Tromer

Louise Lemmens en Marieke van Egeraat

 

Op woensdag 8 mei hadden wij een bijzondere gast tijdens de training: niemand minder dan de Nederlandse studententafeltenniskampioen, Stephan Tromer, kwam met ons meetrainen. Gewaarschuwd voor het verschil in niveau besloot hij toch af te reizen vanuit Zoetermeer naar ons Sportcentrum in Nijmegen. Tijdens de training kregen sommigen de mogelijkheid om tegen hem te trainen en na afloop was er nog genoeg tijd voor enkele wedstrijdjes. Moe, maar voldaan streken wij vervolgens neer voor een interview voor ons befaamde clubblaadje, de Akriskras. 

            Stephan is student in Delft en studeert daar technische informatica. Naast zijn studie spendeert hij veel van zijn tijd aan tafeltennis. ‘Ik probeer elke dag iets met tafeltennis te doen: zelf trainen of training geven’. Vanaf een jaar of elf beoefent hij deze sport en hij is er trots op het hoogste niveau in Nederland, de eredivisie, bereikt te hebben. Ondertussen speelt hij in België op het één-na-hoogste niveau, want ‘daar kan ik veel meer wedstrijden spelen dan hier. Als je alles speelt kan je daar 88 wedstrijden spelen!’. Bovendien is hij regerend studententafeltenniskampioen, voor het tweede jaar op rij. Of hij volgend jaar weer meedoet aan het NSK is nog even de vraag. Ten eerste hoopt hij na dit collegejaar klaar te zijn met zijn studie en ten tweede laat de agenda het wellicht niet toe.

            Op zijn elfde ging Stephan dus op tafeltennis, na eerst op voetbal gezeten te hebben. Dat beviel alleen niet meer, maar hij moest van zijn moeder wel een sport blijven doen: ‘Toen zijn we door het telefoonboek gegaan, van de a naar de z en weer terug. Uiteindelijk kwamen we bij tafeltennis uit’. Vervolgens heeft hij wel ook zijn broer meegetrokken naar de club (Laurens Tromer, speelt voor het nationale team). Op zijn vijftiende besloot Stephan weer van tafeltennis af te gaan om nogmaals voetbal te proberen, want het liep allemaal niet zo lekker bij zijn club. Twee jaar later vinden we hem echter weer terug met een batje in de hand, want op zijn zeventiende begint hij opnieuw aan tafeltennis. Deze keer met één doel: ‘Toen ik begon heb ik altijd gezegd “ik ga de eredivisie halen”. Toen geloofde niemand mij’. Maar met veel trainen, ‘elke dag één of twee keer’, heeft hij dit doel wel gehaald.

            Toen Stephan in 2017 nationaal studentenkampioen werd, mocht hij afreizen naar Coimbra, Portugal voor de Europese Studententafeltennis Kampioenschappen. Samen met wat studenten van Thibats, Enschede (waaronder Martijn Heemskerk, die volgend seizoen in ons eerste team speelt!) heeft hij er daar een leuke week van gemaakt. Zo schijnt er een filmpje te zijn van Martijn: ‘Hij moest misschien naar het ziekenhuis en ik heb de reden waarom vastgelegd’. Kans maakten ze overigens niet, want hoewel Stephan nog wel wedstrijden won, werd de rest wel van tafel geslagen. Waarom nam Stephan dan toch hen mee? ‘Ik was ze op het NSK tegengekomen en dat leek me daarom ook wel gezellig. Het ging ook niet echt om het winnen daar’. Dit jaar gaat Stephan helaas niet naar het ESK, vanwege de drukte van studie en misschien een nieuwe baan zoeken.

            Misschien zien we Stephan in de toekomst trouwens wel vaker in onze omgeving. Hij is namelijk van plan om na zijn studie naar het oosten te verhuizen. Helaas is Nijmegen geen optie, maar Zwolle staat wel hoog op het verlanglijstje: ‘Hier is het meer relaxed, meer open’. Prioriteit één is echter eerst een baan vinden, zodat hij op den duur een huisje in het oosten kan kopen [Ondertussen heeft hij een baan gevonden in Barendrecht. Dus het oosten moet nog even wachten]. Dat is wel een stuk makkelijker dan in de Randstad: ‘De huizen daar zijn echt belachelijk duur. Je kan bijna een alleenstaand huis kopen in het oosten voor hetzelfde geld als een kamertje van twintig vierkante meter in een achterbuurt in de Randstad’. ‘Mijn tafeltennisvrienden wonen bovendien over het hele land’, dus alleen zal Stephan zich niet voelen.

            Stephan heeft nog als doel om in België vast op het hoogste niveau mee te kunnen doen, maar spelen tot zijn tachtigste ziet hij niet helemaal zitten. ‘Ik weet niet of ik het dan nog leuk zou vinden’. Minder worden ziet hij namelijk niet zitten. ‘Als ik nu al een blessure heb en ik speel minder, vind ik het al minder leuk. Dan moet ik echt een maand niet spelen om er weer heel veel zin in te hebben’. Aangezien hij straks werkt, denkt hij dat hij ook minder vaak zal trainen en dat heeft meteen invloed op het niveau.

            We vragen Stephan ook nog even naar het verschil tussen tafeltennissers op hoog niveau en op lager niveau. Zijn tafeltennissers op hoog niveau namelijk ook een beetje typisch? ‘Volgens mij is dat wel minder’, antwoordt Stephan, ‘maar tafeltennis is natuurlijk zo op de details dat je wel echt gefocust moet kunnen zijn. Je moet echt in je eigen wereldje kunnen blijven’. Heeft hij dan ook echt gekke gebeurtenissen meegemaakt? ‘Er zijn altijd wat aparte dingen, zoals heel onsportief gedrag. Ik heb één keer meegemaakt dat iemand zijn batje na de wedstrijd weg wilde gooien, maar hem tegen de scheidsrechter aangooide. Hij kreeg alleen maar een boete van vijftig euro’. Tafeltennis is dus wel een heel mentale sport. Op hoog niveau zijn ze daar dan ook veel mee bezig, ‘je kan een rondje lopen, ademhalen, je eigen routine voor het serveren. Je moet er wel echt mee bezig zijn hoe je daarmee om kan gaan. Het kan wel echt het verschil maken in de wedstrijd’.

            Dat is dan ook het advies van Stephan voor alle tafeltennissers en Akrissers specifiek: ‘Wat belangrijk is om punt voor punt te spelen en je tijd te nemen. Techniek komt pas later, want je kan pas de goede techniek spelen als je er klaar voor staat. Probeer ook elke bal met een idee te spelen, zeker de service. Dat is het enige moment wat je helemaal zelf in de hand hebt’. En heeft hij dan ook nog een tip voor de vereniging? ‘Zoek een trainer die jullie echt beter wil maken en die voor iedereen de tijd neemt’. En met deze wijze woorden sloten wij het interview af.

Interview: de komst van René, de opkomst van Akris

Veel jongere Akrissers zullen weleens van de naam René hebben gehoord, maar weten niet precies wie hij is. Bij de oudere Akrissers is hij nog steeds geliefd, onder andere vanwege zijn beroemde wisselsysteem. Tijd voor de Akriskras om beide groepen (opnieuw) kennis te laten maken met de oud-trainer, die zeven jaar bij ons training heeft gegeven. Van het begin tot het einde: René vertelt over zijn loopbaan bij Akris en deelt zijn geheimen van het trainersvak.

Toen René in 2009 bij Akris kwam, was onze vereniging bijna ter ziele. ‘Op dat moment waren er op papier nog 20 leden, maar daarvan waren er tien die waarschijnlijk nooit een batje hadden vastgehouden. Zij waren lid geworden omdat een vriend dat vroeg – zodat de club kon zeggen dat ze nog leden hadden. Ik denk dat op dat moment er nog tien actieve leden waren’, zegt René. ‘Mijn eerste gedachte was: klein clubje hier.’

Een van de redenen hiervoor lag aan de situatie dat er een poosje geen goede trainer aanezig was. ‘Lange tijd is er geen trainer geweest met gevoel voor de doelgroep, met gevoel voor studenten, die voor langere tijd training gaf’, aldus de oud-trainer. ‘Toen ben ik gevraagd door Coosje Holterman en Dave van Toor of ik bij Akris training wilde geven. Zij speelden toen tegelijkertijd bij Akris en ATC (het huidige Tafeltennis Nijmegen): bij Akris voor de gezelligheid en bij ATC voor de competitie.’ Het antwoord op de vraag zal duidelijk zijn.

Na de komst van René ging de vereniging snel in de lift omhoog. Anderhalf jaar na zijn aanstelling groeide Akris naar 45 leden. ‘Dat kwam deels door mij. Het helpt dat er een trainer staat die er elke week is. Dat zorgt voor herkenbaarheid. Ook was er een goede voorzitter en het was daarnaast gewoon geluk hebben. Het aantal mensen dat interesse in tafeltennis heeft was dat jaar toevallig hoog. Er kwamen veel mensen bij ons tafeltennissen die elders al getafeltennist hadden.’ Het ging dus opeens erg snel en de trainingen werden goed bezocht.

De geboorte van het wisselsysteem

Het omgaan met zo’n grote groep was niet altijd even makkelijk. ‘Het was hard werken’, herinnert René zich de drukke trainingen. ‘Je weet dat je aan technische aanwijzingen niet toekomt. Je legt de oefening uit, zorgt dat ze overal weten wat er gespeeld moet worden, maar kan niet even gaan kijken waarom er iets fout gaat.’ Toch probeerde onze oud-trainer iedereen wat aandacht te geven. ‘Er zijn altijd wel een paar makkelijke opmerkingen. Door de knieën, meer bewegen of mooie bal. Dat zijn aanwijzingen die je heel makkelijk kan geven. Dan laat je toch even zien dat je er bent, waardoor er beter wordt getraind.’

Ook was er een tijdlang een hulptrainer – meestal een ouder lid van Akris. Volgens René is een hulptrainer niet per se een goed idee. ‘Als iemand mij assisteert die nog niet veel ervaring heeft, moet ik diegene ook begeleiden. Dat kost veel tijd, dus het directe rendement ervan was niet heel hoog.’ ‘En er wordt vaak voor gekozen om de ervaren trainer de beste leden te laten trainen en de hulptrainer de minder goede leden training te geven. Daar ben ik niet altijd voorstander van, want het grootste verschil maak je juist bij de mensen die minder lang spelen. Daar kan je de basis nog goed neerzetten.’

De beroemdste manier van René om met de drukte om te gaan was zijn wisselsysteem. Hij ontwikkelde dit systeem om met grote groepen om te kunnen gaan en tijdens de training weinig aandacht te hoeven geven aan het wisselen. ‘Iedereen op de goede plek zetten kost drie minuten in het begin. Dat lijkt heel veel tijd, maar dat haal je er sowieso wel uit omdat je tussendoor niet hoeft te wisselen’, meent René. ‘Als je zelf op een training een opstelling wilt maken kost het normaal gesproken te veel tijd. Je wordt er echt diep ongelukkig van.’

‘Ik had er op een gegeven moment een wiskundig systeem voor bedacht’, legt René uit, waarna hij begint met het uittekenen ervan. ‘Je maakt bij de warming op een lijst met namen op volgorde van sterkte’, start hij zijn verhaal. ‘Je begint hier… Wacht, het kan zijn dat dit niet helemaal klopt. Ik teken wel een nieuwe versie’ Een tweede versie wordt getekend. ‘Het kwam erop neer dat je bij drie keer wisselen twee keer tegen een sterkere, en twee keer tegen een zwakkere moest. Het mooie van het systeem is dat je het met hele grote groepen kan doen en je niet in subgroepen hoeft te onderscheiden.’

Het verhaal wordt weer door René zelf onderbroken terwijl hij naar zijn tweede versie kijkt. ‘Ik zit even te kijken of ik hem heb. Wacht. Zeven of acht, dat is een duo dat ongeveer even goed is. Eehm. Ik ga dadelijk even puzzelen, en dan krijg je hem.’ De versie die als afbeelding erbij staat is de derde poging, die René voor ons na het interview heeft getekend. ‘Hoe dan ook, ten grondslag van het systeem ligt een soort volgorde van spelers op volgorde van goed naar slecht. In de meeste gevallen moet je tegen twee beteren en twee slechteren en elke keer schuif je een plekje naar rechts door.’ Het wisselsysteem zorgde er dus voor dat René tijdens de training geen tijd meer hoefde te investeren in het wisselen, waardoor er meer aandacht kwam voor het geven van inhoudelijke tips.

Het einde bij Akris

Er werden dus veel oplossingen bedacht om te kunnen omgaan met zo’n grote groep, maar ze waren niet de gehele tijd nodig. De drukte op de training varieerde tijdens de trainerscarrière van René. Meestal waren er veertien tot achttien Akrissers op de training. Ook hielp René Akris door zijn contacten met het sportcentrum (‘ik deelde de kleedkamer met Peter Gijsberts’ – een van de directeuren van het sportcentrum) en deelde hij zijn kennis met de opvolgende besturen van Akris.  ‘Als trainer bij het sportcentrum heb je ook een ondersteunende taak. Het is dus goed af en toe gevraagd en ongevraagd wat advies te geven of wat dingen in perspectief te plaatsen.’

In 2016 gaf René aan te gaan stoppen bij het toenmalige bestuur. Zijn besluit om te stoppen had niks te maken met dat hij de trainingen niet meer leuk vond. Gevraagd waarom hij stopte antwoordt René simpelweg: ‘Omdat ik een baan in Tilburg kreeg en dat lastig te combineren was met de trainingen’. Het afscheid nemen van Akris was moeilijk, ‘maar het is goed dat ik geen training ben blijven geven. Het heen- en terugreizen was niet te doen geweest’, verklaart hij. Voor het afscheid hadden de Akrissers een mooi boek gemaakt. ‘Er staat van alles in. Foto’s, herinneringen, berichtjes. Alles wat ze verzameld hadden in de tijd dat ik trainer ben geweest.’

Terugkijkend op zijn tijd bij Akris noemt René zijn belangrijkste drijfveer ‘zorgen dat er fijn getraind werd in een prettige sfeer. Daar word je blij van, als je hard training hebt gegeven. En daarna in de kantine kan je gezellig doen’, lacht hij. ‘Ik houd wel van een biertje’.

Ook zegt de oud-trainer bij Akris geleerd te hebben te relativeren. ‘Ik kreeg minder hoge verwachtingen. Ze komen als ze komen en het is maar de vraag of beter worden het belangrijkte is. Het gaat er vooral over dat de leden lekker gespeeld hebben.’ Zelfs zijn eigen rol binnen Akris relativeert hij. ‘Er zijn wel leden beter geworden, maar of ik daaraan in grote mate heb bijgedragen weet ik niet’, zegt hij bescheiden. Hoewel de trainer presteren ook belangrijk vind, staan ze duidelijk op de tweede plek bij de gezelligheidstrainer.

René tafeltennist zelf nog steeds bij TN en laveert al enige tijd tussen de tweede en derde klasse. Hij is gestopt met zijn gewoonte bij het spelen om ‘lieverd’ tegen zichzelf te roepen als hij een bal mist, omdat zijn tegenstanders hem ook zo gingen noemen. Toch is hij nog steeds makkelijk te identificeren: zoek de filosoof met het biertje in zijn hand. Mocht je hem eens zien ga dan vooral het gesprek eens aan, want René weet veel over Akris, het trainerschap en – voor de kenners – filosofie.

Taveres Teamtoernooi: Akrissers de beste!

Eindhovuh de gekste. Mogelijk het meest misbruikte zinnetje van, eehm, Eindhoven, maar waarschijnlijk wel van toepassing op de Eindhovense Studenten Tafeltennis Vereniging Taveres. Al is Eindhovuh de zatste op hen meer van toepassing. En de Akrissers? Die waren beslist de beste (in Exploding Kittens).

Over de afkomst van het gekkenzinnetje gaan verschillende theorieën rond. Op het internet vond ik de volgende verklaring: ‘Het is allemaal compensatiegedrag. Den Bosch is natuurlijk de hoofdstad van Noord-Brabant en van het carnaval, terwijl Eindhoven de grootste stad van Noord-Brabant is. Om dit allemaal een beetje te compenseren roepen we allemaal dat Eindhoven de gekste is.’ Eindhoven heeft natuurlijk wel wat om te compenseren. Het is de meest criminele stad van Nederland, over het Stratum hoef ik niet veel woorden vuil te maken en echt mooi, laten we eerlijk zijn, is Eindje ook niet.

Een van de weinige lichtpuntjes die de stad had was het Internationale Tafeltennis Toernooi (ITT), het grootste studenten tafeltennistoernooi van Europa. Honderden enthousiaste tafeltennissers trokken jaarlijks naar de stad om een weekend vol gezelligheid en tafeltennis te beleven. Tot in 2014 Eindhoven haar volgende slachtoffer nam: het ITT leek, net als het hoofdkantoor van Philips, haar laatste uur te hebben geslagen. De stad had zelfs niet langer het ITT meer om haar gebreken te kunnen compenseren.

Na een paar moeilijke jaren is de vereniging die het ITT organiseerde, Taveres, tegenwoordig weer in een wat betere staat. Een renaissance van het ITT staat hierom voor volgend jaar op de planning, maar dit jaar werd er al een testtoernooi gehouden om de organisatie in de vingers te krijgen. Natuurlijk mocht Akris hier niet bij ontbreken. Deelnemende koppels waren Joep met Stijn, Louise met Luuk, Marieke met Wietse, Robin met zijn vader en Thierry met zijn suprise-partner. De Akrissers zouden eens laten zien dat ook Nijmegen gek (goed) kan zijn.

Het toernooi had dankzij de teamvorm een andere opzet dan de meeste reguliere toernooien. Als eerste werd een dubbel gespeeld, waarna de beste tegen de beste speler speelde en de slechtste tegen de slechtste. Nu waren de beste en slechtste relatief, want veel partners waren ongeveer even goed, maar in theorie moest dit wedstrijden op het eigen niveau opleveren. Veel wedstrijden waren inderdaad spannend. Er waren twee klassen, die ieder twee poules van vijf duo’s hadden, waarna er gestreden werd om de uiteindelijke eindklassering.

En gestreden werd er, met goede resultaten van Akrissers tot gevolg. In de B-groep werden Thierry en zijn partner eerste, Louise en Luuk derde, Joep en Stijn vijfde en Wietse en Marieke negende. Bij de A-groep werd Ruben tweede en Robin kwam niet in de buurt van het podium. In plaats van bekers werden er aan de top drie oorkondes uitgereikt, wat een beetje tragisch was.  Verder opmerkelijk: In de B-klasse was er een speler van Taveres die eigenlijk veel te goed was voor deze klasse, maar beloofde zich helemaal lam te zuipen om onder zijn niveau te spelen.

In de bar na afloop bleek dat hij niet de enige Taveres-speler was die gedurende de dag flink had doorgehaald. Een paar spraken zonder het door te hebben met dubbele tong en ondanks de reeds aanzienlijke hoeveelheid genuttigde alcohol, bleef de tapkraan in opdracht van Taveres voortdurend open staan. Het was een mooie gelegenheid om beter kennis te maken met sommige Taverianen en binding tussen de verenigingen te versterken. Zo bleek dat er bij Taveres iemand rondliep die nóg langer lid is dan Louise en Mariska bij ons en dat Akrissers superieur Exploding Kittens spelen.

Blij maar vermoeid reed de laatste auto uiteindelijk om elf uur aan uit Eindhoven. Marieke klaagde in de auto nog over het gekibbel van Joep en Stijn, maar die compensatiestrategie hadden zij uit Eindhoven meegekregen. In elk geval hoefde Taveres die strategie niet toe te passen, want het toernooi was zeker niet om je voor te schamen. Hopelijk kunnen zij deze lijn doorzetten en volgend jaar weer een geslaagd ITT organiseren.